Ouderen minder kans op baan door beeldvorming

Werkloos Minder mensen verloren hun baan. Maar er zijn nog veel achterblijvers op de arbeidsmarkt, waarschuwt uitkeringsinstantie UWV.

Voor langdurig werklozen uit krimpsectoren is er vaak maar één oplossing: bij- of omscholing. Foto Bart Maat/ANP

Ouderen, langdurig werklozen en arbeidsgehandicapten komen nog steeds moeilijk aan het werk, ondanks de snel dalende werkloosheid in Nederland. Uitkeringsinstantie UWV constateerde woensdag, bij de presentatie van het jaarverslag over 2017, een „groeiende mismatch” op de arbeidsmarkt.

Veel mensen vonden vorig jaar een baan. Het aantal nieuwe WW-uitkeringen daalde met 21 procent ten opzichte van een jaar eerder.

Toch zijn er nog achterblijvers. Van de mensen die nu nog een WW-uitkering krijgen, is een op de drie ouder dan vijftig jaar. In 2013 was dat nog een kwart. „Dat heeft vooral te maken met de beeldvorming”, zegt UWV-bestuursvoorzitter Fred Paling. Werkgevers denken dat ouderen minder productief zijn, of dat ze vaker ziek zijn. „Dat beeld moet bijgesteld worden.”

Ook mensen die al langer dan een jaar werkloos zijn, komen nog steeds moeilijk aan een baan. Veel van hen hebben werkervaring in beroepen waar steeds minder vraag naar is. „Bijvoorbeeld mensen die jarenlang administratief werk hebben gedaan bij een bank of verzekeraar”, zegt Paling.

Europese middenmoot

Voor langdurig werklozen uit krimpsectoren is er vaak maar één oplossing: bij- of omscholing. Maar voor scholing is in Nederland relatief weinig overheidsbudget, zegt Paling. „In Europa zitten we in de middenmoot.” Sinds het kabinet-Rutte I krijgt het UWV bijvoorbeeld niet langer structureel geld voor ‘re-integratiebudgetten’, waarmee WW’ers een cursus kunnen volgen.

Ook sommige werkgevers moeten anders gaan denken, volgens Paling. „Je moet niet langer zeggen: ‘Ik wil alleen mensen die morgen inzetbaar zijn’. Organiseer bijvoorbeeld een opleiding voor mensen die een andere achtergrond, maar de juiste competenties hebben.” Kortom: werkgevers moeten verder vooruit kijken.

Werkgevers zijn ook nog terughoudend in het aannemen van mensen met een handicap – ook in sectoren waar nog volop vacatures zijn. Van alle gehandicapten die een Wajong-uitkering hebben en van wie het UWV zegt dat ze kunnen werken, heeft ongeveer de helft een baan. „Hun participatie blijft ver achter bij de rest van de beroepsbevolking”, zegt Paling. „Ook in Europees perspectief zitten we op zijn best in de middenmoot.”

Het UWV kan werkgevers helpen bij het creëren van banen voor gehandicapten. Bijvoorbeeld door ‘jobcarving’. Adviseurs van de uitkeringsinstantie kijken dan of meerdere eenvoudige taken in een organisatie kunnen worden samengevoegd tot één baan die een Wajong’er zou kunnen uitvoeren.

Gehandicapten vinden lastig werk, ook in sectoren waar volop vacatures zijn

Een lastig punt voor werkgevers is dat het UWV niet het aanspreekpunt is voor alle arbeidsgehandicapten. Sinds 2015 komen veel nieuwe gevallen in de Participatiewet terecht – en daar zijn gemeenten verantwoordelijk voor.

Het UWV probeert zoveel mogelijk samen te werken met gemeenten, zegt Paling, óók in de dienstverlening voor werkgevers. „Maar daar slagen we niet in elke regio even goed in. Dat is nog een uitdagingen voor 2018.”

Vorig jaar is ook het aantal WIA-uitkeringen voor langdurig zieken sneller toegenomen. De instroom was 4 procent hoger dan een jaar eerder. Dat is deels te verklaren door de oplopende pensioenleeftijd. Niet alle zestigplussers houden het werk zo lang vol. Paling verwacht dan ook dat deze toename de komende jaren zal aanhouden. De AOW-leeftijd is nu 66 jaar, over drie jaar 67. Daarna stijgt hij mee met de levensverwachting.