Een engel met grote bek en kapotte veren

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag over een toneelstuk dat de angst voor aids weer oproept.

Ik ben opgegroeid met engelen. Mijn katholieke jeugd was vol verhalen over verheven wezens die uit de hemel neerdaalden om ons mensen te waarschuwen, te helpen en de toekomst te voorspellen. In mijn dromen streken engelen hun veren glad in een glans van verblindend wit licht.

Engelen waren niet alleen maar mooi en aardig. Op het lyceum hing een prent van Gustave Doré waarop Jacob vecht met zijn engel. De arme Jacob wordt door de beduidend grotere engel achterovergeduwd. Ik hield mijn hart vast.

Maar in mijn wildste dromen zag ik niet het gevecht voor me dat Prior Walter levert met zijn engel in het toneelstuk Angels in America. Dit iconische en gelauwerde werk van Tony Kushner viert nu, 25 jaar na de première, opnieuw zijn triomf op Broadway.

Het stuk speelt in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Voor wie denkt dat we in een krankzinnige tijd leven en dat vroeger alles beter was: Ronald Reagan, een onvoorspelbare president, was aan de macht; de Koude Oorlog met de Russen was angstaanjagend; en er was een dodelijke ziekte die vooral jonge homoseksuele mannen trof. De slechterik in het stuk, de manipulerende advocaat Roy Cohn, was een handlanger van de communistenhater Joe McCarthy – en een vroege mentor van Donald Trump.

Angels in America brengt de angst rondom aids terug in alle hevigheid. De vrees voor besmetting, de strijd om medicatie, het taboe op homoseksualiteit. Het isolement van deze patiënten die vaak moederziel alleen een gruwelijke dood stierven. Toen Kushner het stuk schreef, in 1991, waren meer dan een miljoen mensen besmet. Meer dan 150.000 mensen in Amerika waren overleden aan aids, er was geen zicht op behandeling.

Kushners inspiratie kwam toen hij op het moment dat zijn vriend, een balletdanser, overleed, een engel voor zich zag. De engel in het toneelstuk komt wel op tijd. Maar vanzelf gaat de redding niet. Prior Walter, een dertigjarige homoseksuele man levert in zijn pyjama in een ziekenhuisbed, een gevecht vol wanhoop, angst en hallucinaties.

Zijn engel lijkt niet op die uit mijn jeugd. Dit is een imposant wezen met een grote bek, met grove, vuile vleugels van kapotte veren. Zij trapt de doodzieke Walter zo hard in zijn buik dat hij achterover slaat en tilt hem zo hoog op, dat ik bang ben dat hij te pletter stort. Maar Prior Walter zegeviert uiteindelijk, zoals de mensheid het gevecht tegen de gruwelijke ziekte aan het winnen is.

Om middernacht loop ik natrillend over Broadway, mijn hoofd vol worstelende engelen. Ik ben bijna acht uur ondergedompeld in de hallucinaties, het onstuimige gevecht tussen goed en kwaad, vooruitgang en stilstand, het naderende Armageddon, maar ook de liefdevolle en humoristische portretten van de alledaagse menselijke interacties.

Ik denk na over het verrassend hoopvolle einde. Walter spreekt het publiek rechtstreeks toe, staande voor het standbeeld in Central Park van de engel van Bethesda die het badwater genezingskracht gaf.

„De wereld draait alleen voorwaarts. We zullen burgers zijn. De tijd is gekomen. Gegroet. Jullie zijn wonderlijke schepselen, elk en ieder van jullie. En ik zegen jullie: Meer Leven. Het Grote Werk Begint.”

Reacties naar Pdejong@ias.edu
    • Pia de Jong