Foto Lars van den Brink

Droog bestaat 25 jaar: ‘Voor opdrachtgevers zijn we vaak te creatief’

Design Renny Ramakers zette 25 jaar geleden met Gijs Bakker het platform Droog op, waarmee ze ‘Dutch Design’ op de kaart zetten. Tijd om de balans op te maken. „In die 25 jaar Droog zijn maar weinig van onze maatschappelijke projecten uitgevoerd.”

Ze noemt zichzelf een ‘omkeerder’, iemand die de wereld op zijn kop zet. En dat ongebruikelijke perspectief gebruikt ze, zegt Renny Ramakers (1946), om vormgeving op een originele manier te verbinden met maatschappelijke thema’s en ontwikkelingen.

Een uitgangspunt dat haar internationale bekendheid heeft gebracht. Wereldwijd wordt Ramakers, kunstcriticus van huis uit, geassocieerd met de designklassiekers van Droog, het platform dat ze in 1993 samen met ontwerper Gijs Bakker oprichtte.

Droog zette ‘Dutch Design’ in de jaren negentig op de kaart. Die opmars begon met een selectie van eigentijdse Nederlandse vormgeving op de jaarlijkse designbeurs in Milaan. Van jonge, toen nog onbekende ontwerpers als Jurgen Bey, Hella Jongerius en Tejo Remy toonden Ramakers en Bakker daar gebruiksvoorwerpen die het alledaagse op een bijzondere en vrolijke manier presenteerden, zoals een van vodden gemaakte stoel, een boomstambank, en een lamp van oude melkflessen.

Al vrij snel na de oprichting bleken jonge ontwerpers Droog helemaal niet meer nodig te hebben als podium voor hun producten. Het designplatform verbreedde de activiteiten, organiseerde wereldwijd tentoonstellingen, opende winkels in Amsterdam en New York, en in 2012 stond Ramakers in Newsweek opeens tussen Angela Merkel en Oprah Winfrey in een lijst met ‘150 Women Who Shake the World’.

Deze maand viert Droog zijn 25-jarig jubileum. Voor Ramakers een moment om de balans op te maken en met een tentoonstelling „het een en ander recht te zetten”.

Droog heeft zichzelf al een paar keer opnieuw uitgevonden, zegt Ramakers, die in haar eentje directeur is sinds mede-oprichter Gijs Bakker in 2009 vertrok. Ze spreekt van „Droog 3.0”. In de ontwerpstudio en op kantoor werken geen twaalf mensen meer, zoals in de hoogtijdagen, maar nog slechts een handvol. De afgelopen twee jaar zijn geen nieuwe producten ontwikkeld, en de fabricage en distributie van bestaande Droog-producten is onlangs uitbesteed aan een externe organisatie.

Ramakers is ook bezig om de Droog-winkel in Amsterdam, ondergebracht in een groot designcomplex inclusief café en éénkamerhotel, te veranderen in de showroom van de webstore. Een kassa is er nog altijd, maar de toonbank is vervangen door een grote inpaktafel en de verkopers heten nu gastvrouwen en gastheren. „Een heel nieuw concept”, zegt Ramakers.

Zelf richt de oprichtster zich alleen nog op wat voor haar altijd de essentie van Droog is geweest: de maatschappelijke projecten. Op de jubileumtentoonstelling brengt ze die minder zichtbare kant van Droog voor het voetlicht.

Hoe doe je dat: met design maatschappelijke problemen oplossen?

„Door op een andere manier naar de werkelijkheid te kijken. Mag ik twee voorbeelden geven? De Gemeente Amsterdam benaderde ons twee jaar geleden. Of er iets te doen was aan de jeugdwerkloosheid in de Dapperbuurt. Die jongeren in contact brengen met bedrijven en stageplekken organiseren, dat is niet de Droog-aanpak. De gemeente had het over hangjongeren. Wij concludeerden uit de bestudering van Instagram-beelden dat in die wijk juist veel ondernemende jeugd woont.

„Toen we die jongeren via Facebook triggerden met de oproep ‘Wil je van je passie een droombaan maken?’, kregen we meer dan 350 reacties. Zo ontdekten we dat ze liever niet onder een baas willen werken. En dat ze als ondernemer niet verder komen, omdat ze tegen allerlei praktische problemen oplopen; ze missen vaardigheden, geld en werkruimte. Uiteindelijk resulteerde ons onderzoek in een plan voor een ondernemersschool, om die jongeren te coachen.”

Lees ook: Hoe lang is Dutch Design nog grappig?

En het tweede recente plan?

„Ik ben net begonnen aan een gentrificatieproject in een vooroorlogse wijk in Rotterdam. Zo’n proces van opwaardering leidt er altijd toe dat de oorspronkelijke bewoners de huren niet meer kunnen betalen en moeten vertrekken. En in het winkelaanbod ontstaat eenheidsworst. Al snel regeert de hipster-style.

