Ollongren geeft toe dat dít referendum heeft gewerkt

Inlichtingenwet De oppositie in de Tweede Kamer is verdeeld over de vraag of de wijziging van de inlichtingenwet recht doet aan het ‘nee’ van de kiezer.

Kees Verhoeven (D66) bij het debat van dinsdag. Foto Bart Maat/ANP

De oppositie wreef het minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) dinsdag nog maar eens goed in: waarom toch zo snel dat referendum afschaffen? De Tweede Kamer sprak over het nipte ‘nee’ van de kiezer bij het referendum over de inlichtingenwet op 21 maart. Een referendum dat volgens het boekje is verlopen, vonden veel partijen in de Kamer.

Woordvoerders van oppositie én coalitie prezen het inhoudelijke debat in de campagne over veiligheid versus privacy. Ook was er lof voor de hoge opkomst en het gevoel dat het kabinet de uitslag serieus had genomen door de inlichtingenwet aan te passen. „Het raadgevend referendum heeft zijn nut bewezen”, zei GroenLinks-Kamerlid Kathalijne Buitenweg. PVV’er Martin Bosma constateerde dat het referendum „steeds meer bekeerlingen maakt”. Zelfs minister Ollongren heeft moeten toegeven dat er nu een betere wet ligt en dat „het vermaledijde referendum dus kan werken”, zei Bosma.

Het soepele verloop van het referendum over de inlichtingenwet komt het kabinet niet heel goed uit. Ollongren maakte de afgelopen maanden juist haast met het afschaffen ervan, omdat het kiezers teleur zou stellen als de politiek hun advies niet volgt. Maar we beginnen het juist te leren, zei 50Plus-leider Henk Krol in het debat. „Was het voor het kabinet nu echt zo verschrikkelijk om naar de burger te luisteren?”, vroeg hij Ollongren.

De tegenstem bij het referendum dwong het kabinet opnieuw te kijken naar de inlichtingenwet, die de geheime diensten meer bevoegdheden geeft. Afgelopen vrijdag maakte Ollongren bekend dat de wet op een aantal punten wordt aangepast. Zo wordt in de wet vastgelegd dat het aftappen van internetverkeer „zo gericht mogelijk” moet en worden de regels voor het delen van data met buitenlandse inlichtingendiensten iets aangescherpt. Voortaan wordt ook ieder jaar bekeken of opgeslagen gegevens wel de volle drie jaar moeten worden bewaard.

Flutaanpassingen

Over de vraag of deze aanpassingen genoeg zijn in reactie op het ‘nee’ van de kiezer, was de oppositie verdeeld. Kamerlid Femke Merel Arissen (Partij voor de Dieren) vindt de wijzigingen „weinig anders dan wat nu al in de wet staat” en Denk-woordvoerder Farid Azarkan sprak van „flutaanpassingen die de indruk moeten wekken dat de burger serieus is genomen”.

GroenLinks was wel blij dat „de zorgen van het nee-kamp zijn gehoord”, hoewel woordvoerder Kathalijne Buitenweg de wijzigingen „heel minimalistisch” vond. PvdA-Kamerlid Attje Kuiken zei ook te vinden dat het kabinet de uitslag serieus heeft genomen en noemde de aanpassingen „positief”.

Bij de coalitiepartijen leefden heel andere zorgen over het vertalen van de uitslag. CDA-leider Sybrand Buma zei maanden voor het referendum dat de inlichtingenwet eerder zó belangrijk was, dat deze ongewijzigd moest ingaan – ongeacht de uitslag. CDA-Kamerlid Harry van der Molen nam de kleine aanpassingen nu voor lief en zei vooral blij te zijn dat de wet op 1 mei gewoon ingaat. Samen met de VVD vroeg hij Ollongren er op toe te zien dat de wet door de aanpassingen niet „onwerkbaar” wordt voor de geheime diensten. VVD’er Malik Azmani vroeg de minister verder toe te zeggen dat de informatie-uitwisseling met het buitenland niet in gevaar komt.

Tegemoetkomingen

Ollongren benadrukte in haar beantwoording dat de aanpassingen die het kabinet aan de wet doet echt wat voorstellen. Ze sprak van „substantiële tegemoetkomingen” aan de meerderheid van tegenstemmers. Tegelijkertijd vindt zij het ook belangrijk dat de inlichtingenwet nu snel van kracht wordt. Dat vindt het kabinet ook een vorm van recht doen aan de uitslag, omdat er ook een grote groep kiezers is die bij het referendum vóór de wet heeft gestemd.

Op de vraag van Denk-Kamerlid Azarkan of het referendum tot een betere inlichtingenwet heeft geleid, erkende Ollongren opnieuw dat de aanpassingen „een beter resultaat” hebben opgeleverd. Maar om nou toe te geven dit referendum zaligmakend was geweest? Zover wilde Ollongren niet gaan. „De wet was voor het referendum ook al werkbaar en in balans.”

    • Pim van den Dool