Column

Eén column = twee ontslagen Polen

Woensdag schreef ik over een Pools stel in Tiel, Daniel en Estera. Ze werken via uitzendbureau Carrière bij een distributiecentrum van Heineken en een transportbedrijf. Ze verdienen iets meer dan het minimumloon – altijd op losse contracten. Ze lieten me hun huis zien: drie kamers waar acht Polen wonen. Voor hun kamertje met twee bedden betalen ze ieder 70 euro per week.

Lees ook de betreffende column: De overlast die Polen wordt aangedaan

Vrijdag stuurde Daniel me een sms’je. „Omdat ik spreek met u vandaag ik ben weg van uitzenbieuro met mij vriendien. Ik heb tijd tot zondag voor overplaats van de kamer.” Als ik hem bel, zegt hij dat ze naar het uitzendbureau waren gesommeerd. De coördinator was over de column begonnen: „Je had dit niet mogen zeggen. Het is niet goed voor het bureau.”

Mijn stukje ging over het 19de-eeuwse kapitalisme anno 2018. Waarom was ik dan geschokt dat dit gebeurde?

De coördinator van Carrière lijkt mijn telefoontje te verwachten. „Wij zijn niet de boeman”, zegt ze steeds. Daniel is verscheidene keren niet komen opdagen. Zijn vriendin meldt zich steeds ziek. „Altijd wat. En dan rennen ze ook nog naar de krant. Dat kan mij de kop kosten.”

Ik zou eens een dag met háár moeten meelopen, zegt ze. De feestende Polen. De ziekmeldingen. Als ze om tien uur ’s ochtends een invaller belt, is die al te dronken om te werken. Ze is zelf Pools. „Dat is wat mij steekt. In Polen kunnen mensen hun brood niet betalen omdat ze geen werk hebben, en hier komen ze gewoon niet naar hun werk.”

Ik heb geen reden om te twijfelen aan de oprechtheid van haar verontwaardiging. Maar ze is onderdeel van een systeem dat de druk op haar en op de arbeiders legt, terwijl het bedrijf nergens last van heeft. Alleen de huursom – meer dan 2.000 euro per maand voor een rottig woninkje – moet Carrière al winst opleveren.

Ze verlangen loyaliteit van hun werknemers, terwijl ze die geen enkele zekerheid geven. Wie lastig is, wordt meteen ontslagen en moet binnen drie dagen zijn huis uit. Nee, zegt de coördinator, Daniel en Estera hoeven er niet per zondag uit. Maar zo had ze het toch zelf per sms aan Daniel geschreven? Ze zucht. ,,Ze krijgen een paar dagen extra.” Ze zal haar baas laten bellen voor een officiële reactie. Maar haar baas belt niet.

De woordvoerder van Heineken is „verontrust” als ik haar bel. „Iedere werknemer moet zich vrijelijk kunnen uitspreken.” De bierbrouwer gaat onderzoeken hoe via uitzendbureaus ingehuurde Oost-Europese arbeidsmigranten worden behandeld.

Daniel gaat maandag naar een ander uitzendbureau. Hopend op een nieuw los contract.

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.