„Wij gaan bij ons onderzoek uit van de oorspronkelijke bewoners. We zullen vragen aan wat voor soort winkels behoefte is. Misschien wel aan een apotheek, in plaats van de zoveelste koffiebar. Ook denken we na hoe je variatie in de winkelstraten houdt. Zou de lelijkheid van die straten niet een inspiratiebron kunnen zijn? Het uitgangspunt is dus om iets wat als een probleem wordt ervaren op een positieve manier te bekijken.”

Wat is het eindresultaat van zo’n onderzoek?

„Een ontwerp, met visualisaties van de plannen.”

En dat wordt dan vervolgens uitgevoerd?

„Nee, helaas meestal niet. Van onze laatste tien ontwerpprojecten is door de opdrachtgevers niks gerealiseerd. In die 25 jaar Droog zijn sowieso maar heel weinig van onze maatschappelijke projecten uitgevoerd. Voor onze opdrachtgevers zijn de plannen toch vaak te creatief, te ver van hun bed, ben ik bang.

„Die ondernemersschool in de Dapperbuurt, daarvan zei de gemeente direct dat er geen geld voor was. Nu zijn we over dat plan overigens in gesprek met een groep ondernemers. Dus wie weet lukt dat alsnog.”

Het wereldberoemde Droog kan welbeschouwd dus bogen op een reeks grandioze mislukkingen?

„Dat kan ik niet ontkennen. We zijn heel conceptueel, de tijd vooruit. Daarom heb ik nu een tentoonstelling gemaakt om duidelijk te maken hoe bijzonder al die plannen zijn. Ik wil laten zien dat ik een geslaagd omkeerder ben.”

Hoe frustrerend is het dat opdrachtgevers jullie voorstellen meestal in een la stoppen?

„Heel frustrerend. Zeker als de mensen om wie het gaat heel enthousiast zijn over onze ideeën, en opdrachtgevers geen antwoord geven op de vraag waarom iets niet doorgaat. Om van dergelijke projecten een succes te maken, heb je naast creatieven kennelijk ook een kwartiermaker met ondernemerskwaliteiten nodig. Die heb ik een paar maanden geleden aan mijn team toegevoegd.”

En dan toch steeds weer vol goede moed aan een nieuw project beginnen?

„Dat zit gewoon in me. Ik begrijp inmiddels wel dat de wereld anders in elkaar zit dan ik graag zou willen. Ik ben al heel tevreden als over onze voorstellen wordt nagedacht en geschreven. Dat projecten uiteindelijk niet worden geconcretiseerd, is voor mezelf geen probleem. Aan het denk- en ontwerpproces beleef ik veel plezier. Dat is de beloning waar ik het mee doe. En met de reacties: onze projecten blijken heel inspirerend te zijn. Het kan natuurlijk best dat de uitkomsten op een ander moment alsnog tot iets leiden.”

Ramakers is net terug uit China, waar ze in Shenzhen een lezing gaf met de titel Rethink Everything: from Screw to City. Ze stelt ook regelmatig tentoonstellingen samen en publiceert beschouwingen over design. Haar houding ten opzichte van de nieuwste generatie ontwerpers is positief kritisch.

U bezoekt veel designacademies. Wat valt u daarbij op?

„Dat jonge ontwerpers vooral bezig zijn met social design en hergebruik, thema’s waarmee Droog-ontwerpers 25 jaar geleden al bezig waren. Mij bekruipt hetzelfde gevoel als in 1991; toen vond ik het op designgebied ook saai. Dat veranderde op slag toen ik zag waarmee jonge ontwerpers als Tejo Remy en Piet Hein Eek destijds bezig waren.

„De opdracht voor ontwerpers van nu is om duurzaamheid begeerlijk te maken. Bij nieuwe producten is het eerste verkoopargument vaak dat de grondstoffen zijn gerecycled. Nee, een product moet in de eerste plaats aantrekkelijk zijn. „Hergebruik is geen esthetisch statement meer, zoals toen Droog begon. Begin jaren negentig maakte Piet Hein Eek kasten van sloophout om te laten zien dat je met dat waardeloos geachte hout iets moois kan maken. Dat sloophout is inmiddels een vormtaal geworden waar het op de meubelboulevard mee vol staat. De nieuwe generatie ontwerpers moet, vind ik, met een andere esthetiek komen. Vol ongeduld wacht ik op een nieuwe richting, iets met technologie.”

U bent 71, wat doet u over vijf jaar?

„Het jubileum van Droog, deze mijlpaal, dwingt mij over de toekomst na te denken. Vermoedelijk trek ik me geleidelijk verder terug. Door alleen projecten te doen ben ik eigenlijk weer terug bij het begin van Droog. Gijs en ik hadden in het begin nog gewoon een baan. En daarnaast deden we ieder jaar één project, namelijk een tentoonstelling in Milaan. Zo’n grote organisatie, weet ik nu, dat geeft maar gedoe.”

    • Arjen Ribbens