Sri Lanka laat boeddhistische haat hoog oplaaien

Sri Lanka

Net als de Rohingya in Birma zijn ook moslims in Sri Lanka doelwit van geweld door de boeddhistische meerderheid. Extremistische monniken kunnen de haat en vooroordelen ongestraft oppoken.

Een moslim jongen kijkt door het raam van een vernielde moskee in Kandy, Sri Lanka. Foto Tharaka Basnayaka/AP

Voor het huis van de 66-jarige Agurupole Gedara Leelawathi, hoog op een heuvel in het hart van Sri Lanka, wappert nog altijd de witte vlag die ze voor de begrafenis van haar zoon Kumarasinghe in de grond stak. Ruim drie weken gingen er sindsdien voorbij. Weken waarin, als reactie op zijn dood, een golf van geweld door deze heuvels trok. Leelawathi is het deels ontgaan, opgeslokt door haar eigen verdriet. Het is allemaal uit de hand gelopen, zegt ze nu zacht. En waarvoor? „Mijn zoon heb ik niet terug.”

Een plotselinge woede-uitbarsting, zo leek. Na de dood van Kumarasinghe – een Sinhalese boeddhist die door vier moslimjongens was mishandeld na een verkeersruzie – staken woedende Sinhalesen vorige maand de winkel van een moslim in de brand. En toen nog één. En nog één. Moskeeën, huizen. Een dode. Stenen door de ruit. Molotovcocktails. Nog een dode. Zeker vijf, zes dagen ging het zo door. Het geweld verspreidde zich door de omgeving van de historische stad Kandy en bleek zelfs niet door de afgekondigde noodtoestand te stoppen.

Agurupole Gedara Leelawathi (66) met een portret van haar zoon. Zijn dood zorgde voor een golf van geweld tegen moslims. Foto Eva Oude Elferink

Intussen is het gewone leven weer terug op plekken als Digana en Akurana, waar het leger nog dagelijks de zwartgeblakerde resten van telefoonwinkels en supermarkten bij elkaar veegt. Kinderen in witte uniformen haasten zich naar school, de roti kip is in de aanbieding. Maar schijn bedriegt. Praat met de jonge Sinhalese advocate, de boeddhistische monnik, de eigenaar van de afgebrande winkel en je hoort: één incident en de bom barst opnieuw.

Extremistische boeddhisten

Zo plotseling was de laatste uitbarsting immers niet. Spanningen tussen de Sinhalese boeddhisten, met circa driekwart van de 21 miljoen inwoners de grote meerderheid, en de moslimgemeenschap (bijna 10 procent) bouwen zich al langere tijd op, met name sinds het einde van de burgeroorlog in 2009. Onder Sinhalesen leeft het gevoel dat ‘hun’ eiland na de opstand van de Tamils opnieuw wordt bedreigd – nu door moslims. Die angst wordt gevoed door een veranderend straatbeeld, waarin volledig gesluierde vrouwen niet langer uitzonderlijk zijn.

Er zijn ook diepgewortelde vooroordelen. Bijvoorbeeld dat moslims, die als indringers worden gezien, de economie domineren (met name in kleine steden zijn veel winkels van moslims) en dat ze samenspannen om de meerderheid in Sri Lanka te worden: door veel kinderen te krijgen, maar ook door Sinhalesen onvruchtbaar te maken. In de oostelijke stad Ampara werden eind februari nog enkele winkels van moslims in brand gestoken, nadat het gerucht ging dat in een hotel van een moslim stiekem ‘sterilisatiecapsules’ door het eten van Sinhalesen werd gemengd.

Net als in Birma, waar de islamitische Rohingya-minderheid mikpunt is van geweld, zijn het ook hier extremistische boeddhisten die het vuur opstoken.

Berucht is met name Bodu Bala Sena (BBS), een radicale nationalistische organisatie die banden zou hebben met de al even militante Ma Ba Tha in Birma. Een opruiende toespraak van hun oprichter, de boeddhistische monnik Galagoda Aththe Gnanasara, na een incident tussen een monnik en een moslim in het zuidelijke Aluthgama wordt gezien als aanleiding voor hevige anti-moslimrellen in 2014. Vier mensen kwamen daarbij om, tientallen raakten gewond.

In Theldeniya, waar het geweld vorige maand begon, liet Gnanasara zich eveneens zien. Op YouTube circuleren beelden van de monnik die het huis op de heuvel bezoekt van een hevig huilende Leelawathi, het lichaam van haar dode zoon nog opgebaard. De volgende dag, op 4 maart, gingen verderop de eerste winkels van moslims in brand.

BBS ontkent iets met de recente rellen te maken te hebben, maar weinigen geloven dit. Ook de Sri Lankese premier Ranil Wickremesinghe zei dat het geweld „systematisch en georganiseerd” oogde. Van de ruim 200 mensen die de politie arresteerde, kwam meer dan een kwart van buiten het district Kandy. Onder hen de leider van een andere club Sinhalese nationalisten, Mahason Balakaya. Een dag voor de uitbarsting riep deze Amith Weerasinghe Sinhalesen in een videoboodschap op naar Digana te komen. De video is intussen van YouTube verwijderd.

