Gaat het Westen op de valreep alsnog ingrijpen in Syrië?

Met de chemische aanval van zaterdag lijkt het conflict weer een nieuwe wending te krijgen. Gaan Trump en Macron doorpakken waar Obama aarzelde?

Kinderen in Douma worden door hulpverleners geholpen na de aanval met chemische stoffen. Foto AP

Een aanval met chemische stoffen op de rebellenstad Douma, ten noorden van Damascus, waarbij mogelijk zestig doden vielen, heeft het Westen opnieuw voor de vraag gesteld of en hoe in te grijpen in Syrië. Terwijl bondgenoten van de Syrische leider Assad er nog op hamerden dat niet is bewezen dat het regime chemische wapens heeft gebruikt, voerde het Westen maandag overleg over represailles.

Vooruitlopend op een extra vergadering van de VN-Veiligheidsraad, maandagavond, twitterde de Amerikaanse VN-ambassadeur Nikki Haley: „Harde actie is geboden.” In het weekend dreigde president Trump het „beest Assad” al met vergelding. „Big price to pay”. Trump is maandag gebrieft over de situatie en heeft gedineerd met zijn militaire adviseurs. Daarna maakte Trump bekend dat hij voor woensdagavond met een besluit zal komen over de te nemen acties van de VS. Over de mogelijkheid tot militair ingrijpen, zei Trump: „Alle opties liggen op tafel.”

Herhaaldelijk gedreigd

Maandag werd bekend dat Trump de crisis zondag heeft besproken met de Franse president Emmanuel Macron. President Macron heeft in het verleden herhaaldelijk gedreigd met ingrijpen, mocht Assad nog eens chemische wapens inzetten tegen zijn eigen bevolking. Volgens het Witte Huis zijn de twee „een krachtige, gezamenlijke actie” overeengekomen en zullen ze elkaar binnen 48 uur weer spreken. De Britse minister van Buitenlandse Zaken, Boris Johnson, riep op tot een „sterke internationale reactie.”

Rusland, bondgenoot van de Syrische leider, noemde de beschuldiging dat het regime chemische stoffen had gebruikt, een „provocatie.” Minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov zei dat Russische militairen een bezoek hadden gebracht aan het gebied van de vermeende aanval, maar geen sporen van chemische wapens hebben gevonden.

Lees ook: OPCW begint onderzoek naar vermeende gifgasaanval

De EU zei er niet aan te twijfelen dat Assad chemische middelen heeft ingezet. De VN-organisatie die toeziet op naleving van het verbod op chemische wapens, de OPCW in Den Haag, kondigde een onderzoek aan.

President Obama noemde het gebruik van chemische wapens in 2015 al een grens die Assad niet mocht overschrijden. Toen Assad dat toch deed, deinsde Obama op het laatste moment terug en greep niet in. President Trump staat nu voor de vraag of hij moet doorpakken waar Obama aarzelde.

Afstraffen

Het is niet eenvoudig Trumps gedrag te voorspellen op basis van het verleden. Tijdens de presidentscampagne was Trump fel tegen ingrijpen. „Val Syrië niet aan”, adviseerde hij Obama in september 2016 per twitter. „Als je het doet zullen er veel slechte dingen gebeuren.” Eenmaal in het Witte Huis strafte Trump het gebruik van chemische wapens een keer af door tientallen raketten te laten lanceren op een luchtmachtbasis in Syrië.

Vorige week kondigde Trump aan Amerikaanse troepen uit Syrië terug te zullen trekken. Zijn staf bracht hem echter snel op andere gedachten. Amerikaanse bondgenoten in de regio als Israël, Saoedi-Arabië en in Syrië zelf, zijn tegen een definitieve aftocht. De VS hebben ongeveer 2.000 man in Syrië. Wel heeft Trump honderden miljoenen aan onder meer humanitaire hulp opgeschort.

Lees ook: Rusland en VS ruziën na ‘gifaanval’

Wat zal Trump nu doen? Toevallig is Trumps nieuwe adviseur voor nationale veiligheid, John Bolton, vandaag aangetreden. Bolton, die zaterdag al in het Witte Huis werd gesignaleerd, staat bekend als havik – hij verdedigt nog steeds het Amerikaanse ingrijpen in Irak. Amerikaanse analisten hebben er op gewezen dat Trump graag het tegenovergestelde doet van zijn voorganger Obama, hetgeen ook een indicatie voor een militaire actie zou zijn.

Eindfase

Het conflict in Syrië is een gecompliceerde burgeroorlog, toneel van afgrijselijke oorlogsmisdaden én een plek waar grootmachten en buurlanden vechten voor invloed en militair gevaarlijk dicht bij elkaar in de buurt komen. Na acht jaar leek het conflict met de versplintering van IS en toenemende nederlagen van andere rebellengroepen in een eindfase te zijn aanbeland. Vorige week kwamen de leiders van Rusland, Turkije en Iran in Ankara bijeen om over de toekomst van het land te overleggen. Met de chemische aanval van zaterdag lijkt het conflict weer een nieuwe wending te krijgen.

Het Westen liet Syrië de afgelopen jaren hoofdzakelijk over aan Assad en zijn bondgenoten Rusland en Iran. Het Westen koos onmiddellijk de kant van de rebellen, maar gaf ze niet de middelen of de steun om het regime omver te gooien. Voor Rusland, traditioneel bondgenoot van Assad, is Syrië een bruggenhoofd in het Midden-Oosten. Iran droomt van een corridor die Iran verbindt met bondgenoot Hezbollah in Libanon.

Israël, dat zich eerder terughoudend opstelde maakt zich steeds meer zorgen over de Iraanse activiteiten in Syrië. Volgens Rusland bombardeerde Israël in de nacht van zondag op maandag een militaire basis bij Homs. Bij de aanval zouden 14 mensen zijn gedood, hoofzakelijk Iraniërs. Israël heeft dat niet bevestigd. In februari liet Israël ook al beschietingen uitvoeren op dezelfde basis nadat een Iraanse drone het Israëlische luchtruim was binnengedrongen.

Turkije probeert te voorkomen dat de Koerden langs de zuidgrens een aaneengesloten gebied inpalmen en viel daartoe de noord-Syrische regio Afrin aan. Lavrov verklaarde maandag dat Rusland verwacht van Turkije dat het zich op termijn terugtrekt uit Afrin.

    • Michel Kerres