Nahuel Pérez Biscayart. Foto EPA/ETIENNE LAURENT

‘Dat masker is een opgeheven middelvinger’

Nahuel Pérez Biscayart De Argentijn is een van de beste jonge acteurs van dit moment. Zijn rol als aids-activist in ‘120 BPM’ werd bekroond. Nu is hij te zien in het exorbitante ‘Au revoir la-hàut’. „De rollen zijn elkaars spiegelbeeld.”

Een geweldig acteur is opgestaan. Die conclusie mag je wel trekken na het zien van de twee grote filmhits waarmee Nahuel Pérez Biscayart doorbrak in Frankrijk. Voor zijn schitterende hoofdrol als de vurige aids-activist Sean in 120 BPM van regisseur Robin Campillo kreeg hij de César (de Franse Oscar) voor beste nieuwkomer. Hij speelt ook de hoofdrol in het fantasierijke Au revoir là-haut. Daarin is hij te zien als soldaat Edouard, die verminkt uit de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog terugkeert en zichzelf vanachter een masker opnieuw uitvindt als kunstenaar en oplichter.

Pérez Biscayart (32) is zo’n acteur die met zijn intensiteit en persoonlijkheid elke film waarin hij verschijnt optilt; eentje uit de buitencategorie dus. In zijn geboorteland Argentinië wisten ze dat al een poosje, want daar stond hij al als tiener voor de camera.

Au revoir là-haut, gebaseerd op een Franse bestseller van Pierre Lemaitre, is zeven keer bekroond bij de Césars. De film trok in Frankrijk meer dan twee miljoen bezoekers. Regisseur Albert Dupontel was aanvankelijk op zoek naar een grotere naam voor de hoofdrol. Maar veel bekende jonge Franse acteurs bleken onoverkomelijke bezwaren te hebben, dat ze als Edouard een flink deel van de film onherkenbaar in beeld zouden zijn, omdat hij zijn verminkingen verbergt achter maskers. Dupontel: „Ik begon echt een beetje te wanhopen, totdat er een klein kereltje bij de audities kwam binnenlopen. Voor Nahuel waren de maskers juist een reden dat hij de rol graag wilde spelen. Inmiddels ben ik een echte fan van hem.”

Pérez Biscayart is het type acteur dat met eigen ideeën naar de set komt. Zo voldeden sommige maskers die Biscayart moest dragen in Au revoir là-haut in zijn ogen niet en moesten opnieuw worden ontworpen. „Ik kan een rol pas spelen als ik er zelf in geloof en als mijn fantasie begint te werken”, vertelt de acteur in Parijs.

Volgens Robin Campillo is ook de rol van Sean in ‘120 BPM’ flink veranderd in overleg met u.

„Dat is geen heel bewust proces. Voor mij is er gewoon geen enkele andere manier om een rol te spelen. Ik moet overal vragen bij stellen. 120 BPM was een geweldig geschreven scenario, maar dat wil nog niet zeggen dat het ook een geweldige film zal worden. Een goede schrijver is nog niet per se een goede filmmaker, of andersom. Je moet als acteur altijd elementen van het scenario naar jezelf toehalen, of je juist proberen voor te stellen hoe je iets gaat doen wat je nog nooit hebt gedaan. Daarover vindt een voortdurend gesprek plaats met de regisseur.

„Ik heb geen enkel script bewaard. Als ik klaar ben met het draaien van een film, gooi ik het scenario altijd weg. Het scenario is alleen maar een hulpmiddel, een half-fabrikaat. Als er iets moet worden veranderd om de film te laten leven, moeten we dat doen. Dat is onze taak.”

Voor u is acteren niet zozeer het interpreteren van een scenario of een scène, maar zelf creëren?

„Ja. Dat is voor mij vanzelfsprekend. Ik ben altijd op zoek naar elementen die niet op papier staan.”

Hoe is het om met een masker te acteren?

„Dat was het leukste van de hele rol. Ik wilde al heel lang met een masker spelen. Acteren vanachter een masker gaat compleet in tegen alles waar acteren op dit moment voor staat. Acteerwerk is tegenwoordig meestal volledig gericht op het gezicht, op de ogen, zeker als dat ook nog eens een heel mooi gezicht is. Om dan een film lang een masker op te hebben, is bijna een soort opgestoken middelvinger; een politiek statement, een kleine daad van verzet. Dat heeft wel een zekere schoonheid, vind ik.”

Lees hier de recensie van ‘Au revoir là-haut’

Ziet u een verband tussen ‘120 BPM’ en ‘Au revoir là-haut’?

„Achteraf zie ik wel verbanden. Beide films gaan over mensen die verbannen zijn naar de marges van de samenleving: vanwege die krankzinnige ziekte in 120 BPM, of als oorlogsinvalide en kunstenaar in Au revoir là-haut. Oorlogsveteranen worden heel vaak met de nek aangekeken, omdat ze de meest vreselijke dingen hebben gezien en meegemaakt. Daar sluiten mensen zich liefst voor af, dat willen ze helemaal niet weten. Maar beide personages verweren zich tegen hun tragische situatie. Ze maken hun tragedie zichtbaar. De rollen zijn eigenlijk elkaars spiegelbeeld.”

    • Peter de Bruijn