Opinie

    • Matthieu Verhoeven

Megalomane ICT-experimenten horen niet thuis in het recht

Die 220 miljoen euro voor het geflopte ICT-project KEI is publiek geld, schrijft rechter . Hij mopperde al jaren over het systeem, maar werd zoet gehouden met juichberichten.

Een rechter met wetboek in de rechtzaal. Foto Roos Koole / ANP

Wat een kind al jaren kon zien aankomen, is eindelijk doorgedrongen tot de top van de rechtspraak: het onvoorstelbaar dure KEI-project, bedoeld om het procesrecht te digitaliseren, blijkt een opeenstapeling van mislukkingen. Gisteren stuurde de Raad voor de rechtspraak een brief aan Sander Dekker, minister voor Rechtsbescherming. „KEI wordt gereset”, luidde de eerste zin. Een eufemisme. Resetten heeft alleen zin bij een apparaat dat op zich goed werkt, maar om de een of andere reden even hapert.

Na een reset werkt alles dan weer naar behoren. Het enige dat bij dit project werkte, was de propagandamachine (kennelijk is daar moeilijk afscheid van te nemen, getuige de term ‘gereset’). Keer op keer werden we vergast op juichberichten over grote sprongen voorwaarts. Degenen die werkten met wat er al wel was ontwikkeld, merkten die successen overigens niet. Tijdens een voorlichting enkele weken geleden, werd mij nog te verstaan gegeven dat ik de enige was die mopperde over KEI en dat de rest zeer tevreden was.

Het roer om is bij KEI niet genoeg, resetten evenmin. Wat telt is dat we verlangen naar behoorlijke digitale communicatie met alle betrokkenen en modernisering van dossiers. Het punt is dat bij KEI, ondanks waarschuwingen, de lat veel hoger werd gelegd dan ons verlangen. Zo werd het een project met een onhaalbaar doel. Pas nu komt het besef dat het rechtsbedrijf complex in elkaar zit, te complex om met een grote knal te automatiseren. Gelukkig komt de prioriteit nu te liggen bij digitale toegang en communicatie. Precies waar ook de buitenwereld behoefte aan had en heeft. Ik herinner er nog maar eens aan dat veel advocatenkantoren uitsluitend nog een fax hadden om met gerechten te communiceren.

De schade is enorm: tijdverlies, miljoenen weg. Energie verloren in vergeefse projecten. Nodeloze investeringen van advocatenkantoren die moesten aanhaken

De schade is enorm: tijdverlies, miljoenen weg. Energie verloren in vergeefse projecten. Nodeloze investeringen van advocatenkantoren die moesten aanhaken. En onderbezette griffies: bij aanvang van KEI was becijferd dat een groot deel van het griffiepersoneel overbodig zou worden. Die becijfering, waar een heus, en vast niet gratis, extern bureau voor werd ingeschakeld, ging ongeveer zo: fantaseer dat een groot deel van de werkzaamheden op de griffie wordt geautomatiseerd, hoeveel personeel scheelt dat? De uitkomst zal u niet verbazen: een groot deel (tot 49 procent). In mijn column op nrc.nl van december 2015 mopperde ik daar al over. Gaten werden ondertussen opgevuld met stagiaires en tijdelijke contractanten. Voor resterenden die reeds aangewezen waren om te vertrekken, is er nu één lichtpuntje. Er wordt geprobeerd hen „terug te spiegelen” (jeuktaal voor: u kunt toch blijven).

Ik hoop vurig dat er eindelijk eens geleerd wordt van de reeks automatiseringsfouten. Dat wijzigingen niet beperkt blijven tot wéér een nieuwe naam voor onze ICT-afdeling. Die veranderde de afgelopen jaren van Ictro in Spir-it naar IVO. Nieuwe doelstellingen op ICT-gebied moeten behapbaar zijn, met de nadruk op wat het hardst nodig is. Geen fantasieën meer.

Rest de vraag: wie houden we verantwoordelijk voor deze deconfiture? De Raad voor de rechtspraak? Of de gerechtsbestuurders die de raad zo gehoorzaam volgden en niet luisterden naar klachten van het eigen personeel? En wat te denken van de almaar facturerende ICT-leveranciers? Zeker waar het functioneren van de rechtspraak op het spel staat – en miljoenen aan publiek geld – lijken mij de antwoorden op die vragen van belang.

    • Matthieu Verhoeven