Even had de oppositie hoop, maar toch wint Orbán ruim

De linkse oppositie koesterde even hoop vanwege de hoge opkomst, maar de nationaal-conservatieve premier Viktor Orbán wint de Hongaarse parlementsverkiezingen opnieuw met overmacht.

De Hongaarse premier Viktor Orbán viert in Boedapest de verkiezingsoverwinning met zijn partijgenoten. Foto: Szilard Koszticsak /EPA

Met open monden kijken aanhangers van de linkse oppositie-alliantie MSZP-Párbeszéd zondagavond naar een televisiescherm in het witte tentje in Boedapest waar ze de verkiezingsavond volgen.

“We hebben gewonnen”, zo begint de nationaal-conservatieve premier Viktor Orbán zijn overwinningsrede in een veel chiquere evenementenhal aan de andere kant van de Donau. Terwijl de aanhangers van zijn Fidesz-partij jubelend zijn naam scanderen, schudden de oppositieleden in het tentje in stilte het hoofd.

In een verkiezing met een opkomst van bijna zeventig procent, het hoogste peil sinds 2002, verpletterde de 54-jarige Orbán zijn tegenstanders. Met 93 procent van de stemmen geteld, behaalde zijn Fidesz-partij 48,5 van de stemmen en 133 van de 199 zetels in het Hongaarse parlement. Net als in 2010 en 2014 kan de partij wellicht regeren met een twee derde meerderheid.

De 54-jarige Orbán voerde de afgelopen jaren een economisch beleid dat de middenklasse en bejaarde Hongaren gunstig stemde, maar richtte zich in de campagne bijna uitsluitend op afkeer van migratie. Nadat hij in 2015 een grensmuur optrok, waarschuwde de premier in een reeks grootschalige propaganda-offensieven voor een invasie van islamitische migranten indien de oppositie aan de macht zou komen.

Lees ook het nieuwsbericht over de verkiezingsuitslag: Orbán grote winnaar Hongaarse parlementsverkiezingen

Hij werd daarbij geholpen door de publieke omroep en talrijke media die de afgelopen jaren in handen vielen van regeringsgezinde zakenlui. Fidesz gebruikte sinds 2010 haar politieke dominantie om grondwet te herschrijven en een stevige greep te krijgen op de media, de economie en het staatsbestel. Ook de kieswet werd hervormd in eigen voordeel.

IJdele hoop bij oppositie

De oppositie waarschuwde voor de autoritaire neigingen van de premier en richtte zich op beschuldigingen van wijdverbreide corruptie in zijn entourage. Even hoopten oppositie-medewerkers dat die strategie zou werken.

In Boedapest voelden ze zich zondag gesterkt door de hoge opkomstcijfers en de lange rijen jonge kiezers die tot drie uur na de officiële sluitingstijd nog steeds aanschoven bij hoofdstedelijke stembureaus. “Toen ik vanochtend wakker werd en de eerste opkomstcijfers zag, was ik plots optimistisch”, zegt Párbeszéd-medewerkster Kata Balint.

Maar net voor de uitslagen binnenkomen, is haar vertrouwen al weer weggeëbd. Terecht, zo blijkt: linksen en liberalen deden het inderdaad beter dan in 2014 in de hoofdstad. Maar op het platteland mobiliseerde Fidesz met groot succes.

De stemmen worden geteld bij een stembureau in Boedapest. Foto: Balazs Mohai/EPA

Ook de grootste oppositiepartij, het extreem-rechtse Jobbik, bleef steken op 26 zetels. Op het scherm kondigt Jobbik-leider Gábor Vona zijn ontslag aan. Balint praat met haar collega’s over wat te doen na de Fidesz-overwinning. Verhuizen naar het buitenland misschien?

Ze zijn ongerust over de “morele, politieke en legale genoegdoening” die Orbán in een campagnespeech verklaarde te willen van zijn tegenstanders. Met die woorden wekte hij de vrees dat zijn nieuwe kabinet de ruimte voor tegenstemmen in de media en maatschappelijke organisaties verder zal inperken.

Inzake buitenlandpolitiek zal het derde kabinet-Orbán volgens analisten wellicht verdergaan op de ingeslagen weg. De afgelopen jaren ging Orbán geregeld de confrontatie aan met Brussel over het vertimmeren van de Hongaarse rechtsstaat of de door hem ongewenste Europese herverdelingsquota voor vluchtelingen. Dit deed hij evenwel steeds zonder het EU-lidmaatschap ter discussie te stellen.

“Dit was een overtuigende overwinning”, zei Orbán in zijn overwinningsrede. “In de toekomst zullen we in staat zijn ons moederland te verdedigen.”

    • Roeland Termote