Literatuurfestival Woordnacht: Rotterdamse snit, landelijke uitstraling

Woordnacht Twee dagen dwalen door de stad voor literaire discussies, gesprekken en voorstellingen; er is bijna te veel keuze op het festival 13 en 14 april. Ter inspiratie maakten Peter Vandermeersch, Thomas de Veen en Leo van de Wetering hun persoonlijke Woordnachtroute.

Foto Walter Herfst

‘Literatuur. Rotterdam. 70 auteurs, 13 locaties, 2 dagen.” De aankondiging van het Rotterdams literatuurfestival Woordnacht is in ieder geval van klassiek Rotterdamse snit: ostentatief functioneel en direct. En in zijn minimalisme veelzeggend: de getallen verraden dat de ambities van het enige meerdaagse Nederlandstalige literaire festival van de stad groot zijn.

Die ambitie gaat natuurlijk niet in de eerste plaats om de aantallen. De makers willen een stevig literair festival neerzetten met een landelijke uitstraling – ook letterlijk: bezoekers die vanuit het station rechtuit lopen, komen vanzelf langs de belangrijkste festivallocaties – nog even linksaf voor Donner.

Literatuur is een vrijplaats, maar in de praktijk ligt het gevoeliger

Het festival zoekt het experiment in de vorm, met naast meer klassieke voordrachten en gesprekken ook mengvormen van dans, muziek, plaats en literatuur. Zoals de „theatrale en muzikale” presentatie door Rotterdamse gezelschap Hond&Wolf van een nieuw stripalbum van Dick Matena. Hij verstripte fragmenten van Het Schervengericht van A.F.Th. van der Heijden: De eenzaamste twintig minuten in de geschiedenis van de mensheid. Of Zonder Handen van Micha Hamel en Demian Albers, „de eerste literaire Virtual Reality installatie ter wereld”: een 3D-verhaal over het loslaten van lichaam en geest, over de betekenis van denken en voelen.

Justin Samgar maakte een performance op de soundtrack van de film Jackie (Mica Levi, 2017), over Jacqueline Kennedy als een vrouwelijke tegenhanger van Yukio Mishima waar Samgar eerder een voorstelling over maakte.

Maar bovenal wil het festival „engagement en kwaliteit”, zegt Hans Sibarani, festivaldirecteur en verantwoordelijk voor het programma. Bijvoorbeeld in het debat Andermans Huid op vrijdagavond 13 april: heb je als schrijver een vrijbrief om je te verplaatsen in personages van andere sekse, etniciteit, leeftijd of diersoort? Natuurlijk, literatuur is een vrijplaats, maar in de praktijk ligt het gevoeliger. Adriaan van Dis, Stephan Sanders en Karin Amatmoekrim praten onder leiding van Leon Heuts over de vrijheid van de schrijver.

Meer rechtstreeks geëngageerd zijn de open brieven die spoken word-artiesten en vaste bezoekers van de Pauluskerk uitspreken op basis van het beroemde gedicht van W.H. Auden, This is the night mail: wie krijgt nog brieven en wat is nog urgent genoeg om te willen delen?

Het hoofdthema van deze Woordnacht is post-koloniale literatuur. Een van de hoogtepunten zal zonder twijfel het gesprek zijn tussen Marcel Möring en de teruggetrokken levende Astrid H. Roemer, over haar persoonlijke en literaire opvattingen, postkolonialisme en haar positie in de Nederlandse letteren. Onder de noemer De nooit gepeilde diepte gaat het vrijdagavond in Arminius over de betekenis van de Nederlandse en Belgische postkoloniale literatuur anno 2018. Doorgronden en erkennen culturen de posities en processen van de ander? Waar staan hedendaagse niet-westerse auteurs in discussies die nu spelen in de samenleving? De nooit gepeilde diepte verwijst naar een van de slotregels uit Hella Haasse’s debuutroman Oeroeg. Daarin zegt het Nederlandse hoofdpersonage over zijn Indonesische vriend Oeroeg: „Ik kende hem zoals ik Telaga Hiedeung kende – een spiegelende oppervlakte. De diepte peilde ik nooit.”