Niet van élke functie is betaald werk te maken

Vrijwilligerswerk Bijna de helft van de vacatures in de culturele sector is onbetaald, zegt een nieuw onderzoek. Is dat alarmerend?

Bestuurslid van een klein museum, kaartjes knippen bij een filmfestival of rondleidingen geven in een molen: grote kans dat deze functies vrijwillig zijn. Bijna de helft van de vacatures in de culturele sector bestond in 2017 uit onbetaalde functies, blijkt uit een nieuw onderzoek van Bureau Lahaut. Van de 5.000 culturele vacatures die het onderzoeksbureau via vacaturesite Jobfeed vond, was 44 procent onbetaald. In 19 procent van de gevallen betrof het vrijwilligerswerk en bij 25 procent ging het om (afstudeer-) stages. Hoe alarmerend zijn die percentages?

De Raad voor Cultuur wijst erop dat er ook positieve ontwikkelingen zijn: het aantal vacatures voor betaalde functies nam volgens hetzelfde onderzoek toe met 24 procent. En het totaal aantal vacatures voor vrijwilligers nam, ondanks dat het om bijna de helft van de vacatures gaat, wel met 8 procent af ten opzichte van een jaar eerder.

Groot cultureel aanbod

„Naar verhouding zijn er dus meer betaalde functies bij gekomen, dat is een gunstige ontwikkeling”, zegt Marijke van Hees, voorzitter van de Raad voor Cultuur. Het aandeel vrijwilligers is karakteristiek voor de sector. Niet van alle taken is betaald werk te maken, vindt de Raad.

Dat onderschrijft onderzoeker Dimitri Lahaut. Het culturele aanbod is, mede door de vele kleine culturele instellingen, in Nederland heel breed. „Het aanbod in stand houden kost nu eenmaal mankracht.”

Vrijwilligerswerk in de culturele sector heeft volgens Lahaut een sterke sociale functie: mensen vinden het leuk om via het werk in contact te komen met anderen. En, zegt hij, ze vinden het bovendien belangrijk dat culturele instellingen blijven bestaan.

De keerzijde is uiteraard dat vrijwilligers noodzakelijk zijn geworden door bezuinigingen van nationale en lokale overheden. „Bezuinigen op arbeid is erg doeltreffend, en om de boel wel draaiende te houden, worden dus steeds meer vrijwilligers ingezet”, zegt Lahaut.

De Raad voor Cultuur wijst in dat verband op het aantal onbetaalde stages dat volgens het onderzoek met 6 procent toenam. De Sociaal Economische Raad waarschuwde twee jaar geleden in een onderzoek al dat vrijwilligers betaalde krachten niet moeten terugdringen.

Van Hees: „Het is natuurlijk wel prima als meer studenten een kans krijgen tijdens hun opleiding een stage te doen.” Uit het onderzoek is niet op te maken of deze stages eigenlijk werk is dat betaald zou moeten zijn.

Gebrek aan waardering

Volgens Suzanne Leclaire, ondernemer en oud-voorzitter van branche- en werkgeversvereniging Federatie Cultuur, kan de culturele sector niet zonder vrijwilligers. Tegelijkertijd ziet ze een gebrek aan waardering van cultuur, die volgens haar leidt tot geldgebrek en inzet van vrijwilligers op professionele functies. „Enerzijds is het lage zelfwaardering. Passie voor je vak als kunstenaar is mooi, totdat het betekent dat je voor niks je werk gaat doen. Dan begint verschraling van het vak”, zegt Leclaire. Volgens haar moeten jonge mensen op kunstopleidingen zich meer bewust worden van hun waarde, en geld leren vragen voor hun werk.

Maar er is volgens haar ook vanuit de maatschappij onvoldoende waardering voor de economische impact van cultuur. „Talrijke onderzoeken tonen aan hoezeer de aanwezigheid van culturele instellingen van invloed is op de keuze van inwoners voor een stad. Bovendien geeft de cultuurtoerist bijna twee keer zoveel uit als een gemiddelde toerist.”

Komt die waardering er, zo redeneert Leclaire, dan zal het aantal onbetaalde functies drastisch verlagen in de toekomst.