Na de bonnetjes nu de tovenaars: is NRC op heksenjacht of is Avatar echt overal?

Help, is er een tovenaar in de zaal? Avatar is overal, kopte NRC onlangs – de krant deed onderzoek naar deze uit Amerika overgewaaide spirituele beweging. Joep Dohmen, op het spoor gezet door een tipgever, legde Avatar-invloeden bloot bij gemeenten, in het onderwijs en bij de politie.

Dat leidde tot veel ondersteunende post en tips, maar ook tot kritiek op deze „hetze”.

Briefschrijvers die zelf Avatar-cursussen volgden, spreken van een heksenjacht, al dan niet „terugdenkend aan de Middeleeuwen”. De krant drukte een brief af van twee scholieren die op hun school in Soest niets van toverkunsten hadden gemerkt.

Rode draad: waarom deze overtuiging verdacht maken terwijl, bijvoorbeeld, christelijk geloof heel normaal wordt gevonden? Avatar is helemaal geen sekte, schrijft een ander, maar „de wetenschap van het bewustzijn”, of „gewoon wat oefeningen in humaan functioneren”.

Een lezer die „alle” trainingen volgde, richt zich persoonlijk tot de auteur: „Joep, ik vraag me af wat je met deze hetze eigenlijk wil bereiken?” Welke „degelijke journalistieke methoden” had hij gebruikt? En: „Doe eens een Avatartraining om tot echte waarheidsvinding te komen.”

Zinnige vraag van een laatste briefschrijver: waarom worden betrokkenen, zoals een politieman, met naam en toenaam genoemd? Dat schept „een zweem van geheimzinnigheid en wantrouwen om deze personen”.

Ik nam de vragen met Dohmen door, in een geconcentreerde sessie. Ja, zegt hij, mensen moeten natuurlijk zelf weten wat ze geloven, kosmische reizen en al. Maar in dit geval lopen privé en publiek door elkaar. Ingewijden doen aan werving en proberen het gedachtegoed van de beweging te verspreiden om zichzelf, maar ook collega’s, organisatie en uiteindelijk de samenleving te transformeren. Dat vraagt om transparantie en verantwoording – waaronder journalistieke. Scientology, ooit de bakermat van het Avatar-denken, ligt al decennia onder zo’n vergrootglas.

Moeten betrokkenen bij naam genoemd worden? Niet per se, maar het kan zeker (verdachten worden doorgaans beschermd door hun achternaam af te korten). Het gaat hier ook niet om lage ambtenaren, maar om invloedrijke gemeentesecretarissen, schoolleiders en een politiefunctionaris met een delicate taak, het beleid rond verwarde personen.

Over de methodologie: Dohmen gebruikte normale, empirische journalistieke technieken. Bronnen zoeken, hoor en wederhoor verlenen, feiten verifiëren. Inmiddels beschikt hij over ruime documentatie, inclusief het complete Avatar-trainingspakket (hij kan dus aan de slag).

Ik vind zijn uitleg en rechtvaardiging overtuigend. Het in kaart brengen van een esoterisch-spirituele beweging die achter de schermen invloed heeft in het openbaar bestuur, is een legitieme taak voor journalistiek die de publieke zaak centraal stelt, ook zonder enig strafbaar feit. Zeker voor een krant als NRC Handelsblad die bij de oprichting in de jaren zeventig, toch ook een tamelijk geestdriftig tijdperk, een rationeel en sceptisch wereldbeeld wilde uitdragen. Inclusief een kritische blik op eigentijdse vormen van spiritualiteit door essayisten als Rudy Kousbroek (Het avondrood der magiërs, 1970).

Dat neemt niet weg dat het uiteraard goed is om zorgvuldig en aandachtig, of mindful, te blijven bij dit excentrieke onderwerp, om geen aanleiding te geven voor het verwijt van heksenjacht. De kop Avatar is overal. Ook bij de politie is bijvoorbeeld wel pakkend, en keert terug in het stuk, maar als nieuwskop met punt is het wel erg schrikbarend. Overal, dus ook op de NRC-redactie? Ik zou het niet weten – al ga je toch anders naar (sommige) collega’s kijken, en heb ik sinds kort de neiging met beide handen een kleerhanger stevig vast te grijpen om mezelf spiritueel op te laden.

Maar in ernst: Dohmen formuleert secuur (hij schrijft „sektarische beweging” en niet „sekte”), maar het blijft oppassen met taal die een militaire operatie suggereert (‘infiltreren’), een virus of een vliegende bezemsteel. Zelfs met aanhalingstekens, die zoals Paulien Cornelisse schreef, ook onbedoeld ironie of dedain kunnen suggereren (zoals om de functie „afstemmingscoördinator” in een van de artikelen, overigens juist geplaatst omdat betrokkenen die functie precies benoemd wilden hebben).

Tot slot zou ook de maatschappelijke context van dit soort spirituele bewegingen aandacht verdienen, die duiken natuurlijk niet voor het eerst op. Nederland heeft er veel ervaring mee, tot en met theosofie in Paleis Soestdijk. Avatar lijkt mij typisch een product van het newage-denken dat vanaf de jaren tachtig populair werd. Met de kenmerkende combinatie van persoonlijke groei, de pretentie van inzicht in ‘de echte realiteit’ en Star Trek-achtige quasiwetenschap. Zulke moderne esoterie (kennis voor ingewijden) heeft lange wortels; zie het magistrale New Age Religion and Western Culture (1996) van Wouter Hanegraaff, hoogleraar geschiedenis van de hermetische filosofie en verwante stromingen

Een interessante vraag zou zijn waarom zulke therapeutisch aangedreven Hinterweltlerei juist zo aanslaat in het ontkerkelijkte Nederland, van de extatische Bhagwan-beweging tot de hype rond De Celestijnse belofte (1993) of het zelfhulpboek The Secret (2006). Ook die laatste bestseller, populair gemaakt door Oprah Winfrey, bracht een troostende boodschap van zelfrealisatie en beloning door een empathische kosmos.

Behalve een aantal nooddruftige Hilversumse BN’ers viel destijds ook politica Rita Verdonk voor dat Geheim – niet dat het veel hielp, overigens.

Reacties: ombudsman@nrc.nl