Congo boycot eigen donorconferentie, en wil dat Nederland ook wegblijft

Donorconferentie Congo Medeorganisator Nederland geeft geen gehoor aan de Congolese oproep. "Humanitaire hulp mag nooit een politieke speelbal worden."

Ontheemde jongeren afgelopen maand aan het Tanganyikameer in Congo. Foto's John WESSELS/AFP

Nederland moet de humanitaire conferentie over Congo vrijdag in Genève boycotten. Gaat Nederland toch naar de conferentie, waarvan het co-voorzitter is, dan ziet Congo dit als een „onvriendelijke zet” en zal het land zich „genoodzaakt zien hieruit gevolgen te trekken”. De Congolese regering boycot zelf de conferentie.

Dat schrijft de regering van Congo aan Nederland, vlak voordat de conferentie, georganiseerd onder VN-vlag en samen met de Verenigde Arabische Emiraten, plaatsvindt.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken zal echter geen gehoor te geven aan de oproep. „De hulp aan zoveel mensen in nood staat voorop. Daarom gaat de VN-conferentie hoe dan ook door. Humanitaire hulp mag nooit een politieke speelbal worden”, aldus een schriftelijke reactie van het ministerie.

Aan de basis van het ongenoegen van de Congolese regering ligt een verschil van inzicht over de omvang van de humanitaire crisis in het land: de VN spreken over 4,5 miljoen ontheemden, Congo zegt dat het er 230.000 zijn. De regering vergelijkt de conferentie in Genève met die van tweehonderd jaar geleden in Berlijn, waarbij Europa Afrika eenzijdig opdeelde in wingewesten. „Het is onuitstaanbaar dat bij de organisatie de regering is genegeerd”, zei minister Leonard She Okitundu (Buitenlandse Zaken) onlangs verbolgen.

De VN spreken over 4,5 miljoen ontheemden, Congo spreekt over 230.000

Diplomaten in de Congolese hoofdstad Kinshasa denken dat de regering beducht is voor het negatieve beeld dat de donorconferentie oproept van Congo. Daarom was de regering vorige maand tegen een debat in de VN-Veiligheidsraad over de crisis en zegde het om dezelfde reden bezoeken af van een delegatie van het IMF aan Congo om te praten over economische bijstand. Congolese functionarissen vrezen voor het weglopen van investeerders.

Misschien is het gekrenkte eergevoel van de Congolese overheid invoelbaar, maar de cijfers over de humanitaire crisis zijn onweerlegbaar. Twee maanden geleden waarschuwde de VN voor „een humanitaire ramp van buitengewone omvang”. Acht provincies zijn in de greep van gewapende conflicten waarbij tientallen milities actief zijn.

Congo verkeert al twee jaar in een politieke en grondwettelijke crisis. Het mandaat van president Joseph Kabila verliep eind 2016. Hoewel ieder conflict in de provincies zijn eigen dimensie heeft, is er één overkoepelende factor: de zwakke staat en de inspanning van Kabila om illegaal aan de macht te blijven. Er wordt nauwelijks geregeerd en de overheid veronachtzaamt de gewapende anarchie. Congo wijst iedere kritiek uit Europa en Amerika af en veroordeelt Westerse sancties tegen zijn naaste medewerkers.

Het hoogste aantal ontheemden – 1,4 miljoen – bevindt zich in de centraal gelegen regio Kasai, waar in 2016 na een ruzie met een stamhoofd zowel regeringssoldaten als milities wraak namen op de bevolking. Het is nu in Kasai rustiger, maar honderdduizenden ontheemden stellen het er nog zonder hulp. In de oostelijke provincie Tanganyika braken eind vorig jaar gevechten uit en slaagde een militie er bijna in de stad Uvira in te nemen.

Het aanwakkeren van dit regionale geweld is een doelbewuste strategie. Alle conflicten draaien om controle over grondgebied en mineralen. Congo is een van de rijkste landen ter wereld aan grondstoffen, waaronder metalen voor batterijen van mobiele telefoons. Politici en legerleiders verrijken zich door illegale export en positioneren zich door dit geweld voor een functie in Kinshasa.

De boycot van Congo van zijn eigen donorconferentie past in een groeiende trend onder Afrikaanse leiders zich niet meer te laten betuttelen door het Westen. De Afrikaanse kritiek op het Internationale Strafhof hoort bij die tendens, evenals de afwijzing van kritiek op vermeende schending van mensenrechten. De trend begon rond de eeuwwisseling toen China zijn invloed in Afrika deed gelden. China is nu Afrika’s grootste handelspartner.

Minister Sigrid Kaag (Ontwikkelingssamenwerking, D66) hoopt dat de Congolese autoriteiten alsnog zullen deelnemen. „Juist omdat medewerking van de overheid belangrijk is voor de acceptatie en effectiviteit van noodhulp en de veiligheid van humanitaire hulpverleners.”

Correctie (10 april 2018): eerder stond vermeld dat de Congolese regering spreekt van 23.000 ontheemden. Dat moet er 230.000 zijn.