Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Als strijd ontstaat die de stijl van Pia Dijkstra tegenover GeenStijl plaatst

Deze week: een verkenning van de gevolgen – voor D66, de wet en het kabinet – van het nakende referendum over de Donorwet. Ofwel: Pia Dijkstra’s stijl tegenover GeenStijl.

Het was even ontnuchterend als bevreemdend. Zodra deze week tot het Binnenhof doordrong dat ze bij GeenStijl annex GeenPeil hun zinnen hebben gezet op een laatste referendum, over de Donorwet van Pia Dijkstra (D66), stond de vrees voor een nieuwe afgang bij menigeen meteen in de ogen.

O-oh.

In de Amerikaanse politiek is er een term voor: that not-winning feeling. Het idee dat het allemaal niet meer uitmaakt. Dat het om het even is welke argumenten je hebt, of welke strategie je bedenkt.

Dat de uitkomst toch vaststaat: wéér een smadelijke nederlaag.

Mij deed het denken aan Jeroen Dijsselbloem, de vorige minister van Financiën, die na het Oekraïne-referendum zei: referenda zijn prima, we moeten ze alleen leren winnen.

Dat idee, het idee van een kans op een schitterend publieksdebat, van liberaal optimisme over de eigen argumenten, van vertrouwen in democratie, is inzake referenda ineens wel heel gemakkelijk achter de horizon verdwenen.

En de vraag is: waarom eigenlijk?

Ik bedoel: waarom zou het op voorhand vaststaan dat Pia Dijkstra, tegen GeenStijl in, de burger niet kan overtuigen, zoals zij eerder beide Kamers van de Staten-Generaal overtuigde?

Strikt genomen moet natuurlijk nog blijken of dat referendum er komt. Maar iedereen kan zien dat de kans groot is.

In feite is dit een wedren tussen de Eerste Kamer, die de afschaffing van de Wet op het raadgevend referendum de komende maanden behandelt, en de handtekeningenjagers van GeenStijl/Peil, die voor de slotstemming in de senaat, vermoedelijk in juni, 300.000 handtekeningen verzameld moeten hebben.

Het zou kunnen dat de handtekeningenjagers formeel een paar weken te laat komen, maar je zult zien: geen politicus die daar een punt van durft te maken.

En zo moet D66 de gifbeker helemaal leegdrinken. Eerst maanden extra aandacht voor de afschaffing van het raadgevend referendum, om vervolgens de kans te lopen dat de partij haar voornaamste succes deze periode, de Donorwet, ziet wankelen in het allerlaatste raadgevende referendum.

Allerlei kleine en grote omstandigheden keren zich hier tegen de partij. De Eerste Kamer heeft een marginale rol onder Rutte III, en er zijn genoeg senatoren die het niet vervelend vinden als de cameraploegen weer eens hun kant opkomen.

Dus die zullen niet bang zijn de spanning verder te laten oplopen met hier en daar procedureel uitstel.

Belangrijker: er zijn genoeg partijen, ook in de coalitie, die zich formeel bij de nieuwe Donorwet moesten neerleggen maar stiekem hopen dat de wet toch nog in de problemen komt.

En het allerbelangrijkste: onder Pechtold groeide D66 in de oppositie uit tot een partij die de pijn van andere (coalitie)partijen feilloos wist te politiseren.

Dus nu D66 zelf aan de beurt is, voelen weinig partijen mededogen.

Intussen is wel bijzonder dat veel media de adjunct-hoofredacteur van GeenStijl, Bart Nijman, als een modeldemocraat aan het woord laten inzake het enorme maatschappelijke belang van een referendum.

Ja mensen.

Zo kreeg hij bij Pauw alle kans zijn zorgen over de democratie uiteen te zetten, inclusief meervoudige verwijzing naar de website waar de handtekeningen worden ingezameld.

Kalmpjes zei hij erbij: dit heeft niets met D66 te maken. En zelfs toen reageerde niemand.

Maar je hoeft geen professor in de politicologie te zijn om te zien dat dat hele GeenStijl al jaren wordt vol gekalkt met anti-D66-agitprop.

