Laagopgeleid? Praktisch geschoold!

Ewoud Sanders

We krijgen te veel suiker binnen zonder dat we daar erg in hebben, meldde het NOS Journaal begin deze week. Bij de aankondiging van dit onderwerp verscheen op een scherm achter de nieuwslezer de zoveelste nieuwe samenstelling met sjoemel-. Het Journaal lanceerde het nieuwe woord sjoemelsuiker. Het was een stille lancering, in de reportage werd het woord niet uitgesproken.

Het begon in september 2015 met sjoemelsoftware, een neologisme dat een paar maanden later tot het officiële ‘Van Dale Woord van het Jaar 2015’ werd uitgeroepen.

Inmiddels kun je bijna een alfabet vullen met nieuwe sjoemelsamenstellingen. Ik noem er een paar. Sjoemelauto, sjoemelbak, sjoemelcultuur, sjoemelchip, sjoemeldiesel, enzovoorts, tot sjoemelzaad. Het mooist vind ik de samenstellingen die, net als sjoemelsoftware, allitereren. Tot die categorie behoren onder meer sjoemelsigaret, sjoemelstroom en nu dus ook sjoemelsuiker.

Het woorddeel sjoemel- is, zoals algemeen bekend, afgeleid van het werkwoord sjoemelen, dat in 1901 voor het eerst in een woordenboek is opgetekend in de betekenis ‘met de kaarten morsen, valsch spelen’. Pas sinds de jaren zestig wordt het gebruikt voor ‘bedriegen’ in het algemeen.

Dat er nu doorlopend nieuwe sjoemelsamenstellingen ontstaan toont volgens mij niet alleen aan hoe wijdverbreid bedrog is, maar ook dat bedrog steeds vaker wordt ontmaskerd. Ik vermoed daarom dat er de komende jaren nog veel nieuwe sjoemelsamenstellingen bij zullen komen.

Laagopgeleid. Op Radio 1 hoorde ik eind vorige week een interessante discussie over de woorden laag- en hoogopgeleid. Diverse onderwijshervormers zijn tegen de aanduiding laagopgeleid omdat die de lading niet dekt en maatschappelijk stigmatiserend is.

Er is al diverse malen voorgesteld, onder meer door GroenLinks, om laag- en hoogopgeleiden te vervangen door praktisch en theoretisch geschoolden, maar die aanduidingen willen nog niet echt beklijven.

Op de radio werd een oproep gedaan om alternatieven te bedenken. Of een verandering van etiket de maatschappelijke stigmatisering echt zal wegnemen, valt te bezien, maar laagopgeleid lijkt mij inderdaad niet meer van deze tijd. Goede alternatieven dus welkom.

Maken. Een lezer van deze rubriek signaleerde de opkomst van het woord maken. „Het is verbazingwekkend wat er tegenwoordig allemaal wordt ‘gemaakt’”, schreef hij.

Hij gaf drie voorbeelden: we hebben een stap gemaakt (in plaats van genomen); er is vooruitgang gemaakt (in plaats van geboekt); en: een beslissing maken (in plaats van nemen).

Je hoeft niet lang te zoeken naar de bron van deze taalverandering, die al langer gaande is: het gaat hier om invloed van het Engels. De bovenstaande voorbeelden lijken uit het Engels geplukt: making progress, making a decision.

Rabatti. Tot slot een vraag. Een lezer, geboren en getogen in Rijswijk, zegt geregeld niet goed bij je rabatti zijn voor ‘niet goed bij je hoofd zijn’. Zij is benieuwd naar de herkomst en verspreiding van deze uitdrukking, die ik zelf niet kende. Wat betreft de herkomst: rabattig is een weinig gebruikt woord voor ‘oud, bouwvallig’ en ‘armoedig’ maar het is logischer om te zoeken naar een woord met als betekenis ‘hoofd’.

Suggesties via post@ewoudsanders.nl of Twitter @ewoudsanders.

schrijft over taal.
    • Ewoud Sanders