Twee broers, drie roofmoorden

Documentaire

‘De zaak gebroeders R.’ gaat over de veroordeling van twee broers. Hoe maak je een film over moordenaars?

Beeld uit Documentaire

September 2015. Filmmakers Maria Mok en Meral Uslu zijn onderweg naar het Openbaar Ministerie in Groningen, om aan te schuiven bij een strafmaatvergadering. Een bijeenkomst waarin officieren achter gesloten deuren al hun persoonlijke overwegingen geven bij één van de zwaarste straffen die Nederland kent: levenslange opsluiting. Terwijl ze het parkeerterrein opdraaien gaat de telefoon. „Dames” – de voorlichter aan de lijn – „we moeten praten.” Binnen zitten de hoofdofficier van justitie en de persofficier. Ze zeggen: „We hebben besloten de stekker eruit te trekken”.

Uslu: „Die vergadering was de sleutelscène.” Mok: „Weg film.”

Lees ook: OM erkent: nabestaanden niet gerespecteerd bij film

In de winter van 2012 en de zomer van 2013 plegen twee broers, Admilson en Marcos, drie roofmoorden in Drenthe. Een wandelaar uit Dwingeloo wordt gevonden in een greppel, doodgeschoten en beroofd. Een echtpaar uit Exloo komt om door verstikking, in hun eigen bed. Meral Uslu en Maria Mok volgen het strafproces tegen de broers, die vorige maand in hoger beroep beide tot een levenslange gevangenisstraf werden veroordeeld.

Uslu: „Het huiveringwekkende aan deze zaak is dat de slachtoffers zulke willekeurige mensen zijn. Een gewoon middenklasse echtpaar, en dat ze daar dan een week lang in de bosjes naar hebben liggen loeren. Je denkt: dat had ikzelf kunnen zijn.”

Mok: „Admilson wilde criminelen gaan pakken. Maar ze waren ook vrij praktisch: ze kenden geen criminelen.”

Mok en Uslu willen „de kwestie levenslang” zo objectief mogelijk benaderen. Ze volgen de zaak daarom van twee kanten: vanuit de verdediging én het OM. „Het ging ons om het politieke schaakspel tussen die twee”, vertelt Uslu. „Met de rechtbank in Assen als arena waar de zaak zou worden uitgevochten.”

Uslu en Mok mogen tapgesprekken gebruiken, verhoorbeelden, en filmen teruggevonden bezittingen. Tot het OM halverwege de stekker uit de samenwerking trekt. Waarom? Hoe red je een film?

Het is het najaar van 2014 als advocaat Wim Anker – die Marcos verdedigt – zich meldt. Hij heeft net een nieuwe zaak binnen. Mok: „Geadopteerde jongens uit Brazillië, drugs, hechtingsproblematiek – van alles mee aan de hand. En wat interessant was: ze waren jong. Dan is levenslang ineens een stuk heftiger.”

Mok en Uslu benaderen de verdediging. Behalve een toezegging van de advocaten tekenen de twee broers een ‘quit claim’: een overeenkomst waarmee ze toestemming geven dat de beelden uitgezonden en herhaald mogen worden.

Kort daarop blijkt dat ook het Openbaar Ministerie wil meewerken. En dat is opmerkelijk. Niet alleen omdat de nabestaanden van het echtpaar van begin af aan bezwaar maken tegen de film, óók omdat de makers nu informatie in handen krijgen, die wel eens relevant zou kunnen zijn voor de verdediging.

Mok en Uslu tekenen op 8 december 2014 een negen pagina’s tellend mediacontract met het OM, waarin ze onder meer beloven geen kennis te delen. De film mag pas worden uitgezonden als de zaak is afgerond.

Waarom het OM zoveel risico neemt? Het schat in dat het „wel los loopt” met de nabestaanden. En: het OM ziet pr-kansen, zo blijkt uit het contract. De film moet „openheid geven over de zorgvuldigheid waarmee het Openbaar Ministerie met dergelijke grote/complexe strafzaken omgaat.” Maria Mok: „Er was een prachtig rechercheonderzoek aan vooraf gegaan. Daar waren ze heel erg trots op.”

Maar het loopt niet los. Advocaat Richard Korver, die de nabestaanden van het echtpaar bijstaat, klopt bij het OM aan en dreigt met een kort geding. De nabestaanden willen niet na afloop nog eens geconfronteerd worden met het overlijden van hun ouders.

Het OM wil het niet tot een zaak laten komen. Uslu: „Hoofd-officier Jan Eland zei letterlijk: we liggen liever met jullie te rollebollen dan met de nabestaanden.”

Mok en Uslu besluiten dat er maar één manier is om de film te redden: omschakelen naar de verdachten. Mok: „Admilson wilde als een soort panter door Nederland sluipen. Wat is er gebeurd in die koppen? Die vraag, die vind ik waanzinnig interessant.” In de film zijn grote delen uit de verhoren opgenomen. We zien Admilson– voormalig militair – levendig vertellen hoe hij samen met zijn broer dagenlang voor het huis van het echtpaar in de bosjes lag. Hij legt uit hoe ze hun routines ontdekten. „Dan ging die lamp aan, en dan wist je: oké. Nu gaat hij zijn tandenpoetsen.” En hoe de broers aan de buit kwamen. Admilson had in een boekje vragen opgeschreven die hij de getiewrapte slachtoffers niet mocht vergeten te stellen: wat is hun pincode?

Mok en Uslu filmen in de maanden die volgen gesprekken van advocaten onderling, en gaan langs in de gevangenis in Vught waar Marcos en Admilson vastzitten. De kijker komt te weten dat Marcos in Brazillie al op vierjarige leeftijd als „totaal apathisch en depressief” is gediagnosticeerd. Dat de jongens op Schiphol aankwamen met maden in hun oren. En we zien een grieperige Marcos, sjaaltje om de nek, die constateert dat hij zijn hele leven een goed mens heeft willen zijn, maar dat dat „nu allemaal teniet is gedaan.”

De switch naar de verdachten is verdedigbaar, vinden de makers. Zij krijgen niet zomaar een podium. „We zetten ze eerst heel heftig neer. Twee jongens – drie gruwelijke moorden. Want dat is zoals je zulke zaken nu eenmaal voorgeschoteld krijgt ”, zegt Maria Mok. „Maar langzamerhand leer je die jongens kennen. Je kan niet zo makkelijk meer zeggen: het zijn twee vieze vuile monsters. Het gaat erom wat dat met je oordeel doet.”

Mok en Uslu zagen nabestaanden de afgelopen jaren steeds meer invloed op het proces krijgen, vertellen ze. Terwijl zij de verdediging van Robert M. filmden, werd het spreekrecht uitgebreid. En sinds vorig jaar mogen nabestaanden zich uitlaten over de hoogte van de strafeis. Mok: „Ik hoop dat deze film een beetje tegenkleur geeft. Over de verdachten wordt zo makkelijk gezegd: tuig. En: tegen de muur.”

    • Lineke Nieber
    • Wubby Luyendijk