Winst Orbán onderstreept dat Oost-Europa zich niet de les laat lezen

Oost-Europa

West-Europa zal moet leren leven met een assertief en trots Oost-Europa, zo leert de zege van premier Viktor Orbán in Hongarije.

De Hongaarse premier Viktor Orban spreekt zijn supporters toe na zijn winst. Foto Leonhard Foeger

Al jaren krijgt de Hongaarse premier Orbán uit Brussel kritiek op zijn autoritaire beleid, maar de Hongaren bezorgden hun leider zondagavond een derde verkiezingsoverwinning op rij. Een teken van de groeiende kloof tussen West- en Oost-Europa?

„Noem het liever een opeenstapeling van misverstanden wegens gebrek aan dialoog”, zegt de Oostenrijkse oud-vicekanselier Erhard Busek. Hij is directeur van het Weense Instituut voor het Donau-gebied en Midden-Europa (IDM). Busek is een van de vooraanstaande stemmen in het debat over de verdeeldheid in de Europese Unie. Bijna dertig jaar na de ‘Wende’ is de euforie over de hereniging van Oost en West verdwenen.

In veel Oost-Europese landen maken politieke elites zich schuldig aan corruptie. In Polen en Hongarije trekt één machtige partij aan alle hendels, terwijl ze het electoraat aan zich bindt met economisch populisme en propagandacampagnes tegen interne en externe vijanden. Voormalige anti-communisten als Orbán of de aanvoerders van de Poolse regeringspartij PiS putten zo steeds breder uit het communistische handboek, klinkt het onder West-Europese diplomaten.

Maar om echt te begrijpen wat in Oost-Europa gebeurt, zegt Busek, „daarvoor zijn West-Europese leiders te arrogant, ze nemen Oost-Europa niet serieus.”

Van dialoog komt het amper nog sinds het uitbreken van de asielcrisis in 2015 – het moment dat de Oost-West-botsing „zich in alle hevigheid openbaarde”, zegt Milan Nic van de Berlijnse denktank DGAP voor internationale politiek.

Vluchtelingencrisis

Orbán schermde zijn land in 2015 af met een grenshek en weigerde mee te werken aan EU-afspraken over de verdeling – middels quota – van vluchtelingen. Van de Hongaarse premier was men in Brussel al wat gewend. Maar in de vluchtelingencrisis keerden ook Tsjechië, Polen en Slowakije Brussel de rug toe. Die landen nemen nauwelijks vluchtelingen op. Nic: „Dat was schrikken. Oost-Europese politici leken tot dan policy takers die in Brussel zwijgen en gehoorzamen.”

West-Europa heeft, zegt Nic, de Oost-Europese trots onderschat. Dat uit zich volgens hem in de botsing tussen de Europese Commissie en de Poolse regering die volgens Brussel de onafhankelijke rechtspraak ondergraaft. „Een ruime meerderheid van de Polen is pro-EU. Maar die Brusselse bemoeienis willen ze niet. Het overheersende gevoel is: wij Polen hebben al zoveel over ons heen gekregen, blijf met je poten van onze nationale identiteit af.”

In de Poolse en Hongaarse kwesties heeft de Commissie een geloofwaardigheidsprobleem, klinkt het steeds luider in het Europees Parlement. Streng zijn tegen Polen kan alleen als ook de Hongaarse premier Orbán hard wordt aangepakt. Maar Orbán wordt, vinden critici, de hand boven het hoofd gehouden door de grote Europese fractie van christen-democraten (EVP) waar hij lid van is. Ook de presidenten van Commissie, Parlement en Europese Raad zijn EVP-ers.

'Existentiële bedreiging'

‘Brussel’ heeft het dus aan zichzelf te danken, vindt de Amerikaanse politicoloog en EU-expert Daniel Kelemen. In een recent interview met een Hongaarse journalistieke website hekelt hij het wegkijken door de EVP. Hij noemt „de opkomst van autoritaire regimes” in Hongarije en Polen een „existentiële bedreiging voor de EU”.

Intussen stapelen de corruptieschandalen in Oost-Europa zich op. Busek voelt de bui al hangen. „De bakken kritiek vanuit West-Europa zijn voorspelbaar. In plaats van een snel en makkelijk oordeel te vellen moeten we begrip tonen.” Amper dertig jaar na de Wende mag je niet verwachten dat Oost-Europeanen „net als wij zijn”. „Laten we ook de hand in eigen boezem steken: Italiaanse corruptie nemen we kennelijk wél voor lief.”

Lees ook het profiel van de premier van Hongarije, geschreven voor de verkiezingen: Viktor Orbán: een vechter die nooit zal stoppen

Nic hoopt dat de betrokkenheid van ‘West’ met ‘Oost’ zich verdiept. Begin maart bezocht een delegatie van Europarlementariërs zijn vaderland Slowakije, om de moord op journalist en anticorruptiestrijder Jan Kuciak te onderzoeken.

De Slowaken die massaal de straat op gingen tegen corruptie, omarmden de delegatie. „Maar ze willen méér dan een delegatie die even langskomt. Ze willen waarachtige, lange-termijnbetrokkenheid van West-Europa.”

Als die uitblijft, „kan het vertrouwen in de EU snel omslaan in teleurstelling waar Oost-Europese anti-EU-populisten van profiteren.”