Sal was geen verrader

Tweede Wereldoorlog De joodse onderduiker Salomon Walvis werd in 1944 door verzetsmensen in Limburg geliquideerd op verdenking van verraad. Ten onrechte, bleek al snel. Zijn zaak werd na de oorlog in de doofpot gestopt. Nu is Walvis alsnog officieel gerehabiliteerd.

Salomon Walvis en Rientje Walvis. Foto uit bundel Het kapitaal van Sal Walvis

In het voorjaar van 1943 komt de joodse Amsterdammer Salomon Walvis (27) thuis met een geleende fiets. Het leven gaat ingrijpend veranderen, heeft hij zijn vrouw Rientje al verteld. Rientje en hij zullen een fietstocht gaan maken door Nederland. Zijn Sperr van de Joodse Raad, de vrijstelling van deportatie omdat hij als ‘verkoper voedselvoorziening’ onmisbaar zou zijn, is namelijk ingetrokken en zijn gezin moet zich melden voor vertrek naar Westerbork. Sal had voor de oorlog naar Engeland willen vertrekken, maar op aandrang van Rientje bleven ze in de buurt van haar moeder in Amsterdam. En nu dreigt dus deportatie. Voor 8.000 gulden regelt Sal onderduikadressen voor zijn kinderen Jaap (6) en Rosette (1). Voor zichzelf en zijn vrouw regelt hij valse persoonsbewijzen. Ook heeft hij papieren geregeld waarmee hij zich kan voordoen als inspecteur van de Nederlandse Arbeidsdienst, die jongemannen in het kader van ongewapende dienstplicht te werk stelt in tientallen kampen in het hele land. De stevig gebouwde Walvis kan met zijn leren jas en leren laarzen heel goed doorgaan voor zo’n inspecteur. „Natuurlijk heeft hij nooit een arbeidskamp bezocht”, vertelt historisch onderzoeker Gerrit van der Vorst. Hij zocht het relaas van Walvis uit in oorlogsarchieven en politiedossiers en publiceerde het in de bundel Het kapitaal van Sal Walvis, met acht verhalen over joodse vervolgden in Noord-Limburg. „Eén telefoontje zou voldoende zijn geweest om hem te ontmaskeren.”

Op de dag van vertrek meldt zich een voor Rientje onbekende vrouw aan de deur. Het blijkt Rachel Santen (21), die Sal kent van de Joodse Raad. Zij gaat mee op de fietstocht, laat Sal weten. Met z’n drieën beginnen ze aan een „extreem gevaarlijk, eigenlijk onmogelijk, avontuur, dat extra beladen is door de onzekerheid over het lot van hun kinderen en andere familieleden”, schrijft Van der Vorst.

Het trio fietste richting Noord-Brabant. Ze verbleven op tientallen adressen. Nooit langer dan een paar dagen

Waarom koos Salomon Walvis voor zo’n fietstocht om uit handen van de Duitsers te blijven? Hij had een vlotte babbel en was slim, hij had geld en een groot netwerk. Voldoende kwaliteiten om een onderduikplek te regelen, zou je zeggen. „Het blijft gissen waarom hij dat niet heeft gedaan”, zegt Van der Vorst. „Ik vermoed dat hij geen type was om volledig afhankelijk te zijn van anderen.”

Onderduiker met kapitaal

Sal Walvis werd in 1916 in Amsterdam geboren als zoon van joodse handelaars in ‘ongeregeld goed’. Bijzonder was dat Sal, als zoon van marktkooplui, naar de hbs mocht, maar geld om nog verder door te leren was er niet. Sal werd advertentieverkoper, onder andere voor De Telegraaf. Samen met Rientje Winnik, met wie hij in 1936 trouwde, en zoontje Jaap woonde hij in de Andreas Bonnstraat, vlakbij het Oosterpark. Het jonge gezin was in goede doen: er was een telefoon in huis en ze hadden een dienstmeisje. Toen Sal wegens anti-Joodse maatregelen van de Duitsers niet meer vrij kon reizen en dus geen advertenties meer kon werven, vond hij werk bij een Amsterdams vruchtenconservenfabriekje. Samen met de eigenaar verdiende hij aardig aan de zwarte handel in suiker, blijkt uit onderzoek van Van der Vorst. Zo beschikt Walvis, op het moment dat zijn gezin uit Amsterdam moet verdwijnen, over een kapitaal van 23.000 gulden: spaargeld, zwart geld en geld dat familieleden hem vóór hun deportatie in bewaring hebben gegeven.

Het trio fietst richting Rotterdam en verder door naar Noord-Brabant, vertelt Van der Vorst. Overal betalen ze flink voor onderdak, voeding en papieren. Zo verblijven ze op tientallen adressen. Nooit langer dan een paar dagen, om weg te zijn voordat mensen moeilijke vragen konden stellen.

Geeske Leunen-Schurink was acht jaar toen haar ouders vertelden dat er onderduikers in huis kwamen. Lees ook het interview met haar: ‘We waren te jong om bang te zijn voor de Duitse soldaten’

Tijdens een tussenstop in Lieshout, niet ver van Eindhoven, maken ze kennis met het gezin Roberscheuten, dat een schoenmakerij en aannemerij drijft. Sal heeft het idee dat dit hét adres is voor zoon Jaap, die al diverse ongelukkige onderduikervaringen heeft gehad. Een tussenpersoon brengt het jongetje naar Brabant. Als ze Jaap in bad doen, ontdekken de Roberscheutens dat hij joods is, maar Jaap blijft bij het katholieke gezin. Sal Walvis is dan met Rientje en Rachel al verder gefietst, richting Limburg. Zijn tas met daarin zijn kapitaal, valse persoonsbewijzen en NSB-papieren als ‘bewijs’ voor zijn functie als inspecteur, houdt hij dag en nacht angstvallig bij zich, hebben getuigen later verklaard.

