Opinie

    • Maxim Februari

Ontoegankelijk bolwerk van leuke, flexibele mensen

Als ik maar wist wat ‘feestelijk gekleed’ betekende! Op mijn tafel ligt een uitnodiging die ik heb laten versloffen omdat ik na lang nadenken nog steeds niet begrijp hoe feestelijk ik zou moeten verschijnen. Visioenen van misverstanden. Zoals de vriendin zich tijdens een huwelijksfeest op een boot de gehele avond lang moest verstoppen in het vooronder omdat ze de kledingsuggestie – ‘nautisch’ – verkeerd had opgevat. Ze kreeg overigens gezelschap van een toenmalig staatssecretaris die de plank ook finaal had misgeslagen.

Sommige codes hebben geen inhoudelijke waarde: ze zorgen er alleen maar voor dat iedereen hetzelfde doet. Mits iedereen ze begrijpt. Zulke coördinatienormen zijn dus reuze handig – tenzij ze het niet zijn. Zonder te willen afdoen aan de ernst van autisme als diagnose, denk ik dat velen wel wat herkennen in het geworstel op dit vlak.

Hoezo schrijven goede bekenden sinds een jaar of wat zonder uitzondering ‘groet’ onder hun mails, en laten ze ‘vriendelijk’ of ‘hartelijk’ weg? Het is een zeur-onderwerp, en ik wil er niet te veel tijd aan besteden, maar ik moet toch bekennen dat ik ooit anderhalf uur lang bezig ben geweest te achterhalen hoe het zat met dat snauwerige ‘groet’. En nog steeds ben ik er niet helemaal gerust op dat mijn sociale omgeving niet verschrikkelijk de pest aan me heeft.

Stichting Lezen & Schrijven kwam zojuist met resultaten van een onderzoek naar laaggeletterdheid. De maatschappij blijkt jaarlijks ruim 1,1 miljard euro mis te lopen doordat de 2,5 miljoen laaggeletterde Nederlanders zichzelf niet sociaal aan de gang kunnen houden. Wat direct de vraag opriep hoe het zit met al die andere Nederlanders. De hoogbegaafden, bijvoorbeeld. Is niet ook al regelmatig aangetoond dat „relatief erg grote groepen hoogbegaafde volwassenen psychisch en sociaal matig of slecht functioneren”?

Net had ik dit bedacht of de directeur van de Nederlandse Vereniging voor Autisme schreef een opiniestuk over werkloosheid onder de ruim één procent Nederlanders met autisme. Veel van hen zijn „niet die spontane, sociaal behendige, flexibele werknemers” die werkgevers graag op sollicitatiegesprek zien verschijnen. Zo werd een briljante student met autisme na een geslaagde stage niet bij een automatiseringsbedrijf aangenomen omdat „de verlegen jongen niet uit de verf kwam tijdens brainstormsessies”.

Werkloze laaggeletterden, briljante werklozen met autisme, disfunctionerende hoogbegaafden: het zou mooi zijn de problemen eens in onderling verband te bekijken. De hoogbegaafden hebben een slechte aansluiting op „schoolsystemen, opleidingen, werkomgevingen, uitkeringssystemen, reïntegratietrajecten en dergelijke”. De laaggeletterden moeten achterstand wegwerken en „daarvoor zijn toegankelijke voorzieningen [nodig] om te werken aan basisvaardigheden”. Je kunt concluderen dat de systemen simpelweg niet zo handig zijn voor hoogbegaafden en laaggeletterden. Voor wie dan eigenlijk wel?

Kennelijk bestaat er een groep gemiddeldlevenden die wel oké functioneert. De groep van de spontane, sociaal behendige, niet al te laag opgeleide en niet al te hoog gespannen Nederlander die alle normen vanzelf begrijpt omdat hij de norm is. Hoe groot is die groep? Zijn er, los van de statistiek, echt cohorten individuen die moeiteloos aansluiting vinden op werkomgevingen en die perfect uit de verf komen tijdens brainstormsessies en huwelijksfeesten? Op grond van eigen waarneming denk ik dat ze er inderdaad zijn. En ze zijn niet alleen de norm, ze stellen hem ook.

Dan kan het ene onderzoeksinstituut wel beleid formuleren om laaggeletterden, analfabeten en immigranten te steunen, en het andere instituut kan proberen de hoogbegaafden, de neuroten of de autistische ICT’ers te redden, maar je kunt ook bedenken dat de algehele systematiek waarin die mensen allemaal moeten functioneren blijkbaar te streng en te onbegrijpelijk is. Een ontoegankelijk bolwerk van leuke, flexibele mensen.

De laatste tijd spreek ik opvallend veel hoogopgeleiden die opbiechten dat ze hun financiën niet begrijpen, hun toezichttaak niet overzien, of de procedures voor de invoer van hun auto. En dan zijn er nog die 2,5 miljoen laaggeletterden van wie wordt aangenomen dat ze vastlopen op de nieuwe donorwet, omdat ze volgens die wet hun geld – of hun organen, ik vergeet steeds hoe het zit – automatisch nalaten aan de staat tenzij ze iets doen met een register.

Naast de Nederlanders die alles spontaan begrijpen zijn er dus miljoenen die dat niet doen. Die kun je allemaal wel als probleemgeval beschouwen, maar je kunt hun worsteling ook zien als vrij normale reactie op de trajecten, systemen en structuren.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.
    • Maxim Februari