Opinie

    • Arjen Fortuin

Kinderen ‘zichzelf laten zijn’ kan nooit het doel van de opvoeding zijn

Zap In ‘De opvoeders’ worden jonge gezinnen gefilmd die advies krijgen. Ondertussen zien we in ‘Dream School’ vastgelopen jongeren die een nieuwe kans krijgen. De opvoeders in beide programma’s moeten soms de grens opzoeken.

Beeld uit het tweede seizoen van Dream School (NTR)

Als de zesjarige klei wil, moet ze het zelf maar pakken in de keuken, zegt de alleenstaande moeder. Met haar wollen slofjes klimt het meisje het aanrecht op en tast boven haar hoofd in het keukenkastje. Ze zet de beslofte voetjes nog wat dichter bij de rand van het aanrecht, krijgt de bakjes Play-Doh te pakken, schuifelt over het smalle randje langs de gootsteen en haalt uiteindelijk, met de klei in haar armpjes, de woonkamer.

Om kinderen zelfstandigheid te leren, moet je soms langs de rand, legt ontwikkelingspsycholoog Steven Pont uit in De opvoeders, het maandagavond prettig begonnen opvoedprogramma van de EO. Prettig, omdat er gebroken wordt met de wet die voor lijkt te schrijven dat in opvoed-tv alles eerst verschrikkelijk uit de klauwen moet lopen, waarna een reddende nanny afdaalt uit de hemel om een catastrofe af te wenden.

In De opvoeders worden vijf gezinnen gefilmd waarin de ouders allerlei dingen goed of juist verkeerd doen, waarna Pont verstandige dingen zegt tegen de kijker. Bijvoorbeeld dat kinderen ‘zichzelf laten zijn’ nooit een doel van de opvoeding kan zijn. Medemensen moeten ze worden, dáár gaat het om.

Hoe maak je medemensen als het daar al bijna te laat voor is – dat zou je de leidende vraag kunnen noemen in Dream School, het NTR-programma waarin een groep schoolverlaters les krijgt van beroemdheden in de hoop dat de jongeren daardoor hun leven in eigen hand nemen. Oud-boksster Lucia Rijker en onderwijzer Erik van ’t Zelfde leiden de school.

Dat is geen eenvoudige taak. Bij oppervlakkige beschouwing is Dream School een aaneenschakeling van scènes met bokkende, klagende, schreeuwende en spijbelende jongeren die hun gastdocenten (en de kijkers) het bloed onder de nagels vandaan halen. Inmiddels zijn we over de helft van de reeks en tekenen zich verschillen af tussen de leerlingen die hard aan het werk zijn gegaan en zij die volharden in hun afwijzing van de school, de docenten en de wereld.

Rijker en Van ’t Zelfde balanceren onophoudelijk tussen sturen, stimuleren en grenzen stellen. Het is mooi om te zien hoe sommige jongeren opengaan bij een les van neuropsycholoog Erik Scherder of onverwacht om een baan vragen bij de kunstenaar in wiens atelier ze een bronzen schildpad hebben mogen bijvijlen.

Dat terwijl maandag aan het begin van de uitzending de gegevens van zelfmoordpreventielijn 113 nog door het beeld liepen. Een van de meisjes, Jade, had een ander, Gina, in het diepste geheim verteld suïcidale gedachten te hebben. Wat Jade, nogal een flapuit, niet wist was dat Gina in haar leven al een zelfmoord had meegemaakt en volledig in paniek raakte. „Straks is het weer mijn schuld.” Ze sloeg alarm bij de leiding.

Omdat ze ook nog eens de beloofde geheimhouding had geschonden, durfde Gina helemaal niet meer naar de school te komen – waarna Rijker en Van ’t Zelfde, zichtbaar aangedaan, ook niet precies meer wisten wat ze moesten doen. Na een weekend vol ‘intensief contact’ verscheen Gina weer, dreigde ze opnieuw te vertrekken („Lucia en Erik willen niet dat ze alleen reist”) en werd alles uitgesproken.

Zo moeten ook de opvoeders van Dream School soms langs de rand. Maar de volharding waarmee ze proberen om hun vastgelopen jongeren in beweging te krijgen, verdient diep respect. Bijna net zoveel als de docenten en hulpverleners die dit soort werk dag in dag uit doen, zonder camera’s en met veel minder middelen.

    • Arjen Fortuin