Recht & Onrecht

Europa dwingt straks meer Nederlandse vrouwen in topposities af

Een bindend quotum voor vrouwen in topposities in het bedrijfsleven komt dichterbij. Daarbij speelt druk uit Europa terecht een rol, schrijft Linda Senden in de Europacolumn.

Marjan van Loon, president-directeur van Shell Nederland. Andreas Terlaak

Door Linda Senden
Sinds enkele jaren probeert Nederland het aantal vrouwen in topposities van grote ondernemingen te vergroten. Het nut, de noodzaak en wenselijkheid staat inmiddels niet meer ter discussie, maar de manier waarop wel. De in 2013 ingevoerde regeling bewandelde een tussenweg door wel een streefcijfer te bepalen van minstens 30 procent vrouwen in bestuursraden en raden van commissarissen in 2016, maar bedrijven tegelijkertijd de ruimte te geven hoe dit te bewerkstelligen. Bovendien hoefden ze geen sancties te vrezen: ze hoefden enkel tekst en uitleg te geven waarom het streefcijfer niet is gehaald. In 2016 was het streefcijfer nog lang niet gehaald en daarom werd de regeling verlengd tot 2019. Maar ook nu nog zijn de cijfers nog steeds ‘om te huilen’ , om met minister Van Engelshoven van Emancipatie te spreken.

 

Maat is vol

De Bedrijvenmonitor laat zien dat de teller voor bestuursraden medio 2017 is blijven steken op slechts 11,7 procent vrouwelijke bestuursleden en op 16,2 procent vrouwelijke commissarissen. Bovendien nemen maar weinig ondernemingen de moeite om uitleg te geven. De Monitorcommissie adviseerde derhalve dat een hard quotum op zijn plaats is en ook volgens de minister is “de maat nu vol”. Het scenario van een bindend quotum dat de vorige minister van Emancipatie – Jet Bussemaker - al schetste, komt daarmee steeds dichterbij.

Maar ook uit Europa wordt de druk op de Nederlandse regering en het bedrijfsleven opgevoerd om eindelijk tot effectief beleid te komen. Recent rechtsvergelijkend onderzoek laat zien dat Nederland steeds verder achterop raakt in Europa. Zo hebben de grote EU-landen – Frankrijk, Italië en sinds 2016 ook Duitsland – al harde quotaregels aangenomen, die goede resultaten opleveren. Maar zelfs sommige landen met een zachtere zelfreguleringsaanpak, zoals het Verenigd Koninkrijk, Finland en Zweden, blijken een stuk succesvoller dan Nederland. Ons land boet daarmee in op zijn reputatie van voorhoedeland waar gelijkheid van vrouwen en mannen hoog in het vaandel staat.

En dan is er ook nog het voorstel van de Europese Commissie uit 2012 voor een richtlijn voor evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen in bestuursraden. De richtlijn schrijft een streefcijfer voor dat nagenoeg gelijk is aan het Nederlandse: 33 procent voor bestuursraden en raden van commissarissen. Het voorstel schrijft voor dat ondernemingen transparante en niet-discriminerende procedures volgen bij selectie en benoeming en bij gelijke geschiktheid heeft het ondervertegenwoordigde geslacht voorrang.

Negatief advies

Het Nederlandse parlement heeft daar destijds een negatief advies over gegeven, onder de stelling dat we dit probleem prima zelf kunnen aanpakken. Het voorstel is tot op heden niet aangenomen omdat de vereiste meerderheid van EU-landen er nog niet mee heeft ingestemd. Maar inmiddels worden de kaarten anders geschud door de nakende Brexit en de nieuwe Duitse regeringscoalitie. Zo valt het VK als medetegenstander van de richtlijn straks weg, terwijl de kans groot is dat Duitsland ‘om’ gaat nu de SPD verantwoordelijk is geworden voor dit dossier.

Als dat gebeurt, dan kan Nederland de richtlijn hoogstwaarschijnlijk niet meer tegenhouden. Moeten we dat nu erg vinden, als een teken van overbemoeienis van de EU zoals sommigen betogen? Nee, integendeel. Allereerst omdat het voorstel dusdanig is aangepast dat het nu een zogenaamde ‘equal effectiveness rule’ bevat. Die maakt het lidstaten mogelijk om hun eigen regelgeving te blijven toepassen zolang deze maar effectief is. Dat biedt ruimte voor de lidstaten, maar niet om vast te houden aan symboolwetgeving die de schijn wekt van politieke daadkracht maar niet tot wezenlijke veranderingen leidt. Een hardere quotumregeling en striktere regels ten aanzien van de niet-nakoming ervan zou daarom nu al hoog op de politieke agenda moeten worden geplaatst en niet pas in 2019.

Oerbelofte

Daarnaast geeft de richtlijn een belangrijke prikkel tot actie in de landen die nu nog niks doen om dit probleem aan te pakken. Zoals premier Rutte zelf onlangs in zijn toespraak in Berlijn benadrukte, is de Unie een waardengemeenschap die staat voor de gelijkheid van vrouwen en mannen en moet de oerbelofte van Europa niet door woorden maar door daden worden waargemaakt. De lidstaten moeten elkaar naar een hoger niveau tillen van welvaart, veiligheid en stabiliteit. De EU als boegbeeld van een daadwerkelijke waardengemeenschap vraagt inderdaad om sociale vooruitgang van alle lidstaten en niet alleen in eigen huis. Nederland zou er ook om die reden goed aan doen zijn weerstand tegen deze richtlijn eindelijk te laten varen.

De Europacolumn verschijnt regelmatig en wordt geschreven door senior-onderzoekers van Renforce, Universiteit Utrecht. Linda Senden is hoogleraar internationaal en europees recht.

Blogger

Folkert Jensma

Journalist en jurist Folkert Jensma (1957) werkt sinds 1985 voor NRC Handelsblad op de terreinen bestuur, justitie, politiek en Europa. Hij schreef als correspondent Brussel over de Europese eenwording door de verdragen van Schengen in 1985 en van Maastricht in 1992. Als hoofdredacteur, tot september 2006, was hij mee verantwoordelijk voor de introductie van nrc.next, de bijlage Opinie & Debat, het magazine M en de introductie van Europa- en Wetenschapspagina's in de dagkrant. Sindsdien schrijft hij als commentator recht en bestuur hoofdartikelen, jurisprudentie-rubrieken en columns voor NRC Media. Voor zijn columns ontving hij in 2013 de Jacques van Veen jubileumprijs en in 2014 de J.L. Heldringprijs.