Verpletterende zege van nationalistische premier Orbán

Verkiezingen Hongarije

Conservatieve Fidesz-partij van regeringsleider Orbán krijgt ruim mandaat voor nieuwe termijn.

In een verkiezing met een opkomst van bijna 70 procent, de hoogste sinds 2002, heeft de nationaal-conservatieve premier Orbán een verpletterende zege behaald. Nadat 93 procent van de stemmen was geteld, bleek 48,5 procent op zijn Fidesz-partij te hebben gestemd. Dat is goed voor 133 van de 199 zetels in het Hongaarse parlement. Net als in 2010 en 2014 kan de partij wellicht regeren met een tweederde meerderheid.

Orbán (54) voerde de voorbije jaren een economisch beleid dat de middenklasse en bejaarde Hongaren gunstig stemde, maar richtte zich in de campagne bijna uitsluitend op afkeer van migratie. Nadat hij in 2015 een grensmuur had opgetrokken, waarschuwde de premier in een reeks propaganda-offensieven voor een invasie van islamitische migranten indien de oppositie aan de macht zou komen.

Hij werd geholpen door de publieke omroep en talrijke media die de afgelopen jaren in handen vielen van regeringsgezinde zakenlui. Fidesz gebruikte sinds 2010 haar politieke dominantie om de grondwet te herschrijven en greep te krijgen op de media, economie en het staatsbestel. Ook de kieswet werd hervormd in eigen voordeel.

De oppositie waarschuwde voor de autoritaire neigingen van de premier en richtte zich op beschuldigingen van wijdverbreide corruptie in zijn entourage. Even hoopten oppositie-medewerkers dat die strategie zou werken. In Boedapest voelden ze zich zondag gesterkt door de hoge opkomstcijfers en de lange rijen jonge kiezers die tot drie uur na de officiële sluitingstijd nog aanschoven bij hoofdstedelijke stembureaus. „Toen ik vanochtend wakker werd en de eerste opkomstcijfers zag, was ik plots optimistisch”, zei medewerkster Kata Balint van de linkse oppositiepartij Párbeszéd zondag. Net voor de uitslagen binnenkwamen, was haar vertrouwen weg. ‘Linksen’ en liberalen deden het beter in de hoofdstad, maar op het platteland behaalde Fidesz verreweg de meeste stemmen.

Confrontatie met Brussel

De grootste oppositiepartij, het extreem-rechtse Jobbik, bleef steken op 26 zetels. Jobbik-leider Gábor Vona kondigde ontslag aan.

Linkse Hongaren op straat zeiden ongerust te zijn over de „morele, politieke en legale genoegdoening” die Orbán van zijn tegenstanders verlangde in een campagnetoespraak. Zo wekte hij de vrees dat zijn nieuwe kabinet de ruimte voor tegenstemmen in de pers en maatschappelijke organisaties verder inperkt.

Wat betreft buitenlandpolitiek gaat het derde kabinet-Orbán volgens analisten wellicht verder op de ingeslagen weg. De voorbije jaren ging Orbán de confrontatie aan met Brussel over het vertimmeren van de Hongaarse rechtsstaat of de door hem ongewenste Europese herverdelingsquota voor vluchtelingen. Dit deed hij zonder het EU-lidmaatschap ter discussie te stellen.

„We hebben een overtuigende zege behaald”, zei Orbán zondagavond. „We hebben onszelf in staat gesteld Hongarije te verdedigen.”

    • Roeland Termote