Opinie

Het kabinet kan dus luisteren – en zou dat moeten blijven doen

Het kabinet heeft zich de negatieve uitslag van het referendum over de inlichtingenwet terecht aangetrokken. De omstreden wet zal op onderdelen worden aangepast. Niet alleen slechts semantische tekstexercities, geen inlegvelletje als leeswijzer, nee door middel van twee concrete wetswijzigingen en daarnaast verduidelijkingen.

Allereerst wordt de uitwisseling van gegevens met buitenlandse diensten van extra waarborgen voorzien. Bovendien wordt de mogelijkheid van het ongericht aftappen van digitaal verkeer – de sleepnetvrees – door middel van het aanbrengen van extra veiligheidssluizen verder beperkt. Daarnaast wil het kabinet via het aanpassen van beleidsregels de bekritiseerde bewaartermijn van drie jaar van door geheime diensten getapte informatie beperken.

De wijzigingen die het kabinet wil aanbrengen sluiten aan bij de meest gehoorde bezwaren tegen de nieuwe inlichtingenwet. Of het voldoende is om alle critici tevreden te stellen valt te betwijfelen. Voor een deel gaat het om de wijze van interpretatie en dus om cosmetica. Maar het kabinet had er ook voor kunnen kiezen om niets te doen. De uitslag van het raadgevend referendum is immers niet bindend.

Het siert de nieuwe regeerploeg dat niet voor deze weg is gekozen maar men serieus met de uitslag van het referendum aan de slag is gegaan. Onderschatte zorgen zijn via het referendum naar buiten gekomen. En nu probeert het kabinet die zorgen met aanpassingen te beantwoorden. Het zou haast modern bestuur genoemd kunnen worden. Des te treuriger is het dat het kabinet dit instrument dat kan bijdragen aan het dichten van de vertrouwenskloof al weer wil afschaffen.

Maar de voorstanders van het referendum hebben zich nog niet gewonnen gegeven. In een race tegen de klok wordt nu geprobeerd een volksraadpleging over de donorwet af te dwingen. De voorbereidende activiteiten moeten zijn afgerond voordat de Eerste Kamer zich mogelijk schaart achter het reeds door de Tweede Kamer aanvaarde voorstel om de referendumwet af te schaffen De eerste 10.000 handtekeningen, nodig om de eerste fase in gang te zetten, zijn inmiddels binnen. Het gaat nu om de volgende stap waarbij 300.000 handtekeningen in een periode van zes weken vanaf 3 mei moeten worden opgehaald. De spannende vraag is of na die zes weken de referendumwet nog zal bestaan, of dat de Senaat op dat moment zal hebben ingestemd met afschaffing van de wet.

Vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de initiatiefnemers. Dit zijn de mensen achter de weinig verheffende website GeenStijl. Die maken er geen geheim van ook een andere bedoeling met het referendum te hebben dan het ter discussie stellen van de door D66 gekoesterde donorwet. Zij willen tevens de door D66 getoonde bestuurlijke arrogantie rond de afschaffing van het pas net ingevoerde referendum afstraffen met behulp van tot voor kort één van de kroonjuwelen van de partij, namelijk datzelfde referendum. Kortom lekker rellen, geheel passend het verdienmodel van de website GeenStijl.

Maar bij de beoordeling of een raadgevend referendum wenselijk is dient het om de vraag te gaan en niet om de mogelijke extra motieven van de organisatoren. Het onderwerp, de in beide Kamers van de Staten-Generaal met een minieme meerderheid aangenomen initiatiefwet van D66 om makkelijker over organen van overledenen te kunnen beschikken, leent zich goed voor een referendum. De vraagstelling is helder en het is een kwestie die letterlijk iedereen aangaat.

Om die reden valt er wel wat te zeggen voor de poging een raadgevend referendum over de donorwet te organiseren. In de hoop dat als de volksraadpleging doorgaat het ongetwijfeld breed gevoerde maatschappelijke debat zal leiden tot een toestroom van vrijwillige donoren. Want om die extra donoren is het uiteindelijk toch te doen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.