Islamitische Staat

Rechter: overheid moet vrouw van jihadist terughalen uit kamp in Noord-Syrië

De Rotterdamse rechter vindt dat de overheid meer moeite moet doen om een Nederlandse vrouw van een jihadist terug te halen uit een Noord-Syrisch kamp. Dat blijkt uit een beslissing van de Rotterdamse rechtbank die al in februari was genomen, maar pas dinsdag is gepubliceerd.

De vrouw, die zwanger is en al een kind heeft, was in Syrië getrouwd met een jihadist uit Antwerpen. Ze was al in 2013 naar Syrië gegaan. Haar man zou in Raqqa hebben gewerkt voor de politie van Islamitische Staat. De vrouw zit in een vluchtelingenkamp in het Noord-Syrische Ain Issa. Dat staat onder gezag van de Koerdische autoriteiten. Die willen van uitreizigers en hun familie af. Het Openbaar Ministerie wil de vrouw vervolgen omdat zij haar man ondersteund zou hebben bij zijn werk voor IS.

Omdat haar verblijfplaats bekend is, had het OM aan de rechtbank gevraagd om een ‘bevel tot gevangenneming’ uit te vaardigen tegen de vrouw. De rechtbank heeft dat verzoek dus toegewezen.

Daarmee legde de rechter de bal bij minister Grapperhaus (Justitie, CDA), om duidelijk te maken of de overheid wil meewerken aan de uitlevering van de vrouw. Tot nu toe heeft Nederland geweigerd uitreizigers en hun gezinnen te helpen om terug te komen. Ze moeten op eigen kracht naar een consulaat of ambassade in Irak of Turkije zien te komen.

Grapperhaus zei woensdagochtend in de Tweede Kamer tijdens een overleg over terrorismebestrijding, dat „de situatie in Noord-Syrie onveilig blijft”. Ook herhaalde de minister dat de Nederlandse overheid geen uitreizigers of hun familie terughaalt. Na de beslissing van de rechtbank had hij daaraan niets toe te voegen, zei Grapperhaus.

Advocaat Bart Stapert heeft namens de vrouw aangegeven dat zij graag naar Nederland wil terugkomen om zich te verantwoorden, maar meer hulp van de overheid wil.

    • Kees Versteegh