Syrische staatsmedia melden raketaanvallen bij Homs

Volgens Rusland werd de aanval uitgevoerd door Israëlische gevechtsvliegtuigen. Maandag komt de Veiligheidsraad bijeen om de recente gebeurtenissen in Syrië te bespreken.

Demonstrant met een Syrische vlag. Foto ter illustratie. Foto: Jamal Nasrallah/EPA

Het militaire vliegveld T4 bij de stad Homs is volgens Syrische staatsmedia maandagochtend vroeg bestookt met raketten. De staatstelevisie meldt dat er acht raketten zijn neergehaald en er meerdere doden en gewonden zijn. Het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten (SOHR), dat werkt vanuit Londen, meldt dat in totaal veertien doden zijn gevallen bij de militaire basis. De slachtoffers zouden militairen zijn.

Volgens het Russische ministerie van Defensie zijn de raketaanvallen uitgevoerd door twee Israëlische gevechtsvliegtuigen. De twee Israëlische F-15’s zouden vanuit Libanon de raketten hebben afgevuurd, zonder het Syrische luchtruim binnen te vliegen. Dat melden internationale persbureaus maandag op basis van een verklaring van het Kremlin. Persbureau RIA Novosti meldt op autoriteit van het ministerie dat drie raketten het “westelijk deel van het vliegveld” hebben geraakt. Moskou zegt dat de vijf andere raketten zijn neergehaald.

De luchtmacht van Israël heeft eerder aanvallen op dezelfde basis uitgevoerd. Reden voor de acties zou zijn dat daar ook Iraanse soldaten zijn gestationeerd. Israël heeft nog niet gereageerd op de beschuldiging.

Reacties van VS en Frankrijk

In eerste instantie meldden staatsmedia in Syrië dat het hoogstwaarschijnlijk om Amerikaanse aanvallen gaat. President Donald Trump schreef zondag op Twitter dat het Syrische regime “een hoge prijs” gaat betalen voor de vermeende gifgasaanval zaterdag in de stad Douma.

Het Pentagon ontkende in een verklaring ten stelligste dat de Verenigde Staten “op dit moment” acties uitvoeren boven Syrië.

“Op dit moment voert het ministerie van Defensie geen luchtaanvallen uit in Syrië. Wel blijven we de situatie nauw volgen en steunen we de voortgaande diplomatieke inspanningen om diegenen die chemische wapens gebruiken verantwoordelijk te houden, in Syrië of waar dan ook.”

Ook de Franse overheid heeft laten weten niet achter de bombardementen te zitten. “Wij zijn het niet, zei een hooggeplaatste Franse kolonel maandagochtend tegen persbureau AFP.

Later op maandag bespreekt de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN) de laatste ontwikkelingen in Syrië. De bijeenkomst is aangevraagd door onder meer de VS en Frankrijk. Die landen willen onder meer de gebeurtenissen van het afgelopen weekend in de regio Ghouta bespreken.

Waarschijnlijke gifgasaanval

In de Syrische stad Douma, in de regio Ghouta, zijn dit weekend tientallen mensen een verstikkingsdood gestorven. Er is volgens hulporganisaties ter plekke en verschillende landen bewijs dat zij slachtoffer zijn geworden van een gifgasaanval van het Syrische regeringsleger. De Syrische regering ontkent dat.

Zowel president Trump als zijn Franse collega Emmanuel Macron hebben de vermeende gifgasaanval scherp veroordeeld. De twee regeringsleiders hielden zondagavond een telefoongesprek, waarin ze “informatie en analyses deelden” over het gebruik van de gifgaswapens. De twee landen willen ook hun optreden bij de VN Veiligheidsraad “coördineren”. Het overleg werd gehouden voordat het bombardement op de Syrische militaire basis plaatsvond.

Twitter avatar statedeptspox Heather Nauert By shielding #Syria, #Russia has breached its commitments to the @UN, betrayed UNSCR 2118 & ultimately bears responsibility for these brutal attacks. We call on Russia to end this unmitigated support and work with the international community to prevent further chemical attacks.

Op zondagavond waarschuwde Rusland, dat de regering van Assad steunt, dat er geen wraakacties moeten worden ondernomen op basis van „verzinsels en valse voorwendselen”.

Correctie (9 april 2018): In een eerdere versie van dit bericht stond dat Israëlische gevechtsvliegtuigen de raketaanvallen volgens Rusland vanuit Libië hadden uitgevoerd. Dat moest ‘vanuit Libanon’ zijn. Hierboven is dat aangepast.