Het sportmysterie van een falend hart

Medische screening

De dood van wielrenner Michael Goolaerts roept opnieuw de vraag op: wat is toch de oorzaak van een plotselinge hartstilstand?

Michael Goolaerts wordt een week voor zijn dood, tijdens de Ronde van Vlaanderen, op de Muur van Geraardsbergen aangemoedigd door wielerfans. Foto Derk Waem/AFP

Het was zijn eerste Parijs-Roubaix. Honderd kilometer na de start kwam de 23-jarige Belg Michael Goolaerts ten val en stond niet meer op. Kort erna stelden de doktoren een hartstilstand vast bij de renner van Veranda’s Willems-Crelan.

Waarschijnlijk, zo verklaarde het parket van het Franse Cambrai maandagmiddag, ging hartfalen vooraf aan Goolaerts val.

Maar volgens zijn manager waren er geen hartproblemen bekend, zo meldden Belgische media. Hoe kan het dat een jonge renner tijdens de koers zomaar het leven laat?

Dat is minder onwaarschijnlijk dan het misschien lijkt, vertelt Joost De Maeseneer, ploegarts bij Wanty-Groupe Gobert, in het verleden onder anderen bondsdokter van de Belgische Wielrijdersbond. „Een hartstilstand kan veel oorzaken hebben.”

Een renner die geen hartproblemen kent, kan door bijvoorbeeld een schok of val een hartstilstand krijgen. Hij kan een ontsteking aan de hartspier hebben. Het kan ook om een aangeboren stoornis gaan: „Iets wat je je ganse leven kunt hebben, maar bij extreme inspanning pas een ritmestoornis oplevert.”

Wielerploegen testen over het algemeen grondig, zegt De Maeseneer: „De internationale wielerbond UCI verplicht een jaarlijkse cardioscreening voor alle wielrenners. Elke renner wordt dus regelmatig getest op mogelijke hartproblemen.”

De meeste ploegen doen volgens de arts zelfs meer dan verplicht is, „zeker doordat er de laatste jaren vaker plotselinge overlijdens zijn geweest onder renners”.

Zo laten haast alle grote ploegen minstens jaarlijks echo’s maken om onregelmatigheden op te sporen. Zeker vier keer per jaar vinden ook bloedanalyses plaats.

Intensief bloed afnemen

Al die maatregelen sluiten niet uit dat er iets mis kan gaan, weet De Maeseneer: „In de meeste gevallen zien we een ritmestoornis bijvoorbeeld bij een screening, maar dan nog is er een kans van niet.”

Het hart moet maar net op het moment van de test een onregelmatigheid vertonen. „En stel dat het een virus was, dan had dat wellicht met extra bloedanalyses gevonden kunnen worden. Maar dan betekent dat ook dat je twee keer per week bloed moet afnemen.”

Toch „hoort dit natuurlijk niet bij zo’n jonge kerel”.

De komende dagen wordt een autopsie uitgevoerd, waaruit zal moeten blijken wat er precies gebeurd is. Belangrijk, vindt De Maeseneer. „Voor de familie én voor de wetenschap. Om te weten of dit vermijdbaar was geweest en om ervan te leren, want we moeten altijd streven naar nog betere screenings.”

Lees ook de column van Karl Vannieuwkerke: Renners sterven wel

Goolaerts is niet de eerste renner die mogelijk wegens hartfalen het leven liet tijdens een koers. De laatste jaren kwamen meer Belgische renners te overlijden als gevolg van hartproblemen. In 2016 Daan Myngheer (26), in 2012 Rob Goris (30) en acht jaar ervoor Tim Pauwels (22).

Toeval? De Maeseneer is vreest dat „Jan met de Pet nu weer naar doping zal wijzen”. De arts: „Maar dat heeft er werkelijk niks mee te maken. Hier is volgens mij het maximum aan voorzorg gedaan. Soms slaat het noodlot gewoon toe.”