Oplossing krakende vluchtelingen vormt de inzet van Amsterdamse collegevorming

We Are Here De vele krakersacties door de uitgeprocedeerde vluchtelingen van We Are Here zetten de verhoudingen in de gemeente Amsterdam op scherp.

Beveiligers van woningcorporatie Ymere bij kraakpanden in Amsterdam-Oost. Foto’s Joris van Gennip

Meer dan dertig keer hebben de uitgeprocedeerde vluchtelingen van We Are Here in de afgelopen zes jaar een gebouw gekraakt in Amsterdam. Elke keer stuurden ze daarbij een persbericht rond met daarin hun nieuwe adres en nog eens hun vaste streven: structurele opvang. Met uitzondering van de lokale pers ging de verhuizing doorgaans ongemerkt voorbij.

Tot de laatste kraak, tijdens Pasen. Deze keer werd de actie als een schandaal beschreven in media als De Telegraaf en Elsevier en deze week kreeg waarnemend burgemeester Jozias van Aartsen (VVD) het zelfs te verduren van zijn eigen partijgenoten in de Tweede Kamer. Kamerlid Arno Rutte zei dat „Van Aartsen inmiddels zo ver boven de partijen staat dat hij geheel losgezongen lijkt te zijn van de VVD”. De VVD-fractie heeft een debat aangevraagd met de minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66). Waarom loopt deze kwestie nu ineens zo hoog op?

Een groep uitgeprocedeerde vluchtelingen, geholpen door Nederlandse activisten, zette in 2012 in Amsterdam-Osdorp demonstratief een tentenkamp op onder het motto We Are Here. Na enkele maanden werd het kamp ontruimd. Toenmalig burgemeester Van der Laan vroeg omliggende gemeenten opvang te bieden aan de vluchtelingen. Zij stonden bij wijze van spreken al met één been in de bussen, toen actievoerders rond de groep hen op andere gedachten brachten. Als de groep bijeen bleef en een zichtbare plek in de stad had, was zij effectiever als levende aanklacht tegen het asielbeleid.

Van kraakpand naar kraakpand

Inmiddels bestaat de groep van vooral Afrikaanse ongedocumenteerden zes jaar, in wisselende grootte. Zij moeten Nederland verlaten, maar bezitten geen (reis)documenten. Ze trekken van kraakpand naar kraakpand en zitten nu dus in een twintigtal sloopwoningen in Amsterdam-Oost.

Het Openbaar Ministerie onthoudt zich van directe ontruiming en geeft de groep acht weken om de panden te verlaten. Waarnemend burgemeester Van Aartsen volgt vooralsnog de lijn van de gemeenteraad, die voor de verkiezingen stemde voor terughoudendheid in het ontruimen van de gekraakte panden.

Fractievoorzitter Rutger Groot Wassink van GroenLinks, de grootste partij in de gemeenteraad, legde tijdens de campagne nadruk op „een structurele oplossing” voor de groep. De structurele oplossing moet gevonden worden tijdens de college-onderhandelingen. Deze gesprekken voert GroenLinks met D66, PvdA en SP. Zij ondertekenden al voor de verkiezingen gezamenlijk een motie van GroenLinks waarin opgeroepen wordt om de gekraakte panden van We Are Here niet te ontruimen.

In enkele andere gemeenten is er al zo’n „structurele oplossing”. Begin 2017 bouwde de gemeente Groningen containers voor uitgeprocedeerde vluchtelingen met 176 opvangplaatsen en betaalde dat uit eigen zak. In 2015 dreigde nog een kabinetscrisis tussen de PvdA en VVD over de bed-bad-broodvoorzieningen. Het leidde tot strenger uitzetbeleid en beperkte noodopvang, maar gemeenten kregen geen vergoeding meer voor de opvang van deze mensen.

Foto Joris van Gennip
Foto Joris van Gennip

De Amsterdamse, relatief ‘linkse’ VVD heeft altijd streng vastgehouden aan handhaving van het kraakverbod. Na elke ontruiming werd de burgemeester steevast gevraagd waarom de krakers niet waren gearresteerd en waarom hen geen boetes werden opgelegd. En aangezien de VVD niet meedoet aan de onderhandelingen voor een nieuw college, voelt de partij zich vrij om zo hard mogelijk op de trommel te slaan, bij monde van raadslid Marianne Poot.

Gebaat bij polarisatie

Zo lijken alle politieke partijen én de activisten van We Are Here gebaat te zijn bij polarisatie op dit onderwerp. GroenLinks kan zijn linkse spierballen tonen, de VVD kan zich positioneren als oppositiepartij en voor We Are Here geldt van meet af aan dat zij het probleem van de uitgeprocedeerde, maar niet-uitzetbare asielzoekers onder de publieke aandacht wil houden. De verschuiving in de gemeenteraad naar links is ook belangrijk voor We Are Here. Nu GroenLinks de grootste is, kunnen de actievoerders aftasten of dat misschien leidt tot een grotere weerklank van hun boodschap. Van der Laan hield zijn rode draad strak gespannen, onder een nieuw college kan daar zomaar meer rek in komen.

Alleen voor waarnemend burgemeester Van Aartsen is rust rond dit dossier een hoger goed, maar die zal hij niet krijgen voordat de collegevorming is afgerond. Wat hem daarbij niet helpt, is de geschiedenis die Van Aartsen met De Telegraaf heeft. Toen hij nog burgemeester van Den Haag was, bleef hij in de zomer van 2014 op zijn vakantieadres terwijl er rellen plaatsvonden in de Schilderswijk. ‘DEN HAAG RADELOOS’, zette de krant op de voorpagina. „Van Aartsen speelt verstoppertje.”

In het stadhuis van Amsterdam horen ze de echo van die harde aanpak in de Telegraaf-berichten die zijn verschenen na Van Aartsens aantreden als waarnemer. Na een schietpartij in de wijk Wittenburg afgelopen januari, waarbij een zeventienjarige jongen omkwam in een buurtcentrum, oordeelde De Telegraaf publiekelijk dat Van Aartsen te lang wachtte voor hij zich in de buurt liet zien. En de laatste kraakactie van We Are Here is uitgelopen op een ouderwetse campagne vóór ontruiming van de slooppanden en tegen het terughoudende optreden van Van Aartsen. Die stelt zich in deze kwestie duidelijk op als ‘interim’. Hij volgt de lijn van de gemeenteraad, herhaalt hij vaak, en voert geen eigen agenda. Donderdagavond volgt een raadsvergadering, waarin verwacht wordt dat de positie van de waarnemend burgemeester vanuit rechts hevig onder vuur wordt genomen.

Foto Joris van Gennip