Als gevangenis geen straf is, maar een thuis

Wie: Sandra (48)

Kwestie: diefstal

Waar: rechtbank Den Haag

Tijdens de zitting tegen Sandra (48) kost het de rechter moeite om een bestraffende toon te vinden. De officier komt er nog het dichtst bij als hij haar opdraagt nu „serieus aan de bak te gaan”, zélf keuzes te maken en niet alles bij justitie neer te leggen. Want de staat heeft inmiddels „genoeg in u geïnvesteerd, nu bent ú aan de beurt”.

Dat haar gedrag een psychiatrische oorzaak heeft, wil de officier niet geloven. Sandra heeft een „verknipt wereldbeeld”, samen te vatten als: „Ik heb geld nodig en dat haal ik bij een ander.” Zij verdient 18 maanden cel, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, een meldplicht, ambulante behandeling, begeleid wonen met enkelband en locatiegebod en controle op middelengebruik. Het is de „laatste mogelijkheid” zegt de officier.

De voorzitter houdt het licht. „Het is een triest beeld wat ik allemaal over u lees.” „Ja”, bevestigt Sandra. „Ik trek dit niet veel langer.” Ze heeft één zelfmoordpoging achter de rug, in 2014, bij de vorige straf. Twaalf van de afgelopen vijftien jaar bracht ze in gevangenissen door. „Gevangenis is thuis, ik voel me er veilig. Het straft mij niet meer.”

Als ze daarentegen „naar buiten” moet, slaat de paniek toe. Ze beschrijft zichzelf als slachtoffer van kindermisbruik. Ze is zó frequent verkracht dat ze er ernstige littekens aan overhield, waarvoor ze zich nu laat behandelen. Ze is gescheiden, heeft drie kinderen, van 11, 15 en 25 jaar.

Gedurende haar proefverlof van een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) vorig jaar liep ze een woning binnen waar ze een portemonnee met pasje wegnam. Dat deed ze na afloop van haar straf nog vijf keer: ze wandelde zorginstellingen binnen. Het leverde kleine bedragen op. Eenmaal wist ze de creditcard van een chirurg te stelen – dat leverde 3.000 euro op. Alle diefstallen zijn bewezen, via herkenning van beveiligingsbeelden.

Het rapport van de reclassering vat de voorzitter samen met: „We hebben alles met Sandra geprobeerd, maar niks werkt.” Hoe ziet u het zelf, vraagt de voorzitter. Sandra vertelt. Dat het gesprek met de reclassering drie kwartier duurde en dat het dan wel „kort door de bocht is” om „iemand af te schrijven”. Dat ze bij haar veroordeling in 2014 tot een ‘kale ISD’ – dus zonder therapie – zo depressief was dat ze uit het leven wilde stappen.

Maar dat ze er vervolgens toch in slaagde om in de (gesloten) Forensische Psychiatrische Kliniek in Assen te worden opgenomen. Dat ze daar iedere kans greep om te leren zich beter te gedragen. Dat ze weer in de fout ging, lag aan de gebrekkige opvang. Geen huisvesting, geen resocialisatie, geen toezicht. Ze heeft haar hoop nu gevestigd op Exodus Zuid-Nederland, een instelling die ex-gedetineerden begeleidt. „Ik kan er morgen naar toe!”

Verder leerde ze in Assen een man kennen met wie ze nu is verloofd en die „helemaal achter me staat”. Haar nieuwe vriend heeft 15 jaar dwangverpleging „in de tbs” achter de rug, maar is nu al drie jaar „buiten” en het gaat goed. „Ik verwacht een bruiloft in de toekomst”, zegt ze. Hij woont in het zuiden – zij wil „nooit meer terug naar Den Haag”. Contact met haar kinderen moet in Limburg plaatsvinden, zegt ze.

De reclassering denkt intussen dat er aan Sandra niet veel te veranderen valt en zoekt het in ‘risicomanagement’. Een enkelband ter bewaking, een locatiegebod en begeleid wonen. De advocaat vindt dat zijn cliënt bij vrijlating „heeft staan roepen om hulp”, wél aan een stoornis lijdt die haar stelen verklaart en dat een hoge celstraf niks toevoegt. Sandra zelf meent dat ze „vast hoort te zitten voor diefstal” maar dat 18 maanden wel „heel hoog” is.

De voorzitter spreekt haar ten slotte nog toe. „U hebt drie kinderen, van wie er twee jong zijn. Als u voor hen nog moeder wilt zijn, dan heeft u niet zo heel veel tijd meer. U moet ook door, zonder hoop is er geen leven. Als we u kunnen helpen met die enkelband, dan zou het misschien de goede richting op kunnen gaan?”

De rechtbank veroordeelt haar twee weken later tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en legt alle geadviseerde toezichtsmaatregelen op.