Recensie

Hals als inspiratie voor wetenschap en kunst

Rendez-vous met Frans Hals

Museum De Hallen en het Frans Hals Museum zijn gefuseerd. Samen tonen ze hedendaagse reflecties op de Haarlemse meester.

Frans Hals, ‘Vissersjongen’ (ca. 1630).

De ‘Paleopathologie’, die ziektebeelden vaststelt bij mensen uit lang vervlogen tijden, heeft het Frans Hals Museum bereikt. Oude kunstwerken zijn wel vaker onderwerp van deze retrospectieve diagnostiek. In Hals’ schilderijen blijken bleke gezichten te kunnen duiden op bloedarmoede, rode juist op hoge bloeddruk of alcoholisme. En de blauwige schaduw op een vrouwenwang kon wel eens een symptoom zijn van huiselijk geweld.

De scherpzinnige en onderhoudende diagnoses, gesteld door studenten geneeskunde, maken deel uit van de tentoonstelling Rendez-vous met Frans Hals. Ter gelegenheid van de fusie van het Frans Hals Museum met museum De Hallen, die nu verder gaan als de locaties ‘Hof’ en ‘Hal’, reflecteren kunstenaars en wetenschappers op de zeventiende-eeuwse Haarlemse meester. Uit de expositie blijkt wel hoe divers, en niet altijd even helder, zulke bespiegelingen kunnen uitpakken.

Michael Borremans, ‘Fire from the Sun’ (2017). Foto’s Hugo Maertens Borremans; Peter Cox

Zo kiest kunsthistoricus Frans Grijzenhout de schutterijen, zoals Hals die in groepsportretten heeft vastgelegd, als uitgangspunt. Uit een schuttersstuk en bijvoorbeeld een rijkgedecoreerde zilveren drinkhoorn, spreekt ostentatieve weelde. Die contrasteert met een eenvoudig stel tinnen bekers van ingetogen doopsgezinden.

Meer associatief zijn de relaties die kunstenaars leggen met Hals’ werk. Nu eens zijn het vormen en compositie die op soms zeer persoonlijke wijze worden verwerkt in nieuwe schilderijen, dan weer is de thematiek een inspiratie. Zo heeft Hals een groep schilderijen gemaakt van kinderen, zoals de Vissersjongen uit ca. 1630. Ondanks zijn barre levensomstandigheden staat de kleine knecht er onbevangen lachend bij. Om die tegenstelling te benadrukken heeft Museumdirecteur Ann Demeester er recent werk naast gehangen van Michaël Borremans (1963). De geïsoleerde kinderen die hij schildert zijn even onschuldig, maar door hun naaktheid en bloedrode vlekkerigheid, overheerst een gevoel van tragiek.

In de locatie Hal, het museum voor moderne kunst aan de Grote Markt, ontbreken werken van de oude meester. Die omissie wordt opgevangen door de thematiek te verschuiven naar werken van Hals die niet meer bestaan of zelfs nooit hebben bestaan. Intrigerend is een installatie van Pavèl van Houten (1984), die de barstjes in de verflaag van Hals’ Portret van de regenten van het Sint Elisabethsgasthuis nauwgezet heeft nagetekend en met codes gedocumenteerd.

Zowel in Hal als in Hof speelt kunsthistoricus en kunstenaar Laurence Aëgerter (1972) met haar fascinatie voor de twee pendantportretten van een echtpaar dat Hals omstreeks 1650 schilderde. Ze tonen Stephanus Geraerdts en Isabella Coymans ongebruikelijk informeel: ze kijken elkaar teder glimlachend aan. De man maakt een uitnodigend gebaar naar zijn vrouw die hem op haar beurt een roos aanreikt. Des te onverteerbaarder is het dat de schilderijen sinds 1886 in verschillende collecties worden bewaard. Aëgerter heeft alleen het mansportret opgehangen, vergezeld van grote tekstborden met aangrijpende verhalen van mannen die door soms tragische omstandigheden gescheiden leven van hun (droom)vrouw. Iedere geïnterviewde heeft door te krassen op een geprepareerd vel wit papier de schaduw van het portret van Isabella tevoorschijn gehaald. Vaak zijn de ‘liefdevolle krassen’ die het bijschrift vermeldt, eerder wanhopige halen.

    • Bram de Klerck