Recht & Onrecht

Een Wet op Ongewenste Praatjes is zeer ongewenst

Plannen in de Kamer om de wet zo aan te passen dat ongewenste meningen kunnen worden aangepakt, is volkomen heil- en zinloos. Matthieu Verhoeven in de Togacolumn.

Imam Fawaz Jneid ANP Freek van den Bergh

De afgelopen weken is er de nodige deining ontstaan over “preken” van de salafistische imam Fawaz Jneid. Hij zou de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb een afvallige hebben genoemd. Een dergelijke opmerking is zo te zien niet strafbaar. De lading die sommigen eraan geven is dat een dergelijke kwalificatie door een geestelijke in salafistische kringen is op te vatten als een soort vogelvrijverklaring, en daarmee te beschouwen als een oproep tot geweld.

Tijdens het vragenuurtje in de Tweede Kamer ontstond een discussie over de vraag of Jneid is aan te pakken en zo niet, of de wet dan moet worden gewijzigd. Ook minister Grapperhaus droeg een steentje bij door met wrevel te constateren dat de imam binnen de grenzen van de wet was gebleven. Later veranderde dat en wilde de minister dat het afgelopen moest zijn met de straffeloosheid van dit soort opmerkingen, sterker nog, ook bedreigende meningen moesten ophouden!

Een mening hebben mag

In Nederland is de vrijheid tot het hebben van een mening volledig. Hoe bizar of bezopen ook, eenieder mag menen wat hij wil. Een bestrijding van die meningsvrijheid vergt een medische expertise die we gelukkig (nog ?) niet hebben: het in hoofden kijken naar meningen kan niet en dat moet vooral zo blijven. Het plan iets aan die meningen te doen, moet maar worden beschouwd als een uiting van frustratie en niet als een serieus voornemen tot wetgeving.

Met het uiten van meningen ligt het anders. Het recht op vrije meningsuiting is in Nederland groot maar niet onbeperkt. Het strafrecht geeft daar de grenzen aan, in diverse artikelen. Zo mogen uitingen niet beledigend of bedreigend zijn, niet discriminerend en zij mogen niet haatzaaiend zijn of aanzetten tot geweld. Me dunkt een stevig pakket. In dat pakket is wel de door de rechter beschermde ruimte om te choqueren of ronduit vervelende dingen te zeggen. En laten we dat vooral zo houden, al was het maar omdat sommigen pas door hebben dat zij op de verkeerde weg zijn als er krasse taal wordt gebezigd.

Nonsens verkopen mag in Nederland. Zelfs als dat pijnlijke nonsens zijn. Zo is het bijvoorbeeld in Nederland, anders dan in sommige andere landen, op zich toegestaan om het bestaan van de Holocaust te ontkennen. Iemand die zoiets beweert is ernstig niet goed snik of kent de geschiedenis niet, maar is niet strafbaar, tenzij zijn opmerkingen daarover kunnen worden gekwalificeerd als groepsbelediging of aanzetten tot haat.

Wet op ongewenste praatjes

Maar kennelijk vindt ook een Kamermeerderheid op dit moment de wetgeving om ongewenste meningsuitingen aan te pakken ontoereikend. Maar hoe moet een nieuwe wet op ongewenste praatjes er dan uit zien? En wie gaat uitmaken wat er niet door de knellender beugel kan?

Moet iemand alles waterdicht kunnen bewijzen wat hij zegt? Het zal stil worden in de kerk en in de Kamer.

Mag iets dat feitelijk juist is niet worden gezegd, bijvoorbeeld omdat het stigmatiserend zou kunnen werken?

Hoe gaat de nieuwe wettelijke norm worden geformuleerd? Vage normen die door de rechter mogen worden ingevuld? Of zeer uitgebreide (ambtelijke of ministeriële) voorschriften die maandelijks moeten worden aangepast omdat er weer iets is ontdekt dat binnen de lijntjes blijft maar toch ongewenst is? Krijgen we nieuwe normen als er na verkiezingen een andere politieke wind gaat waaien? Verdwijnen er ook weer strafbare uitingen als ontdekt is hoe het echt zit (de aarde draait toch om de zon)?

Er is mee te werken

De serie vragen is eindeloos uit te breiden. Deze nieuwe wetgevingsplannen lijken mij volkomen heil- en zinloos. Het huidige arsenaal aan wetgeving is meer dan genoeg om uitwassen aan te kunnen pakken. Hoe moeilijk het soms ook is - mensen minder minder laten roepen is op dit moment wel strafbaar, zeggen dat je de eerste Rus nog moet tegenkomen die zijn fouten toegeeft op dit moment niet – er is mee te werken. Het grote goed vrijheid van meningsuiting is die moeite ook waard.

En als je de imam aan wilt pakken omdat de impliciete boodschap van zijn preek is het aanzetten tot geweld, dan kun je dat op die manier aan de strafrechter voorleggen. Dat is een stuk geloofwaardiger dan mopperen over binnen de lijntjes kleuren maar kennelijk toch straf verdienen. Over ongewenste praatjes gesproken.

De Togacolumn verschijnt tweewekelijks en wordt geschreven door een rechter, officier of advocaat.

Blogger

Matthieu Verhoeven

Matthieu Verhoeven studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarna werkte hij ruim tien jaar als advocaat. Hij is sinds 1994 rechter, in diverse functies, van kantonrechter tot sectorvoorzitter, vooral werkzaam in de civiele sector van de rechtbank in Almelo. Op dit moment doet hij vooral insolventies (faillissementen en schuldsaneringen) en kort gedingen.