Opruimactie van het leger in Digana, twee weken nadat bij rellen winkels in brand zijn gestoken.
Foto’s Eva Oude Elferink

Straffeloosheid

Een naam die dezer dagen ook weer klinkt, is die van oud-president Mahinda Rajapaksa: een boeddhistische nationalist onder wiens bewind (van 2005 tot 2015) militanten als Gnanasara vrij baan kregen. Aan die „cultuur van straffeloosheid” beloofde de huidige regering bij de laatste landelijke verkiezingen een einde te maken. Die boodschap sloeg aan: minderheden, moslims voorop, stemden Rajapaksa massaal weg.

„En wat heeft het ons gebracht?” De retorische vraag komt van Mohamed Niyaz. In het sobere kantoortje van waaruit de imam de hulpacties aan getroffen families coördineert, hangt een poster waarop per gebied de schade is bijgehouden. Akurana: 27 families van wie eigendommen zijn aangevallen, Kundasale: 236 families. Volledig verwoeste huizen: 30. Winkels: 37. Enzovoort.

Signalen dat het kon misgaan waren er al dagen, zegt hij. Tussen de mishandeling en het uiteindelijke overlijden van de Sinhalese jongen zat ruim een week. In die tijd troffen moslimleiders en boeddhistische geestelijken elkaar meermaals. „De politie verzekerde ons dat ze de mankracht hadden om ons te beschermen”, snuift de imam. „Maar toen het zover was, waren ze opeens overweldigd.”

“De hardliners hebben nu het gevoel dat ze kunnen doen wat ze willen, de regering gaat hen toch niet aanpakken”

Imam Mohamed Niyaz

De rol van de politie zit de moslimgemeenschap hoog. Steeds weer worden telefoons erbij gepakt om video’s te tonen van agenten die niet ingrijpen terwijl relschoppers door de straten struinen. Dan zijn er nog de verhalen over een paramilitaire politie-eenheid die moslims met stokken zou hebben geslagen. De politie vertelt desgevraagd dat een team uit Colombo een onderzoek naar „de aantijgingen” is begonnen – dat onderzoek loopt nog.

Uiteindelijk is het de regering die dit heeft laten gebeuren, zegt de imam. Die wankelt al tijden, mede door een corruptiezaak waaraan ook de naam van de premier kleeft. De laatste klap kwam in februari, toen de lokale verkiezingen werden gewonnen door de oppositie onder leiding van oud-president Rajapaksa. Niyaz: „De hardliners hebben nu het gevoel dat ze kunnen doen wat ze willen, de regering gaat hen toch niet aanpakken. Die is te druk met overleven.”

Bekijk hier beelden gefilmd door Mohamed Sulhi (20) vanuit het raam van zijn huis in Digana op 5 maart. Te zien is hoe de moskee waarnaast hij woont, wordt vernield.

Nepnieuws

Politiek is niet waar de 37-jarige boeddhistische monnik Torapitiye Chanda Rathana Thero zich zorgen om maakt. Zijn tempel ligt aan dezelfde zandweg die naar Leelawathi’s huis leidt. Toen het nieuws van haar zoon bekend werd, kwamen veel jongeren uit de buurt hier naartoe. „Ze wilden weten wat ze moesten doen. We probeerden hen duidelijk te maken dat stenen gooien en huizen in brand steken geen oplossing is.”

Niet iedereen was bereid te luisteren en de monnik weet waarom. De tempel mag dan een plek voor innerlijke vrede zijn, ook hier zit men op Facebook – net als ruim 6 miljoen landgenoten. De afgelopen jaren zag hij „om de week wel” berichten voorbij komen over hoe moslims proberen de Sinhalese bevolking „te vernietigen”.

Gevraagd of hij dat soort berichten gelooft, lacht hij zijn door betelblad verkleurde tanden bloot. Dit kan hij niet beoordelen, zegt hij verontschuldigend. „Maar de jongeren zien dat en worden boos.”

Ook de Sri Lankese regering wijst naar sociale media. Tijdens het recente geweld in Kandy werden sites als Facebook en WhatsApp daarom prompt geblokkeerd. „Het hele land had anders in brand kunnen vliegen”, aldus de minister van Telecommunicatie.

Maar alleen achter Facebook aangaan is niet de oplossing, zegt onderzoeker Sanjana Hattotuwa. Na de rellen in 2014 schreef hij een uitgebreid rapport over Facebookpagina’s van militante boeddhisten, sommigen met honderdduizenden volgers, waarop openlijk werd opgeroepen moslims aan te vallen.

„De kern van het probleem is dat iedereen in een saffraankleurige gewaad [de kleding van boeddhistische monniken] hier nog steeds ongestraft haat en leugens kan verspreiden. Dat is de werkelijke tragedie van dit land.”

Website Groundviews heeft rondom en na de geweldsgolf sociale media gemonitord en alle radicale en racistische berichten verzameld in een openbare Google Drive