Zomer 2016 zette Nijman nota bene zelf, tijdens het Brexitdebat in de Kamer, in een tweet een toespraak van Hitler onder beelden van Pechtold. Ik neem aan dat het humor was.

Ik zag ook dat de opiniepagina van de Volkskrant donderdag ruimte maakte voor een afgewogen pleidooi voor het referendum door Nijman.

Een vrouwelijke redacteur van diezelfde krant waagde het vorig jaar een kritisch stukje over GeenStijl te typen, waarna dezelfde Nijman zijn democratische gezindheid onderstreepte met publicatie van haar fotootje: „Zou u haar doen?” Humor natuurlijk weer.

„Het nobele doel van [Dijkstra’s] wet is (-) levens redden”, schreef hij donderdag in de Volkskrant. Het leek wel cabaret. Drie maanden eerder noemde hij Dijkstra op GeenStijl nog „orgaanhandelaar”, drie jaar eerder schreef hij op GeenStijl dat Dijkstra „al uw organen wil roven”.

‘Bart Nijman is voorman van Stichting GeenPeil’, stond onderaan het Volkskrant-stuk. Ook zoiets. Net als bij het Oekraïnereferendum is de adjunct-hoofdredacteur van GeenStijl ineens niet meer van GeenStijl maar van een onafhankelijke pleitbezorger van het referendum, dit keer ‘Hart voor democratie’ genaamd.

En ‘Hart voor democratie’, u voelt hem aankomen, is zo democratisch dat het geen positie over de Donorwet inneemt. Ook niet over D66.

Een verwisseling van opvattingen, een soort verdwijntruc, waar ze lang geleden bij het CDA patent op hadden: destijds had je politici die ‘als mens’ tegen een voorstel waren, maar ‘als Kamerlid’ voor. Dat werk. Ze hielden ermee op omdat niemand het nog geloofde.

Maar nu GeenStijl een zelfde truc uithaalt om te maskeren dat men D66 wil slopen, begint niemand erover – en moeten we allemaal de democratische gezindheid van ‘Hart voor democratie’ gaan zitten bewonderen.

En zo loopt D66, veroorzaakt door de regeringsdeelname en de erfenis van het eigen recente optreden, tegen zichzelf op.

Een verrassing is het niet: regeren wordt zelden nog beloond, zeker niet als je de enige progressieve partij in een overwegend behoudende coalitie bent.

Des te meer reden, zou ik zeggen, niet te gaan zitten afwachten nu dat referendum vrijwel onvermijdelijk is.

Uit politiek oogpunt wordt dit voor de partij een eenzaam gevecht. Het kabinet heeft geen opvatting over de Donorwet, aangezien de wet voortkomt uit een initiatief van Pia Dijkstra.

En bijna alle Kamerfracties hebben er een vrije kwestie van gemaakt, zodat ook zij nooit een standpunt hebben ingenomen.

Zo tekent zich, over dit zwaarbeladen thema, een campagne af waarbij de staat afzijdig blijft, de meeste fracties afzijdig blijven, en de verdediging van de wet dus primair bij D66 en Pia Dijkstra berust.

Het gaat om een thema dat zeer veel mensen erg raakt, zodat de campagne ongetwijfeld zwaarbeladen wordt. Allemaal omstandigheden die er vanuit D66-belang toe uitnodigen Pia Dijkstra het gezicht van de ja-campagne te maken, al kun je voorzien dat zij hier niet om zit te springen.

Haar stijl tegenover GeenStijl.

De laatste drie referenda (EU verdrag 2005, Oekraïneverdrag 2016, Inlichtingenwet 2018) lieten bovendien zien dat een aarzelende verdediging of vlassen op andermans fouten in referendacampagnes niet werkt.

Het is alles of niets: wie het vaag houdt of de strijd ontloopt, verliest sowieso.

Het betekent ook dat Pechtolds politiserende aanpak niet bijster veel kans maakt: het gaat niet om andermans zwakte, maar om de eigen kracht.

En het paradoxale is dat uitgerekend Pia Dijkstra met die Donorwet de effectiviteit van haar, totaal andere, stijl blootlegde: geduldige overreding – in plaats van politisering.

    • Tom-Jan Meeus