Van woonwagenkamp naar ‘villawijk’

Beukbergen Waar veel gemeenten hun woonwagenkamp het liefst zien verdwijnen, stak Zeist er juist miljoenen in. Beukbergen is een modelkamp geworden, en een stuk groter. Ook koning Willem-Alexander is komen kijken.

Impressie van Beukbergen Foto Daniel Niessen

Het gras is fris en pril op woonwagenkamp Beukbergen. Over de glimmende klinkers stuift wat bouwzand. Een paar jaar geleden zag je hier aan de rand van Huis ter Heide nog bos, modder en onverharde wegen. „Het is een villawijk geworden”, zegt bewoner Franca Vos (53) glunderend.

Beukbergen vierde afgelopen maand zijn opleverfeest. Na acht jaar bouwen is het kamp meer dan grondig opgeknapt, én uitgebreid. Een unicum in Nederland, waar gemeenten al jarenlang woonwagenkampen laten ‘uitsterven’. Criminaliteit zou er immers de overhand hebben. Als een ‘kamper’ overlijdt of verhuist, komt er doorgaans geen nieuwe bewoner.

Zo niet op Beukbergen. Dat groeide met ruim vijftig woonwagens en huizen naar 220 ‘woonlocaties’. Daarmee is het nu het grootste woonwagenkamp van Europa. En dan kunnen er nog 23 ‘locaties’ bij.

Een woonwagen zonder wielen

„Vind je het erg om je schoenen uit te doen?”, vraagt Franca Vos bij de deur van haar woonwagen. Ze is de enige vrouw in de zeshoofdige bewonerscommissie van het kamp. Vanaf haar tweede woont ze er. „Ik kom uit Het Gooi, uit Naarden. Had je dat verwacht?” Ze lacht. „Maar ik ben gewoon geboren in een wagen, hoor. Het kamp was klein en bestaat helaas niet meer.”

Vos’ woning op Beukbergen heeft een kelder en een bovenverdieping, en staat niet op wielen. Maar het ís een woonwagen, verzekert ze. „Gebouwd op een stalen chassis. Het bestaat uit vier stukken en is volledig demontabel.” Binnen zie je daar niks van: de keuken heeft een open haard, de marmeren vloeren lopen in elkaar over en de eikenhouten trap oogt massief.

Woonwagenbewoners, vertelt Vos, zijn van oudsher handwerkslieden. „Zoals stoelenmatters en scharenslijpers.” Tot in de jaren zestig reisden ze van plek naar plek. Zo was het leven van haar ouders: „Twee maanden op Soesterberg, daarna twee maanden naar Enschede, en weer weg als het werk klaar was.”

Woonwagenbewoners wonen nu op vaste plekken, wielen aan hun woning zijn overbodig. Tegenwoordig handelen ze vooral in auto’s, caravans, onderdelen en, zoals Vos, in huis-tuin-en keukenspullen als pannensets en serviezen.

Deplorabele staat

Burgemeester Koos Janssen (CDA) van Zeist, waar Huis ter Heide onder valt, was in 2006 net in functie toen hij Beukbergen bezocht. „Het kamp verkeerde in een deplorabele staat.” Hij struikelde over hobbelige paden, zag krotten van schuren. De bewoners hadden zelf hun elektriciteit, water en riolering aangesloten. „Het hele land had stadsvernieuwing gehad, behalve Beukbergen.”

De relatie tussen bewoners en gemeente was slecht. „Toen de burgemeester voor de eerste keer kwam, waren we argwanend”, zegt Vos. „Al jaren kwamen er ambtenaren langs, maar er veranderde niks.”

Burgemeester Janssen beaamt dat: „Als de gemeente op Beukbergen verscheen, dan werd er meteen betutteld, gezegd wat er allemaal niet mocht.”

Bovendien was de gemeente zelf verantwoordelijk voor de verwaarlozing van het kamp, zegt Janssen. Daar moest snel iets aan gebeuren, vond hij. Ook al omdat er een wachtlijst was van vijftig mensen voor een plek op Beukbergen, met name kinderen van bewoners. „Mensen vertrekken er pas als ze dood zijn.”

Marie, in Beukbergen te Zeist. Foto Daniel Niessen

De renovatie kostte uiteindelijk 24 miljoen euro, deels gesubsidieerd door het Rijk. De gemeente, eigenaar van de grond, verkocht die aan een woningbouwcorporatie, die er 54 woonplekken extra creëerde. Er kwamen ook woonhuizen. Daar vroegen bewoners zelf om, zolang ze maar op het kamp konden blijven.

De zes straten kregen voor het eerst namen, de bewoners allemaal een kavel van 350 vierkante meter. Bedrijfjes moesten van het kamp af. Veel tijd stak de gemeente in overleg met de bewoners. „Ik was er zeker eens in de twee weken”, zegt Janssen.

Bezoek voor Beukbergen

Zouden andere gemeenten hun ‘uitsterfbeleid’ herzien na Beukbergen? Zo’n kamp heeft een duidelijke functie, en je kan er dus echt wat van maken. Uit Apeldoorn en Den Bosch zijn ze er pas nog op bezoek geweest. Advocaat Sjoerd Jaasma, gespecialiseerd in woonwagenzaken en voorzitter van de stichting achter woonwagennieuwsblad Het Wiel, is voorzichtig. „Het schuift hier en daar, maar slechts enkele gemeenten hebben het expliciet over uitbreiding.”

Franca Vos en haar kleinkinderen. Foto Daniel Niessen

Wat hij vaker ziet: gemeenten hebben nauwelijks beleid voor woonwagenkampen. „De meeste hebben niet eens een behoefteonderzoek gedaan. Ze weten helemaal niet of een woonwagenkamp groot genoeg is of moet uitbreiden.” De Nationale ombudsman concludeerde vorig jaar dat er landelijk te weinig plekken zijn voor woonwagenbewoners en dat onvoldoende rekening wordt gehouden met hun culturele identiteit – waarvan de kampen essentieel onderdeel zijn.

Die woonwagencultuur behoort sinds 2014 tot het Nederlandse cultureel erfgoed. Jaasma: „Dat hebben de woonwagenbewoners zelf aangevraagd en geregeld.” Praktische gevolgen heeft zo’n eretitel niet direct, wel geeft het erkenning. „Eindelijk positieve aandacht, na de shit die we normaal krijgen”, zegt Jaasma.

In de woonwagen laat Franca Vos een foto zien van haar met Willem-Alexander. De koning kwam vorig jaar langs op Beukbergen, en Vos mocht hem rondleiden. „Hij is zo normaal, zo’n mooi mens”, zegt ze. „Het is een eer voor je.”

Ook burgemeester Janssen glundert: „Het was de bekroning op ons werk.”