Een verhouding

Ruim een jaar gaat het goed: Sal, Rientje en Rachel blijven uit handen van de Duitsers. Maar in het Noord-Limburgse Horst, waar ze eind februari 1944 arriveren, gaat het mis. Rientje Walvis heeft inmiddels door dat Sal en Rachel een verhouding hebben en dat zorgt voor grote spanningen. Omdat dat niet handig is in een onderduiksituatie, probeert Sal via het verzet een zelfstandige woning te regelen, onder een valse naam. Walvis heeft nóg een reden om contact te zoeken met het verzet. Hij heeft geheime informatie bij zich over de productie en opslag van V1-onderdelen [V1 is een voorloper van de latere kruisvluchtwapens] in Amsterdam, vertelt Van der Vorst. Informatie die zo snel mogelijk naar Londen moet, dat vanaf 13 juni gebukt gaat onder aanvallen met het Duitse langeafstandswapen. „Het is een raadsel waarom die informatie niet direct vanuit Amsterdam naar Londen is doorgespeeld”, aldus Van der Vorst. „Het was enorm belangrijk anti-Duits spionagemateriaal.”

Plaatselijke verzetslieden wantrouwen de toenaderingspogingen van Walvis, die nogal opvalt met zijn twee ruziënde vrouwen. In een gesprek met een vanwege zijn Amsterdamse contacten ingeschakelde intermediair vertelt Walvis wie hij werkelijk is: jood, communist en verzetsman. Maar hij wordt niet geloofd en blijkt op het verkeerde moment op de verkeerde plek toenadering te hebben gezocht: twee weken later worden de Limburgse districtleiders van de Landelijke Onderduikorganisatie in Weert verraden door een andere Amsterdammer. Het verzet is in shock en de intermediair besluit korte metten te maken met de mogelijke verrader Walvis. Onder het mom van een nieuw onderduikadres in Grubbenvorst wordt hij op 15 juli meegelokt en geliquideerd. Als zijn spullen doorzocht worden, vinden de verzetsmensen ook het V1-spionagemateriaal en begrijpen ze dat ze zich akelig hebben vergist.

Walvis’ geld, zijn trouwring, fiets, papieren en zijn leren jas, met in de zoom vermoedelijk diamanten, zijn nooit teruggevonden. De V1-informatie wordt meteen doorgespeeld naar Londen, de betrokken verzetsman houdt er een functie bij de militaire inlichtingendienst aan over. Rientje krijgt te horen dat haar man door Duitsers is opgepakt en hoort pas in 1946 van zijn dood.

Dick Woudenberg werd als zestienjarige tijdens de oorlog ingelijfd in een SS-regiment. Lees ook het interview met hem: ‘We waren bereid voor onze Führer te sterven’

In maart 1947 maakten verhoren door de politieke recherche, die collaboratie en oorlogsdaden onderzocht, duidelijk dat er rond de liquidatie van Walvis sprake was van een wespennest. Van der Vorst: „De verantwoordelijken voor de liquidatie belastten elkaar en spraken elkaar tegen.” Hoewel uit de verhoren dus wel blijkt dat er iets goed mis is gegaan, stopt Justitie de zaak in de doofpot. Omdat het om erkende verzetsmensen met belangrijke posities ging, zou vervolging maatschappelijke onrust geven. Rientje Walvis, die na de oorlog met haar kinderen is herenigd en die haar verdere leven geconfronteerd wordt met verhalen dat haar man een verrader was, overlijdt in 2005 op 90-jarige leeftijd zonder te weten wat er precies is gebeurd.

Rientje Walvis met zoon Jaap (1952). Foto uit bundel Het kapitaal van Sal Walvis

Onmogelijk omstandigheden

Hebben de betrokken verzetsmensen een verwijtbare fout gemaakt? Van der Vorst: „Het is kwalijk dat Sal Walvis geen enkele kans heeft gekregen om zich te verdedigen. En dat zijn weduwe zonder informatie, geld en papieren na de oorlog nog jaren in zware omstandigheden heeft doorgebracht. Er had meteen rehabilitatie en teruggave van de bezittingen moeten plaatsvinden. Maar deze geschiedenis illustreert vooral de onmogelijke omstandigheden waarin verzetsmensen moesten opereren: gevaar, stress, verraad, gebrek aan goede informatie en aan communicatie. Dan moet ik zeventig jaar later, vanuit mijn veilige studeerkamer, niet te makkelijk (ver)oordelen.”

Dinsdag is Salomon Walvis bij het Oorlogsmonument in Horst door het Comité 4 mei Horst officieel gerehabiliteerd.

In het Stadsarchief van Amsterdam is een dubbeltentoonstelling te zien: Rapenburgerstraat 1940-45 (met aandacht voor o.a. Salomon Walvis) en Samen weer aan tafel, over hoe overlevenden van de kampen een nieuw bestaan probeerden op te bouwen na de oorlog.
    • Friederike de Raat