Liverpool blijft overeind tegen machine van Manchester City

Champions League

Liverpool weet voor het eerst sinds 2008 weer de halve finale van de Champions League te bereiken nadat het verrassend Manchester City uitschakelde.

Liverpool-spits Mohamed Salah (met baardje) met zijn teamgenoten nadat hij de 1-1 heeft gemaakt. Foto Andrew Yates/ REUTERS

Het is het motto van Manchester City, dat gegraveerd staat in het wegdek van het loopbruggetje van de jeugdacademie naar het Etihad Stadium, in het noordoosten van de stad. Superbia in proelia – trots in de strijd.

Het was er allemaal, de vechtlust, de vroege voorsprong, de aanhoudende druk, de kansen, het hoge tempo, de snelle combinaties.

Maar na een belegering van ruim vijftig minuten moest geconcludeerd worden dat Manchester City – dit seizoen (lang) gezien als de best voetballende ploeg van Europa – zwaar tekort kwam. De ploeg verloor met 2-1, na de 3-0 nederlaag van vorige week in Liverpool.

Mohamed Salah

Dolksteek was de 1-1 tien minuten na rust, van de Egyptenaar Mohamed Salah, met een heerlijk stiftje, na moedig en krachtig doorzetten van mede-aanvaller Sadio Mané. Het was de 39ste goal dit seizoen van Salah. Hij die op de relatief late leeftijd van 25 jaar een van de ontdekkingen is in het Europese voetbal dit seizoen, in pas zijn eerste jaar bij Liverpool.

Daarna stortte het kaartenhuis van Pep Guardiola in elkaar. Het is voer voor analytici om na te gaan hoe en waar Liverpool-coach Jürgen Klopp precies een tegengif wist te vinden om dit City te bestrijden.

Het was extreem offensief, hoe Guardiola was begonnen. Alles of niets met veel creativiteit en scorend vermogen. En maar drie man achterin en alleen Fernandinho als enige verdedigende middenvelder. Voor de rest: bijna alleen maar aanvallers.

City zou de jager zijn, Liverpool de prooi. En alles leek ook die richting op te gaan, in dat eerste, explosieve half uur van City. Het was een beetje hoe Liverpool vorige week City afblufte, met hoge pressing, met obsessief afjagen, met veel lopende mensen.

City kreeg de kickstart die het zich wenste, binnen twee minuten. Virgil van Dijk probeerde uit te verdedigen over links, kreeg een tikje en een duw van de felle Raheem Sterling. De man van 85 miljoen raakte uit balans, stopte even, en verspeelde vervolgens de bal, waarna City razendsnel toesloeg, via Sterling, die een assist gaf op Jesus: 1-0. Van Dijk klaagde – maar liet zich – naar het leek – te makkelijk opzij zetten.

City kreeg nog mogelijkheden. Net voor rust pegelde Bernardo Silva met links op de paal. Het doel schudde heen en weer. En de 2-0 van Leroy Sané werd onterecht afgekeurd vanwege buitenspel – het zat City in die zin ook niet mee. In dat laatste deel van de eerste helft zag je al dat City de laatste pass niet in de gevaarlijke zones kreeg, met ook spelverdelder Kevin De Bruyne die te passief en onzorgvuldig handelde op sommige momenten.

Guardiola op de tribune

Na de eerste helft werd Guardiola weggestuurd na aanmerkingen op de arbitrage. Het is moeilijk in te schatten wat de invloed daarvan is geweest op City, maar na rust was de energie eruit.

Hij keek vanaf de tribune gelaten hoe Liverpool de 1-2 maakte, na een blunder bij het uitverdedigen van Kyle Walker, die de bal verspeelde, wat werd afgestraft door spits Roberto Firmino. Hij wist daar: de missie van City, winst in de Champions League, is mislukt.

Dat betekent dat Liverpool na tien jaar weer in de halve finales van de Champions League staat. Toen in 2008 met Ryan Babel en Dirk Kuijt – beiden scorend in de verloren halve finale destijds tegen Chelsea. Nu met Virgil van Dijk en Georginio Wijnaldum.