Museumcollecties zijn de dupe van de blockbusters

Advies

Musea trekken veel bezoekers, maar de nadruk op blockbusters gaat ten koste van van de collecties, zegt de Raad voor Cultuur.

Laatste dag van de expositie Late Rembrandt in het Rijksmuseum. Foto Olivier Middendorp

Het publieke succes van musea eet ze van binnenuit leeg. De nadruk op blockbusters betekent minder geld en aandacht voor collectiebeheer. Ook is er vaak onvoldoende budget voor het uitbreiden van die collectie. Daar komt bij dat het organiseren van blockbusters duur is: de kosten van het ontvangen van bezoekers, transport, verzekeringen, beveiliging, schoonmaak en slijtage van het gebouw zijn hoog.

Dat schrijft de Raad voor Cultuur in het deze donderdag verschenen ‘Sectoradvies Musea’, dat de titel In wankel evenwicht heeft gekregen. De Raad voor Cultuur is het belangrijkste adviesorgaan voor de minister van Cultuur, Ingrid van Engelshoven (D66), en komt tussen november 2017 en juli 2018 met tien adviezen over trends en ontwikkelingen op cultuurgebied.

Lees ook: Het lijkt zo goed te gaan met de Nederlandse musea, die almaar meer bezoekers trekken. Maar uit een onderzoek van NRC uit 2016 bleek al dat het vooral voor de kleine musea vaak ploeteren is.

Volgens het advies is bij musea de afgelopen jaren „onder maatschappelijke druk te veel het accent op (grote) tentoonstellingen en bezoekcijfers komen te liggen”. Tegelijk worden musea geacht het erfgoed te koesteren, „maar het beheer van collecties is een taak van de lange adem die veel geld kost en weinig aandacht oplevert”. Uit het advies: „Wij willen twee kanten van dezelfde medaille tonen: minder in het oog springende knelpunten mogen niet overschaduwd worden door jubelverhalen.”

Meer junior-conservatoren

De Raad voor Cultuur doet een aantal voorstellen om te voorkomen dat deze ontwikkeling – slecht collectiebeheer, oplopende kosten – zich doorzet. Zo moeten musea in staat worden gesteld junior-conservatoren aan te nemen, die nog door de huidige generatie conservatoren opgeleid kunnen worden. Want ook dat is een probleem: „Het bestand van conservatoren vergrijst. De helft van de beroepsgroep zit in de leeftijdscategorie 55-65 jaar en ongeveer een kwart in de categorie 45-55 jaar.”

De knelpunten doen zich het meest urgent voor bij middelgrote en kleinere musea: „Er is een spanningsveld tussen de vlaggenschepen van de Nederlandse museumwereld en de vele musea die op lokaal niveau van grote betekenis zijn, maar met minimale middelen moeten opereren.” Nieuwe aankopen zijn voor zulke musea vaak lastig, omdat fondsen slechts een bijdrage aan de aankoopsom leveren, en zij zelf de rest moeten aanvullen.

Een mogelijke remedie is de toevoeging aan het Mondriaan Fonds van een apart, regionaal aankoopfonds, „voor aankopen van bescheiden omvang die voor een regio van groot belang zijn”. Ook zou er een andere verdeling van die aankopen moeten komen: „Gezien de verhouding tussen het aantal kunstmusea en andere musea, zijn de bijdragen voor aankopen van kunstwerken onevenredig hoog.” Het aantal kunstmusea bedraagt een achtste van het totaal. Ruim de helft van de Nederlandse musea, 59 procent, heeft geschiedenis en erfgoed als dragend thema.

Ondanks de steeds hogere bezoekcijfers voor musea – 34,4 miljoen bezoeken in 2016 – signaleert In wankel evenwicht alvast dat „museumbezoek voor de komende generatie niet vanzelfsprekend is, de sector profiteert nu van een grote groep oudere, hoogopgeleide bezoekers met veel vrije tijd”. Voorbeelden van strategieën om ook die nieuwe generatie aan zich te binden zijn pop-upmusea, gastcuratoren, wijkambassadeurs en multimediale presentaties, maar vooral: „Presenteer de collectie vanuit een meerstemmig perspectief, om haar aansprekend te maken voor publiek met een andere culturele canon.”

Omdat het „niet alleen moet gaan om hoeveel mensen je wilt bereiken, maar vooral om wie je wilt bereiken”, moeten subsidieverlenende overheden „musea de ruimte geven om nieuwe publieksgroepen aan te trekken, ook als dat veel inspanning vergt en niet per se zorgt voor stijgende bezoekersaantallen”. Ook wordt aangeraden om bij opleidingsplekken voor jonge conservatoren „speciale aandacht te besteden aan conservatoren met een migratieachtergrond”.

Lees ook wat we schreven naar aanleiding van het muziekadvies: Raad voor Cultuur: ‘Subsidie theater moet flexibeler’, en het theateradvies: Overheid moet meer steun geven aan popmuzikanten