Windmolens

De stad uit (14)

Veel Amsterdammers denken er stiekem weleens over na: de stad uit, weg van de drukte. Journalist en radiomaker Petra Possel (54) deed het. Na 30 jaar Amsterdam verhuisde ze naar een klein dorpje in Friesland. In NRC brengt ze regelmatig verslag uit.

Sinds een tijdje heb ik een nieuw weggetje naar huis ontdekt, meteen na de Afsluitdijk naar rechts. Hiermee verleng ik de schoonheid van mijn autoroute met zeker acht minuten, het is de dijkweg langs het IJsselmeer. Ik passeer het dorpje Cornwerd, een lieve nederzetting met zo’n tachtig inwoners, een molen en een grote kerk genoemd naar de man die in 754 na Christus bij Dokkum werd vermoord. Cornwerd heeft een beschermd dorpsgezicht en een beroemde dichter, althans: hij ligt er sinds mijn geboortejaar onder een steen begraven; Obe Piter Postma, boerenzoon en ‘dichter fan it Fryske lân’. Van hem is het gedicht ‘Mienskip/Gemeenschap’:

Het volk dat hier zijn woonstee had,

En wat er sloofde en zwoegde eeuw na eeuw,

En al wat hier door bloei en sterven ging.

Werd één in mij.

Sloven en zwoegen, daar gaat het vaak over als het Friese boerenleven wordt beschreven. Ik heb genoeg fantasie om me er een voorstelling van te maken, dat sloven en zwoegen. Ik hoeft maar een kwartiertje langs de dijk te fietsen – altijd wind tegen – om in die sfeer te komen. Op de begraafplaats van de dichter liggen drie dorpsgenoten, de zeer gelovige gebroeders Keimpe, Gerrit en Tjalling Roetema, die ooit deze plek op het kerkhof verkozen, omdat ze hiervandaan op de dag van de wederopstanding hun huisje aan de Zuiderzeedijk zouden terugzien. Een graf met uitzicht, je moet er maar aan denken.

Laatst zag ik op een rommelig erf bij Cornwerd een bord staan met de woorden ‘No Hiddum-Houw’. Ik had geen idee wat het betekende, het klonk als Chinees. Een krantenbericht gaf antwoord: Nij Hiddum-Houw is de naam van een nieuw windmolenpark, een initiatief van de Nuon, dat ieder moment kan verrijzen op de kop van de Afsluitdijk, op een steenworp van Cornwerd. Negen windmolens van tweehonderd meter hoog worden er ter vervanging van de bestaande, kleine windmolens neergezet. Nog steeds begrijpt niemand hoe de Provincie het erdoor heeft gekregen. Eén boer in het dorp is wel blij, hij krijgt veel geld.

Toen ik nog in de grote stad woonde, was ik vóór windmolens, inderdaad vanwege het milieu, nu zie ik welke ravage ze aanrichten. Ze maken lawaai, geven een enorme slagschaduw af en worden verlicht om ook voor het vliegverkeer zichtbaar te zijn. Overdag met wit knipperlicht, ’s nachts met rood. Tot in de wijde omgeving van Cornwerd liggen de Friezen, die van een leven lang sloven en zwoegen, straks elke nacht in bordeelachtig rood te slapen.

Cornwerd: overdag een lief dorpje, ’s nachts het uiterlijk van de Wallen.

Keimpe, Gerrit en Tjalling hadden zich een andere wederopstanding gedroomd.

Het zal nooit meer donker worden aan de dijk.