Column

Koons’ páts! is het lot van álle kunst

Joyce Roodnat

Is het zo erg dat het kunstwerk van Jeff Koons aan diggelen ligt? Joyce Roodnat vindt van niet, want is kunst wel zo eeuwig?

Berend Strik bij EENWERK met zijn doek ‘Decyphering the Artist’s Mind, studio JP, NR3’. foto Erik van Zuylen

In de Nieuwe Kerk in Amsterdam breekt de blauwe spiegelbol op het aldaar tentoongestelde werk van Jeff Koons. Mij lijkt het geen probleem. Integendeel, het werk wint erbij. In plaats van die gratuite spiegeling van kerkinterieur plus mensen, hebben we nu de scherven en hun verhaal: zo was de bal er, toen tikte er iemand tegen en toen was hij een hoopje glanzende gruzelementen. En nu verwijst die titel Gazing Ball naar tijdelijkheid: alles wat hij heeft weerspiegeld, al die selfies, al het oh en ah, is weg. Gazing Ball gaat niet meer over het Al, maar over Páts!

Van de Zwitserse eat-artist Daniel Spoerri zag ik eens in een Duits museum een schilderij waar hij korsten brood op had gefixeerd. Alleen, het brood was verdwenen. In het depot hadden ratten het eraf gegeten. Het museum wilde het doek restaureren maar Spoerri, vertelde een suppoost, waardeerde de action art van de ratten en verbood dat.

Ik vertrouw erop dat Koons geen nieuwe bal monteert, maar de zegen van het páts inziet en de scherven handhaaft. Kunst lijkt wel eeuwig, maar is dat helemaal niet. De tempels op het Parthenon begonnen felgekleurd. Schilderde Rembrandt echt zo donker? Barnett Newmans rood op ‘Who’s Afraid of Red Yellow and Blue’ was veel dieper. Zeggen ze.

Terwijl zondag Koons’ werk het eeuwige met het tijdelijke verwisselt, presenteert een paar Amsterdamse tramhaltes verderop kunstruimte EENWERK een eendagsexpositie. Gedurende één dag laten ze daar één kunstwerk zien. Wie ervan weet, kan komen kijken. Daarna rest alleen het verhaal. En dat moet het navertellen waard zijn, anders werkt dit niet.

En ja, het ís bijzonder: een groot doek van Berend Strik. Hij bewerkte met naald, draad, flarden fluweel en geel gaas een levensgrote afbeelding van de verfbespatte vloer van het atelier van de Amerikaanse action painter Jackson Pollock. De borduursels halen details op, sturen het oog, voegen een derde dimensie toe. Het geheel is een trage klap, die Berend Strik versmelt met Pollock en mij met Berend Strik.

Juist bij een eendagsexpositie hoort een illustere opening. Kunstkritiekfenomeen Rudi Fuchs legt uit hoe Pollock de schilderkunst radicaal veranderde en waarom Striks antwoord zo gepast is. „De rest mag Rem vertellen” besluit hij, waarop architect Rem Koolhaas opduikt en Striks effect op Pollocks privacy ontleedt. Uit zijn handen glipt een boek over Pollock – vallende woorden die onbedoeld Pollocks vallende verfspatten echoën.

Naderhand bel ik Strik en vraag hem wat hij vindt van de knal van de bal van Koons. Strik is een bedachtzaam mens. Hij neemt zijn tijd. Zegt dan: „We worden allemaal met de dag ouder. Moet kunst dan altijd nieuw en heel blijven?”