Een deel van een bladzijde uit het Burn-out dagboek van Maaike Hartjes.

Een deel van een bladzijde uit het Burn-out dagboek van Maaike Hartjes.

‘Ik leef nu gelukkig met randvoorwaarden’

Strip

Striptekenaar Maaike Hartjes belandde eind 2014 in een burn-out en hield een dagboek bij. Ze knokt niet alleen tegen de burn-out zelf, maar ook tegen het taboe dat erop rust. „Er wordt veel te negatief naar een burn-out gekeken.”

Het begon met een griepje. Daarna volgden hartkloppingen, slapeloosheid en depressiviteit. En al die tijd kreeg Maaike Hartjes niets op papier. Aanvankelijk noemde ze het niksen en reageerde ze boos op haar larmoyante gedrag, maar dat loste niets op. Tot het moment dat niets nog lukte en zelfs de gedachte aan een oplossing haar al te veel werd. Ze zakte weg en belandde in een burn-out.

In de weken voorafgaand begon Hartjes aan een dagboek, om wat te doen te hebben. Hartjes: „Ik dacht eerst dat ik gewoon een beetje overwerkt was. Even rust en dan weer verder. Om alvast op gang te komen, begon ik met een dagboekje, zoals ik al zo vaak heb gedaan. Iedere dag een pagina, voor op Facebook.”

In de haar kenmerkende stijl, met aandoenlijke en expressieve stokpoppetjes in collagevorm, schetst Hartjes een situatie die al te herkenbaar is: een overvolle agenda, een hoofd dat overloopt en vooral doorjagen. Op dat moment is er nog geen sprake van een burn-out, maar gaandeweg blijkt uit alle signalen: het is goed mis. Met dat besef begint haar dagboek echt.

Hartjes ging niet naar een dokter of een specialist. „Als zzp’er heb je geen automatisch vangnet voor dat soort zaken, zoals je dat in het bedrijfsleven wel hebt. Ik moest het dus zelf uitvinden, met hulp van mijn vrienden. Het belangrijkste wat ik gaandeweg leerde was dat ik veel meer rekening moet houden met hoe ik me voel. Voor mijn burn-out ging ik maar door, had veel stress en nam weinig rust. Heel onverstandig, vooral als je ook de noodsignalen die je lichaam geeft compleet negeert. Dat is de kiem van een burn-out.”

Heel subtiel schemert in het dagboek door dat Hartjes is behept met een calvinistisch arbeidsethos. Hard werken, een flinke buffer aanleggen – want zzp’er – en niet verslappen. De Maaike in het dagboek zit regelmatig met zichzelf in de knoop, bijvoorbeeld als ze op de bank zit te lezen. Is dit wel de bedoeling? Mag dit wel? Kan ik me niet beter nuttig maken? Nu, vier jaar verder, houdt Hartjes nog steeds van hard werken, maar is ze naar eigen zeggen veel liever voor zichzelf geworden. „Ik leef nu met randvoorwaarden. Ik ben alert op mijn gevoel en mijn gemoed. Ik weet nu dat als ik moe ben, ik me onprettig voel en het werk daaronder lijdt. Dan vind ik het niet leuk meer. En juist dat leuke, dat had vroeger geen enkele waarde voor me. Daar ging het nooit om.”

Hartjes heeft geen verhaallijnen toegevoegd of achteraf delen aangepast. Er is daardoor geen ontkomen aan een zekere sleur: energieke en positieve dagen worden afgewisseld met slechte, en prettige gedachten volgen op zwaarmoedigheid. Toch leest Burn-out dagboek als een proces dat met een knal begon en met kleine stapjes vertrok. Hartjes ontrafelt het probleem heel nauwgezet en zoekt naar manieren om ermee om te gaan.

In dat opzicht heeft het veel weg van het intrigerende, waargebeurde grafische dagboek Gegijzeld van Guy Delisle over een gevangen genomen hulpverlener in Ingoesjetië, die vastgeketend aan een verwarmingsbuis zijn dagen slijt in eenzaamheid. In beide gevallen staan de beslommeringen centraal en wordt de lezer deelgenoot van de tijd die verglijdt en de onmacht iets aan de situatie te kunnen veranderen.

Beter mens

Voor Hartjes is haar burn-out achteraf een zegen gebleken. Ze is er een beter mens van geworden. „Het heeft me laten zien hoe verkeerd ik bezig was. Als ik nu merk dat ik veel gelukkiger in het leven sta, met minder stress en meer rust, dan had ik dat best eerder willen meemaken. Als het op een andere manier had gekund des te liever, want het was gewoon een rottijd, maar nu ik erop terugkijk overheerst vooral de blijdschap.”

Hartjes is verrast door de reacties op haar dagboek. „Ze vinden het dapper dat ik een boek over mijn burn-out heb gemaakt, en dat ik me er niet voor schaam. Dat is toch het idee dat leeft, volgens mij vooral in het bedrijfsleven. Daar is het meer een taboe, omdat het wordt opgehangen aan de bedrijfscultuur en het werk zelf. De ene werknemer krijgt een burn-out en de andere niet, dus wordt het gezien als een zwakte. Maar zo werkt het niet. Ik heb als zzp’er niets of niemand om de schuld te geven en toch overkwam het me. Het belangrijkste is dat je jezelf voorhoudt dat je anders moet gaan denken. Daar gaat het om.”