Opinie

    • Folkert Jensma

Voetsoldaat bij een bende, hoe word je dat?

Valt er iets algemeens te zeggen over Marokkaanse Nederlanders in de criminaliteit? De vraag is actueel omdat de drugsoorlog in deze groep escaleert, met de vergeldingsmoord op een broer van een nieuwe kroongetuige. De Kamer debatteerde deze week over wat al ‘Palermo aan het IJ’ werd genoemd. En op tv worden open deur-vragen gesteld als „Zijn zij gewetenloos?” Waarop de geïnterviewde dan zegt „aan te nemen dat deze mensen toch ooit wel opgevoed moeten zijn”. Tsja.

Over dus naar Hans Werdmölder (1951), criminoloog en antropoloog die al decennia jonge criminele Marokkaanse Nederlanders onderzoekt. Hij deed begin jaren tachtig etnografisch onderzoek naar milieu, cultuur, karakters, relaties, integratie etc. In 2015 verscheen Marokkanen in de marge – Ontspoorde levens van kleine criminelen, waarin hij de groep jonge Amsterdamse inbrekers en dieven die hij destijds volgde, weer opzoekt. Fascinerend boek. Eerste zin: „Er is iets fundamenteel mis met de integratie van Marokkaanse jongemannen in de samenleving”. Van ‘zijn’ groep van veertig jongens, deels ook autochtoon Nederlands, blijken er vijftien op het rechte pad teruggekeerd. De rest is crimineel, opgesloten, dood, ziek of verslaafd.

Het is een zeer leesbaar en deprimerend verslag van de achteraf maffe manier waarop in de jaren 80 en 90 de kansloze jeugd werd opgevangen. Vertroeteld met subsidies, uitkeringen en welzijnswerkers, in een cultuur van gedogen en het principieel positief benaderen van de ‘cliënt’, liefst als ‘slachtoffer’. In werkelijkheid waren het slecht opgevoede spijbelaars met de Arabische cultuur als extra handicap – bij de ‘Marokkanen’ dan.

Werdmölder grossiert in ontnuchterende observaties – hij hekelt het wegkijken en het ‘zoetsappige multiculturalisme’ dat toen een realistische blik op de feiten verhinderde. Die zijn dat de jonge Marokkaanse Nederlanders in veel grote steden een buitenproportioneel deel van de criminaliteit en overlast voor hun rekening nemen.

Waarom is het zo uit de hand gelopen? Zijn belangrijkste conclusie: de ‘justitiële hulpverlening’ functioneerde onvoldoende. Ingrijpen kwam veel te laat op gang en maakte tenslotte geen indruk meer. Er is een ‘woud van instanties’ ontstaan waarin de molens traag malen. De daders met Marokkaanse achtergrond manipuleren hulpverleners, zijn de overheid te slim af en trots op hun gedrag. Ze komen uit een gemeenschap die als ‘los zand’ aan elkaar hangt. Met weinig autonoom corrigerend vermogen, maar onderling wel veel roddel en jaloezie.

Twee derde van alle Nederlandse Marokkanen tussen de 12 en 24 is wel eens aangehouden door de politie – deze groep is volgens Werdmölder ‘gewelddadiger en brutaler’ geworden. Specialisatie: diefstallen, overvallen, inbraken en straatroof. Ze vormen inmiddels de arbeidsreserve van de kapitaalkrachtige grote criminaliteit. Daar liggen de kansen op welvaart en succes voor het oprapen. Veel meer dan in de gebaande paden van de diploma-samenleving.

Hij verklaart de problemen uit ontworteling, moeizame aanpassing en verzet. Deze jeugd moest steeds schakelen tussen thuis, straat en school, werelden die ‘voortdurend botsen’. Uit de eigen cultuur krijgen ze een gevoeligheid voor respect en eer mee. Ook negatief groepsgedrag en het ‘sneller hanteren van geweld’ vindt Werdmölder een cultureel gegeven. Hij laakt de incompetentie van de ouders, in het bijzonder de traditionele, autoritaire vaders. Zij zijn niet in staat om respect, geweldloosheid, gelijkheid van man en vrouw over te brengen. Daarbij speelt de islam ook een rol.

Velen zijn afkomstig uit gebroken, arme gezinnen. Thuis wordt weinig gepraat. De nadruk ligt op gehoorzamen: eigen ideeën van de jeugd zijn bij de ouders niet welkom. De sfeer is er hard en zakelijk. Het leidt tot liegen thuis en het wederzijds ophouden van de schijn. En dus tot probleemgedrag op straat en school.

Daarbij zouden ouders deze kinderen opvoeden met minachting voor ieder buiten de eigen groep, Nederlanders en andere minderheden. Meedoen aan de Nederlandse cultuur en samenleving ligt dan niet voor de hand. Zo krijg je dus een maatschappelijke kansarme, maar crimineel succesvolle, gesloten groep.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma
    • Folkert Jensma