Wat al gebeurde, is nu ook in de wet verankerd

De verbeteringen van de nieuwe inlichtingenwet leiden tot meer garanties voor burgers maar ook tot meer bureaucratie.

Grootschalig data binnenhengelen, bijvoorbeeld door hacken of aftappen van de kabel, is in strijd met grondrechten, vinden tegenstanders van de nieuwe inlichtingenwet. Foto felixR

„Er verandert veel voor de diensten”, zei minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) bij het verlaten van de wekelijkse ministerraad vrijdag. De bewindsvrouw doelde op de wijzigingen in de inlichtingenwet die het kabinet was overeengekomen na het nee tegen de wet bij het referendum van 21 maart.

Maar verandert er veel? Een eerste inventarisatie wijst uit dat er meer bureaucratie komt als gevolg van geïntensiveerd toezicht. Minder zeker is of de veranderingen nieuwe beperkingen opleggen aan de werkwijze van de diensten AIVD en MIVD. De meeste wijzigingen sluiten aan op staande praktijken, of hoe de diensten sowieso al van plan waren te gaan werken vanaf 1 mei. Op die datum gaat de nieuwe inlichtingenwet in. De aanpassingen moesten wel „werkbaar blijven voor de diensten”, schrijft Ollongren in haar brief aan de Kamer. De vier belangrijkste wijzigingen gewogen.

1 Zo gericht mogelijke interceptie op de kabel in de wet.

Door deze doelstelling als verplichting op te nemen in de wet, wil het kabinet tegemoetkomen aan de zorgen van privacyorganisaties en nee-stemmers. Die zijn bang dat veel gegevens van onschuldige burgers bij de diensten terechtkomen door het ‘ongericht slepen’.

Premier Mark Rutte (VVD) zei vrijdag dat opname van deze doelstelling in de wet niet alleen symbolisch is. „De diensten moeten expliciet opschrijven waarom de interceptie nodig is om een bepaald type probleem te ‘targeten’. De grondrechten van derden [gegevens van onschuldige burgers, red.] worden nadrukkelijk meegewogen. En er vindt verscherpt toezicht plaats door de toezichthouders vooraf en achteraf.”

Het expliciet opschrijven van de noodzaak van de onderschepping van gegevens is echter staande praktijk van de diensten. Zij zijn al wettelijk verplicht aan te geven waarom de inzet van dit type bijzondere inlichtingenmiddelen nodig is en hoe de privacy toch nog zoveel mogelijk beschermd kan worden (principes van noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit).

De toetsing gebeurt straks ondermeer door een driekoppige toezichthouder (TIB) met beperkte staf. Die kreeg het al druk door allerlei taken, maar krijgt het door de vrijdag aangekondigde wijzigingen nog veel drukker.

2 Geen binnenlandse onderschepping.

Verder kondigt het kabinet aan dat de komende jaren geen binnenlands verkeer via de kabel zal worden onderschept. Wel kan het om inkomend verkeer vanuit het buitenland gaan, bijvoorbeeld vanuit Syrië. Deze wijziging sluit aan op verwachtingen die inlichtingenexperts al uitten tijdens de campagne. Zo wees Willemijn Aerdts van de Universiteit Leiden er in Buitenhof (4 maart) op dat de diensten binnenlands veel alternatieven hebben die de inzet van nieuwe, zware middelen zoals ongerichte interceptie overbodig maken. Bij militaire operaties in het buitenland zoals in Irak, Syrië of Mali, komt de nieuwe bevoegdheid meer van pas.

3 Bewaartermijn in drieën geknipt.

De bewaartermijn van drie jaar voor ‘binnengesleepte’ gegevens wordt niet simpelweg bekort naar bijvoorbeeld een jaar, zoals privacyorganisaties wilden. Dat stuitte – vermoedelijk – op bezwaren van de MIVD. De militaire inlichtingendienst hecht sterk aan deze lange bewaartermijn voor haar werk in militaire missiegebieden. Als compromis wordt nu elk jaar bekeken of het bewaren van de gegevens nodig is.

In de praktijk kan dit neerkomen op een herhalingsoefening. De diensten moeten sowieso een strenge selectie gaan maken bij filteren van data die ze nader willen onderzoeken en bewaren.

4 Extra waarborg voor delen data met buitenlandse diensten.

Critici van de wet vrezen dat ‘metadata’ van onschuldige burgers terechtkomen in landen met gebrekkige privacywetgeving of tekortschietende rechtstatelijkheid. De nieuwe wet voorzag al in ‘wegingsnotities’ die moeten worden opgesteld voor landen waarmee data gedeeld worden.

De wet gaf de diensten twee jaar voor het schrijven van de notities. Minister Ollongren kondigde op 15 maart in de Tweede Kamer aan dat veel van die notities nu al klaar zijn.