‘Gebreken in onderzoek vogelbotsingen Lelystad’

Lelystad Airport Een onderzoek naar vogelbotsingen bij Lelystad Airport klopt niet, zeggen actiegroepen. Het risico op aanvaringen kan groter zijn dan nu wordt aangenomen.

Hoe groot is het risico op vogelaanvaringen bij vliegtuigen van en naar Lelystad Airport? Volgens actiegroepen tegen de lage vliegroutes voor het vliegveld bevat het onderzoek over dit veiligheidsrisico „hiaten en onjuistheden”. De gebruikte radardata zijn ongeschikt. Hierdoor ontbreekt volgens de actiegroepen een goede risicoanalyse van de vliegveiligheid op lage hoogte.

Botsingen met vogels kunnen leiden tot ongelukken. In Nederland gebeurde dat op 15 juli 1996, toen een Herculusvliegtuig crashte op vliegbasis Eindhoven nadat een spreeuwenzwerm in de motoren vloog. Daarbij kwamen 34 inzittenden om het leven. In 2009 overleefden alle passagiers van een A320 een noodlanding in de Hudson bij New York, nadat beide motoren uitvielen door een zwerm vogels.

Het onderzoek naar het risico van vogeltrek voor het luchtverkeer voor Lelystad Airport is uitgevoerd door Bureau Waardenburg uit Culemborg. Het maakt deel uit van de bijgewerkte milieueffectrapportage (MER) voor het vliegveld dat in 2020 moet openen als vakantievliegveld om Schiphol te ontlasten. De opening werd al twee keer uitgesteld.

Het uitstel kwam er na fel verzet in de dorpen die op de aanvliegroute liggen. Lees ook: In Wezep vragen ze zich af: hoe lang duurt de stilte nog?

De MER moest worden geactualiseerd omdat actiegroep HoogOverijssel fouten had ontdekt in geluidsberekeningen. De rapportage over alle mogelijke milieueffecten van het vliegveld – 148 bladzijden, 17 bijlagen – ligt nu bij de Commissie m.e.r., die er op 18 april een advies over uitbrengt aan de minister. Dit advies is een belangrijke stap in de politiek en maatschappelijk beladen besluitvorming over Lelystad Airport.

Lager dan normaal

Tot nu toe keek men bij het onderwerp vogelbotsingen vooral naar de gevolgen voor vogels. Zo vreest Vogelbescherming Nederland dat er ingrijpende maatregelen nodig zijn ter bescherming van de ganzen in de nabijgelegen Oostvaardersplassen. In het MER-onderzoek gaat het om het risico voor vliegtuigen.

De situatie bij Lelystad wijkt af van andere vliegvelden omdat het verkeer lange tijd op twee tot drie kilometer hoogte vliegt, lager dan normaal. Dat is nodig om onder het verkeer voor Schiphol te blijven. Hierdoor is het relevant om naast de laagvliegende lokale vogels ook te kijken naar de hoger vliegende trekvogels ‘en route’.

Op basis van radardata van de Koninklijke Luchtmacht, verzameld met de weerradar van het KNMI in De Bilt tussen 2012 en 2017, concludeert Bureau Waardenburg dat er „geen sprake is van een duidelijk verhoogd risico voor het luchtverkeer van en naar Lelystad Airport op hoogtes tussen 1.800 en 3.200 meter”. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat neemt deze conclusie over in de bijgewerkte MER: „de risico’s op vogelaanvaringen op Lelystad Airport zijn vergelijkbaar met die voor andere luchthavens in Nederland”. Minister Van Nieuwenhuizen herhaalt deze conclusie (geen verhoogd risico) in de antwoorden op bijna 100 Kamervragen over Lelystad Airport die zij dinsdagmiddag naar de Tweede Kamer stuurde.

Werkgroep Laagvliegroutes Friesland Nee, gesteund door andere actiegroepen en vogelexperts, trekt het onderzoek van Bureau Waardenburg in twijfel. De KNMI-radar ligt niet 30 maar 50 kilometer van Lelystad Airport, te ver voor adequate waarnemingen. De onderzoekers achten de waarnemingen representatief voor Drenthe, Utrecht, Overijssel en Gelderland. De vogeltrek boven Noord-Holland, Friesland, Flevoland en het IJsselmeer is niet onderzocht. Data van de Koninklijke Luchtmacht met een langere onderzoeksperiode en meer geografische dekking zijn niet gebruikt.

Ongeschikte dataset

Voormalig defensiebioloog en radar-ornitholoog Luit Buurma ontwierp een waarschuwingssysteem waarmee het aantal ongelukken met straaljagers door birdstrike drastisch werd teruggebracht. In het radioprogramma Vroege Vogels zei hij rond de jaarwisseling dat er door de lage routes rond Lelystad naar ratio tien keer vaker botsingen zullen zijn dan rond Schiphol. Buurma nu: „Dit onderzoek biedt geen goed inzicht in de risico’s. De dataset van De Bilt is ongeschikt voor dit doel. Er werd slechts een kolom lucht van 5 tot 25 kilometer van de radar bemonsterd. Er hadden meer meetpunten en ook optische systemen moeten worden gebruikt.”

Buurma begrijpt niet waarom de civiele luchtvaart de lessen van de militaire luchtvaart niet overneemt. „De civiele luchtvaart kijkt alleen naar vogels op en rond vliegvelden, niet hogerop in de lucht. De oplossing is eenvoudig: je moet niet laag vliegen op uren waarin de vogeldichtheid hoog is. Dat gaat om 20 tot 40 periodes van een tot drie uur per jaar die ook nog redelijk voorspelbaar zijn, dus dat is goed te doen.”

Onderzoeker Rob Lensink van Bureau Waardenburg wil niet reageren op de kritiek. „Ik vind het niet verstandig om hierover met de pers te praten.” Wel zegt hij dat er nog een „aanvullend onderzoek” komt. Ook minister Van Nieuwenhuizen (Infrastructuur, VVD) noemde dit half maart in antwoord op vragen van de Partij voor de Dieren. Dat aanvullende onderzoek, aangekondigd voor half maart, is echter nog niet verschenen.

Lees ook het profiel over actievoerder Leon Adegeest van actiegroep HoogOverijssel, die zich verzet tegen lage vliegroutes: ‘Leon gaat door waar anderen stoppen’
    • Mark Duursma