Column

Hoe Netflix de documentaire verandert

keek de documentaireserie Wild Wild Country op Netflix en concludeert: De documentaire wordt steeds meer entertainment.

Bhagwan Shree Rajneesh en zijn privésecretaresse Ma Anand Sheela.

Zoals Netflix ons leert op een andere manier naar tv-series te kijken (langer achter elkaar en intensiever), zo veranderen de documentaireseries van de betaalzender ook ons idee van wat een documentaire is, of zou moeten zijn.

De grootste successen van non-fictieseries op abonneezenders zijn zonder uitzondering Amerikaans en betreffen veelal spectaculaire, langdurige rechtszaken, waarin schuld en onschuld niet eenvoudig vast te stellen zijn. Denk aan Making a Murderer, The Jinx of het al wat oudere The Staircase.

Afgezien van de inhoud wijkt ook de vormgeving van veel Amerikaanse documentaireseries af van de Europese traditie. Duidelijker dan ooit wordt dat in de nieuwe serie Wild Wild Country geregisseerd door de broers Chapman en Maclain Way. Opnieuw is het onderwerp ongelooflijk en extreem: de strijd in Oregon (1981-85) tussen in het rood geklede volgelingen van Bhagwan Shree Rajneesh en de omwonenden van de door hen in de woestijn gestichte stad Rajneeshpuram. Het liep hoog op tussen cowboys en hippies, op de rand van een burgeroorlog. Er werden ernstige misdrijven begaan, vooral door het rode kamp, ook al is dat in het begin niet direct duidelijk.

De trailer van Wild Wild Country.

Maar zo mogelijk nog extremer dan de keurig van beide zijden belichte feiten is de vorm die de gebroeders Way kozen voor hun relaas van bijna zes en een half uur. De montage is snel en bedient zich van speelfilmtechnieken. Je wordt als kijker voortdurend bij de lurven gepakt en meegesleept in een enerverende achtbaanrit. In een meer traditionele observerende documentaire, zoals De Meester en het echte leven (VPRO, 2004) van regisseur Frank Wiering over vier op hun tijd bij de Bhagwan terugblikkende Nederlandse volgelingen (sannyasins), wordt de kijker uitgenodigd goed op te letten en zelf conclusies te trekken. Wild Wild Country trekt ook zelf geen conclusies, maar dompelt ons wel onder in wisselbaden van emoties, met enige verwarring als gevolg.

Lees ook onze recensie van Wild Wild Country: Bhagwans wilde wereld in de woestijn van Oregon

Bij het samenstellen van een eerdere Netflix-documentaire, The Battered Bastards of Baseball (2014) over het honkbalteam Portland Mavericks van hun eigen grootvader Bing Russell, waren de broers Way gestuit op enorme hoeveelheden archiefmateriaal over Rajneeshpuram en het belendende stadje Antelope. Omdat ze als millennials nog nooit van de Bhagwan gehoord hadden, gingen ze het tot op de bodem uitzoeken en interviewden de belangrijkste nog levende betrokkenen. Vooral de gesprekken met de privésecretaresse van de goeroe, de algemeen als kwade genius beschouwde Ma Anand Sheela, zijn fascinerend.

Entertainment

Het vaak onscherpe archiefmateriaal, niet zelden vervagende vhs-tapes, is in hoog tempo gemonteerd, op permanent aanwezige muziek gecomponeerd door Brocker Way, oudere broer van de regisseurs. Die montage is ook overwegend nogal letterlijk. Als er sprake is van gif in de koffie van een sektelid, dan zien we een close-up van een (andere) sannyasin die een koffiemok aanreikt. Er kan zo geen misverstand, of zelfs maar spanning ontstaan, tussen woord en beeld. In goed Amerikaans: what you see is what you get.

De werkelijkheid in al haar fascinerende paradoxen wordt er behapbaar door en je verveelt je geen moment. Op zich geen kwaad woord over documentaire als entertainment: in hun bekroonde documentaireserie Schuldig (HUMAN, 2017) over armoede in Amsterdam-Noord bedienden Ester Gould en Sarah Sijlbing zich van vergelijkbare, buitengewoon effectieve technieken.

Dit is de richting waarin de documentaire zich aan het bewegen is. Prima, met één kanttekening: laten we ons realiseren dat er meerdere vormen van documentaire zijn, die ook bestaansrecht hebben en houden.

Wild Wild Country. Regie: Chapman en Maclain Way. Afl 1-6. Netflix.