Column

De barse tweede viool van studio Ghibli

Coen van Zwol ‘Alleen op de Wereld’ is een luchtige komedie vergeleken met ‘Grave of the Fireflies’, Isao Takahata’s fatalistische vertelling. Coen van Zwol herinnert zich de afgelopen week overleden meesteranimator, die hem diep wist te raken.

Seita en Setsuko proberen te overleven in de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog in Japan in ‘Grave of the Fireflies’.

Er is één film die me telkens weer tot tranen toe roert. Geen brok in de keel, geen droge snik, maar tranen die biggelen. Het is een Japanse animatiefilm over twee kinderen die verhongeren in rampjaar 1945. Gisteravond nam ik mij voor het dit keer droog te houden. Kansloos.

Grave of the Fireflies (1988) is een monument voor Isao Takahata, de medeoprichter van de legendarische animatiestudio Ghibli, die donderdag op 82-jarige leeftijd overleed. Takahata zag bijna van de film af: er was geld, maar in zijn ogen onvoldoende tijd. Tot hij zich liet overtuigen dat hij geen tweede kans zou krijgen zoiets treurigs te verfilmen.

Vergeleken met Grave of the Fireflies is Alleen op de Wereld een luchtige komedie. Als de moeder van tiener Seita en diens vijfjarige zusje Setsuko gruwelijk sterft na het Amerikaanse fosforbombardement op de stad Kobe, proberen de kinderen te overleven in een verlaten schuilkelder. Setsuko kwijnt weg van de honger, waarna de machteloze Seita zijn levenslust verliest en sterft in een druk, onverschillig treinstation: een naamloze, dode zwerfjongen. Grave of the Fireflies is een fatalistische tranentrekker met een feilloos oog voor alledaagse lyriek: vuurvliegjes, een stomende ketel. Anime die erger is dan echt.

Isao Takahata, geboren in 1935, raakte tijdens zijn studie Franse literatuur enthousiast over het potentieel van de animatiefilm. Bij Toei Animation, een fabriek voor tv-series, raakte hij bevriend met de zeven jaar jongere, artistiek even ambitieuze Hayao Miyazaki. Het duo brak in 1974 door met tv-serie Heidi en richtte in 1985 na hun filmhit Nausicaä of the Valley of the Wind een eigen studio op voor artistieke animatie: Ghibli. Die ging al in 1988 bijna failliet toen ze twee films uitbracht als ‘double bill’: Miyazaki’s dromerige My Neighbour Totoro en Takahata’s hartverscheurende Grave of the Fireflies. Die emotionele achtbaan bleek voor het publiek te steil, maar een rage rond de snoezige Totoro – de poppen waren niet aan te slepen – redde Ghibli van de ondergang.

Bij Ghibli ontwikkelde Takahata, die niet kon tekenen of schetsen, een op oude Japanse prenten geïnspireerde waterverfstijl met dynamische lijnen waarin het papier als het ware doorschemert. Zijn relatie met Miyazaki, de protegé die hem overvleugelde, werd stekelig; in een recente Ghibli-documentaire figureerde Takahata als passief-agressieve lastpak. Toen stripfilm My Neighbours The Yamadas in 1999 flopte, trok Takahata zich terug, om in 2013 nog eenmaal te vlammen met The Tale of Princess Kaguya.

Takahata klonk soms streng. Op het dvd-commentaar van Grave of the Fireflies spreekt hij al te sentimentele fans bestraffend toe. Zij zien Seita ten onrechte als een trieste held die zich opoffert voor zijn zusje, terwijl hij een dwarse, koppige puber is die uit misplaatste trots wegloopt bij zijn tante en zo zijn zusje tot de hongerdood veroordeelt. Hij beseft dat en sterft door schaamte: een spiegel voor de moderne, individualistische jeugd, meende Takahata.

Zo bars oordeelde de virtuoze, dromerige Miyazaki niet snel. Maar Takahata wist je dieper te raken.