Na bezetting bleef linkse lente uit

Studentenverzet Drie jaar geleden werd het Amsterdamse Maagdenhuis ontruimd. De studenten die toen protesteerden, heffen nu hun partijen op.

Studenten bezetten in 2015 het Maagdenhuis, het bestuursgebouw van de Universiteit van Amsterdam. Foto Olivier Middendorp

„Zoveel mensen”, zegt Djuna Farjon, „heb ik in het afgelopen jaar niet gezien bij een vergadering.” Vijftien studenten zijn komen opdagen voor een vergadering van de facultaire studentenpartij Humanities Rally aan de Universiteit van Amsterdam. Alle aanwezigen passen in één lift naar de vierde verdieping. Daar wordt in een zweterig lokaal zonder zonlicht besloten tot opheffing van de partij.

Studente kunstgeschiedenis Farjon (22) was vanaf het begin betrokken bij de partij. Ze zegt: „We gaan door als actiebeweging.” Applaus van de groep.

Deze woensdag is het drie jaar geleden dat het Maagdenhuis door de mobiele eenheid werd ontruimd. Vijfenveertig dagen eerder trapten studenten de deuren in van het bestuursgebouw van de Universiteit van Amsterdam, in de geest van de studenten die in mei 1969 inspraak eisten via bezetting van het Maagdenhuis. De bezetters van 2015 noemden het pand aan het Spui ‘De Nieuwe Universiteit’.

Aanleiding voor het protest was een bezuinigingsplan op de faculteit Geesteswetenschappen. Talenstudies met weinig studenten zouden worden wegbezuinigd, docenten ontslagen en specialistische bijvakken en masteropleidingen veralgemeniseerd.

Uiteindelijk bracht het verzet een discussie op gang over de rol van de universiteit in de samenleving. „Ik was te schijterig om een gebouw te bezetten”, zegt rechtenstudente Lianne Hooijmans (25), „maar wilde wel de Maagdenhuisboodschap doorvoeren.” Hooijmans was twee jaar studentenraadslid voor De Decentralen. Drie jaar op rij werd haar partij de grootste in de centrale studentenraad, die medezeggenschap heeft over het universitaire beleid.

De boodschap die de Maagdenhuisgroep uitdroeg: kwaliteit van onderwijs boven kwantiteit. Tussen 2000 en 2012 steeg het aantal universitaire studenten in Nederland met meer dan de helft, van 160.000 tot ruim 240.000, terwijl het aantal docenten nagenoeg gelijk bleef. En universiteiten kregen steeds minder geld uit Den Haag, de rijksbijdrage per student daalde tussen 2000 en 2016 met een kwart, volgens cijfers van de VSNU, de vereniging van universiteiten.

Geen nieuwe lijst

Ook De Decentralen die de studentenraad drie jaar hebben voorgezeten, bestaan niet meer sinds vorige maand. De raadsleden maken op persoonlijke titel het medezeggenschapsjaar af, maar komen niet meer met een nieuwe lijst. Humanities Rally maakte dinsdag haar einde bekend. Waarom stoppen de partijen en welk verschil hebben ze gemaakt aan de Amsterdamse UvA?

„Beleid kunnen we vertragen, maar we kunnen niks veranderen”, zegt Hooijmans, die als studentenraadslid twee jaar aan tafel zat met het bestuur van de UvA. „Het is enorm frustrerend werk. Het bestuur is zich bewust van de problemen, maar niet bereid tot verandering.” Partijgenoot Alex Tess Rutten (24), oud-voorzitter van de studentenraad, beaamt dat: „De medezeggenschap is reactionair. Het bestuur bepaalt en wij volgen, er is in de praktijk nauwelijks ruimte om onze idealen na te streven.”

Met hoge verwachtingen begon Rutten aan haar voorzitterschap bij de centrale studentenraad. „De universiteit wordt als vehikel van de Nederlandse economie gezien”, zegt de studente literatuurwetenschap. Het bedrijfsleven betaalt steeds meer onderzoek en studentenopleidingen zijn te veel gericht op de banenmarkt, vindt ze. „We wilden onderzoek weer autonoom maken, de ontwikkeling van studenten centraal stellen en de universiteit tot emancipatiemachine maken.”

Hoe? Door een democratischer bestuursmodel in te voeren, de financiering van faculteiten stabieler te maken en specialistische studies, minors en bijvakken in stand te houden. „Het bestuur onderschrijft onze kritiek”, zegt Rutten, „maar als puntje bij paaltje komt gebeurt er niks.”

De partijen kregen te maken met leden met een burn-out en verkiezingslijsten die niet vol kwamen. „De prestatiedruk aan de universiteit is enorm gestegen de afgelopen jaren”, zegt Rutten. Wie een bestuursjaar doet, kan cum laude en een selectieve master vergeten en „loopt geheid studievertraging op. Dat kost 10.000 euro, omdat studenten geld moeten lenen.” Voltijdleden van de centrale studentenraad zijn tussen de 40 en 60 uur per week kwijt aan raadswerk, ernaast studeren is bijna onmogelijk.

Links-marxistische activisten

Toch klinken er ook andere geluiden op de universiteit. Bijvoorbeeld van De Vrije Student, de studentenpartij die nauwe banden onderhoudt met de jongerentak van de VVD. De partij is blij dat De Decentralen stoppen. De „links-marxistische activisten”, in de woorden van fractievoorzitter Guido Bakker, „hebben het mandaat van voornamelijk de geesteswetenschappen.” Zijn partij zit sinds de oprichting drie jaar geleden in de oppositie van de 14-koppige raad. „Zelfs na de Maagdenhuisbezetting bleef de opkomst voor de studentenraadsverkiezingen laag.”

Het opkomstpercentage voor de medezeggenschapsraden schommelt rond de 19 procent. Het bewijst volgens Hooijmans dat studenten de universiteit als fabrikant zien en weinig betrokken zijn: „Je gaat ook niet stemmen voor de medewerkersverkiezingen van je lokale supermarkt”, zegt ze. Het probleem: „Onder studenten ontbreekt gemeenschapsgevoel.” En dat komt volgens haar door de prestatiedruk.

Dat gemeenschapsgevoel mist Jarmo Berkhout (25), die vanaf het eerste uur bij de protesten was en vorig jaar werd benoemd tot voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond. „De Nieuwe Universiteit was drie jaar geleden de beste universiteit ter wereld”, zegt hij. In het Maagdenhuis werd gediscussieerd, geslapen, gegeten. Docenten gaven colleges, bekende wetenschappers kwamen naar Amsterdam om een lezing te houden en er was elke dag muziek van lokale en nationale artiesten. „We hoopten op een linkse lente”, zegt hij, „maar die kwam niet.”

Correctie (13 april 2018): In de oorspronkelijke versie van dit artikel luidde de beginzin: „Zoveel mensen”, zegt Djuna Farjon, „heb ik in de afgelopen drie jaar niet gezien bij een vergadering.”
Dat is incorrect. Het ging niet om drie jaar, maar om één jaar.