‘We willen te perfect Frans spreken’

Marjolijn Voogel, Socioloog

Frans spreken was chic. Maar de taal is in Nederland nu echt een vreemde taal aan het worden, zo blijkt uit promotieonderzoek.

Promovenda Marjolijn Voogel: „Ik heb het spreken in het Frans in Frankrijk moeten leren.” Foto Roger Cremers

Het Frans is voor Nederlanders nu echt een vreemde taal aan het worden. Steeds minder leerlingen kiezen het als examenvak. Liefhebbers van het Frans betreuren dat.

Sociologe Marjolijn Voogel promoveerde op een studie over de geschiedenis van het Frans als vreemde taal in Nederland. Volgens haar heeft de taal het in het voortgezet onderwijs nog behoorlijk lang volgehouden. Want eigenlijk is het Frans al vanaf de eerste helft van de negentiende eeuw een minder belangrijke taal voor Nederland.

Voogel studeerde naast sociologie ook Frans. Haar eerste Frans leerde ze, zoals zoveel Nederlanders, op de middelbare school. Ze haalde indertijd een zeven voor het eindexamen.

Een zeven voor Frans. Wat kun je dan?

„Ik ging na mijn eindexamen, in 1989, in Frankrijk werken op een camping. Ik was ontzettend nerveus, want ik kon nog niet veel zeggen in het Frans. Ik werd opgehaald door de eigenaar van de camping, we reden van Nantes naar La Mothe-Achard, wat negentig kilometer was, en de conversatie kwam helemaal niet op gang. Ik heb me nooit zo ellendig gevoeld als in die auto.

„Ik heb het spreken in het Frans in Frankrijk moeten leren. Wat mijn generatie op school leerde was vooral: Frans lezen, zo goed en zo kwaad als dat ging. We moesten tien boeken lezen. We kozen niet de moeilijkste boeken: Le petit prince, l’Etranger, Benoîte Groult.”

Is het voortgezet onderwijs wel de aangewezen plek voor het leren van een andere taal dan het Engels?

„Onze samenleving is nu eenmaal zo ingericht dat we een heel lange periode van ons leven naar school gaan. Het ligt voor de hand om in die periode leerlingen in aanraking te laten komen met allerlei disciplines. De vraag ‘Wat hebben talen als Frans en Duits nog voor nut?’ wordt de laatste jaren veel gesteld. Maar de vraag ‘Wat voor nut heeft scheikunde?’ nooit. Ik heb scheikunde gehad op school, en er daarna nooit meer iets mee gedaan. Hoe nuttig was het voor mij om scheikunde te doen?”

Spreken de Fransen tegenwoordig ook vrij aardig Engels?

„Ik werk in de uitgeverij. In de jaren negentig ging ik naar de Salon du Livre, een soort Frankfurter Buchmesse maar dan in Parijs, en daar moest je Frans spreken met de vertegenwoordigers van grote Franse uitgeverijen. Dat is veranderd. Het kan nu allemaal in het Engels.

„Vroeger was het soms ook zo dat Fransen wel goed Engels kenden, maar niet zo geneigd waren om het te spreken, en dat werd ook helemaal niet van ze verwacht. Toen Ruud Lubbers in de jaren tachtig aan de Franse ambassadeur voorstelde om Engels te spreken, zei die: ‘nee, spreekt u maar gewoon Frans’. En Lubbers deed het nog ook. En hij bleek un très joli français te spreken, werd er daarna gezegd.”

U schrijft: het Frans heeft in het onderwijs langer standgehouden dan je zou verwachten.

„Na de Tweede Wereldoorlog was het Frans nog de belangrijkste taal op school. Ook na de invoering van de Mammoetwet in 1968, bleef het Frans een verplicht vak in de onderbouw, dankzij het amendement Schuyt, dat het net op het nippertje haalde in het parlement. Pas in 1993 veranderde dat. Sindsdien zijn scholen niet meer verplicht om Frans aan te bieden.

„Dat het Frans zo lang behouden bleef in het onderwijs, heeft heel veel te maken met het prestige van die taal. Het Frans was onderdeel van het ‘symbolisch kapitaal’ dat ouders hun kinderen wilden meegeven: kennis en vaardigheden waarmee ze zich konden onderscheiden. Frans was ooit de taal van de elite, en dat prestige heeft die taal nog heel lang behouden, ook toen dat niet meer zo speelde.

„Het is tekenend dat in de jaren zeventig, toen overwogen werd om het aantal lesuren Frans te verminderen, de fractievoorzitter van de communistische partij in Nederland, Marcus Bakker, zei: ‘Nou kúnnen onze kinderen eindelijk Frans leren, en nou mógen ze dat niet’.”

Het heeft er in de zestiende eeuw even op geleken dat het Italiaans toen de nieuwe internationale taal zou worden. Maar het werd: het Frans.

„Nadat de volkstalen als schrifttalen begonnen te concurreren met het Latijn, was het Italiaans een tijd lang de meest prestigieuze volkstaal. Maar uiteindelijk werd het Frans de belangrijkste lingua franca in Europa, en dat hangt sterk samen met de sterke staatsvorming in Frankrijk. In veel regio’s, waaronder de Lage Landen, werd Frans een belangrijke administratieve taal.

„Dus werd het interessant voor de burgerlijke elite om Frans te leren. Het werd zelfs interessanter om Frans te leren dan om Latijn te leren. In de zestiende eeuw zie je dan de opkomst van de Franse scholen in de Nederlanden. En de groei van de Latijnse scholen stagneert: die zijn alleen nog maar interessant voor een heel klein clubje mensen dat daarna naar de universiteit gaat. Voor de burgerij is de Franse school veel interessanter: omdat er een levende taal gedoceerd wordt, het Frans, en omdat er ook andere vakken worden gegeven die van belang waren voor de burgerij, zoals rekenen en aardrijkskunde. Vervolgens wordt het Frans geleidelijk aan ook een onderscheidende omgangstaal.

„Na de val van Napoleon, wordt het internationale belang van het Frans minder. Frankrijk is niet meer zo machtig. Alle ogen richten zich dan op Duitsland, en in tweede instantie ook op Engeland. Desondanks blijft het Frans in Nederland ook in de negentiende eeuw de taal waarmee je je kunt onderscheiden.”

Nederlanders hebben er niet zoveel moeite mee om onvolmaakt Engels te spreken. Maar bij Frans hebben ze het idee dat het meteen foutloos moet.

„Mensen vergelijken zich altijd met anderen. Als ik op het schoolplein met expats praat, heb ik daar geen moeite mee omdat ik denk dat ik net iets beter Engels klets dan de gemiddelde Nederlander. Maar voor het Frans lijkt de lat veel hoger te liggen: mensen zijn dan geneigd om zichzelf met een Fransman te vergelijken en te denken: ik zal nooit zo goed Frans spreken als een Fransman.

„Ik denk overigens dat dat voor het Engels nu ook aan het veranderen is. Iedereen kent wel een beetje Engels. Dus hoe kun je je nu onderscheiden? Door heel correct Engels te spreken.”

Marjolijn Voogel - Bon ton of boring? De ontwikkeling van het Frans in onderwijs en uitgeverij in Nederland. AUP. 332 blz. €24,99.
    • Berthold van Maris