Recensie

Techmiljonair gunt iedereen basisinkomen

Non-fictie Chris Hughes werd als mede-oprichter van Facebook op jonge leeftijd rijk. Nu maakt hij zich hard voor invoering van een basisinkomen.

Chris Hughes' boek is een pleidooi voor invoering van een bescheiden basisinkomen in de VS. Foto Denis Balibouse/Reuters

Hoe zien je levensdoelen eruit als je voor je dertigste al honderden miljoenen hebt verdiend? Voor Chris Hughes, de Harvard-kamergenoot van Mark Zuckerberg die één van de mede-oprichters is van Facebook, was het een bewogen zoektocht die hem bracht tot het schrijven van Fair Shot: Rethinking inequality and how we earn.

Zijn boek is een pleidooi voor invoering van een bescheiden basisinkomen in de VS. Om zijn argumenten kracht bij te zetten, put Hughes uit zijn familiegeschiedenis en zijn eigen ervaringen. Over hoe hij in de stromende regen zijn aandeel in Facebook uitonderhandelde met Zuckerberg, bijvoorbeeld – hij wilde 10 procent, maar kreeg zo’n 2 procent.

In hoofdstukken met titels als ‘De ontmanteling van de Amerikaanse droom’ probeert Hughes de noodzaak van de basistoelage aan te tonen. Hij noemt een reeks ontwikkelingen die hebben gezorgd voor de omstandigheden waarin Facebook zo machtig kon worden. Denk aan deregulering, de opkomst van durfkapitaal en de flexibilisering van de arbeidsmarkt, die vooral de middenklasse en huishoudens met lage inkomens in de VS raken. „Het zijn dezelfde krachten die het vandaag noodzakelijk maken om een gegarandeerd inkomen in te voeren.”

Hughes’ voorstel is dat elke volwassene die op enigerlei wijze werkt en die onderdeel is van een huishouden dat jaarlijks minder dan 50.000 dollar verdient (ongeveer 40.000 euro), een gegarandeerde toelage krijgt van 500 dollar per maand. Dat is niet genoeg om te stoppen met werken, maar kan het extra zetje zijn om door te leren, of van baan te veranderen als je wordt uitgebuit, schrijft Hughes.

Onderdeel van zijn voorstel is wel dat de definitie van werk wordt herzien. Waarom geldt mantelzorg of de zorg voor een jong kind niet als werk? Of studeren? Als je je nuttig maakt voor je gemeenschap, zou dat gezien moeten worden als werk, betoogt hij. Nu behoren zo’n 30 miljoen Amerikanen tot die niet erkende beroepsbevolking van studenten of mensen die zorgen voor een jong kind of oudere.

Lees ook over de gig-economie.

Wankele onderbouwing

Maar Hughes is geen econoom. Hij behaalde aan Harvard een bachelor in geschiedenis en literatuur. Hoewel hij verwijst naar tal van studies en onderzoeken, blijft de wetenschappelijke onderbouwing van zijn probleemanalyses wankel. Hij gebruikt zijn bronnen zoals een verhalenverteller dat doet: om zijn idee te verkopen.

En dat idee zou iedereen moeten aanspreken die vindt dat wie werkt, niet in uitzichtloze armoede zou moeten leven. De manier waarop het nu gaat, houdt de maatschappij op een verkeerd spoor van steeds grotere ongelijkheid.

Kleine, regelmatige toelages maken mensen minder kwetsbaar voor schommelingen in hun inkomsten. En nee, een basisvorm van stabiliteit zorgt er niet voor dat mensen minder gaan werken, aldus Hughes. Uit experimenten blijkt bovendien dat de consumptie van verdovende middelen, sigaretten en andere slechte zaken afnam bij mensen die een basisinkomen ontvingen.

Hughes verwijst naar de Nederlandse journalist en historicus Rutger Bregman, al wordt diens naam verkeerd gespeld (Bergman): mensen zijn niet arm omdat ze verkeerde keuzes maken, mensen maken verkeerde keuzes omdat ze arm zijn.

Wat gaat dit de Amerikaanse samenleving allemaal kosten en wie gaat ervoor betalen? Kort samengevat komt Hughes’ voorstel neer op een extra belasting voor de allerrijksten, om structureel onderbetaald werk te compenseren.

De rekening komt via een hogere inkomstenbelasting bij Amerikanen te liggen die jaarlijks meer dan 250.000 dollar verdienen. Zo’n 60 miljoen Amerikanen zouden in aanmerking komen voor de gegarandeerde bijdrage van 500 dollar voor werkenden. Al met al komt Hughes uit op een kostenplaatje van 290 miljard dollar per jaar. Voor 20 miljoen Amerikanen zou gelden dat ze van de ene op de andere dag uit de armoede worden bevrijd.

Geen al te bescheiden levensdoel dus, voor de 34-jarige multimiljonair. De kans dat het idee weerklank vindt bij de Republikeinse regering van president Trump, lijkt wel klein. Die heeft net het belastingstelstel grondig hervormd ten gunste van rijke Amerikanen en grote bedrijven.

Lees ook: Hoe Trumps belastingwet Amerika zal veranderen

Is Hughes oplossing dé oplossing voor de kwalen van de nieuwe economie? Of is de basistoelage een compensatie voor het laten voortbestaan van een ontspoord systeem? Het aanpakken van een symptoom, in plaats van de oorzaak, dus? Die discussie wordt in het boek niet gevoerd. Een uitgebreide cijfermatige uitwerking van zijn voorstel ontbreekt eveneens. Wat zouden bijvoorbeeld de effecten zijn op lonen, op inflatie?

Openhartige discussie

Het voorstel van Hughes leent zich niet voor directe invoering, maar dat is ook niet zijn doel. Hij wil een ‘openhartige discussie’ op gang brengen over het ‘gegarandeerde inkomen voor werkende mensen’, zo wordt benadrukt in de flaptekst. „Het is het grote idee dat ontbreekt.”

Is Hughes idee ook relevant voor Nederland? Hij noemt een rapport van het Internationaal Monetair Fonds waarin het basisinkomen wordt gezien als vooruitstrevend idee voor ontwikkelingslanden en landen met een gebrekkig sociaal vangnet. In dat rapport wordt het basisinkomen juist afgeraden voor landen met een sterk vangnet, zoals in continentaal Europa.

Maar de problemen die Hughes benoemt en onderbouwt bestaan ook hier. Ook in Nederland is sprake van toenemende flexibilisering en ongelijkheid.

Lees verder over de tweedeling die op de Nederlandse arbeidsmarkt alarmerende vormen begint aan te nemen: Victoriaanse tijden op de arbeidsmarkt

In Nederland wordt daarbij al jaren gepraat over experimenten met het basisinkomen. Die komen alleen niet van de grond, onder meer omdat geen minister van Sociale Zaken het tot nu toe ziet zitten. In januari stuurde minister Wouter Koolmees (D66) een veelzeggende brief naar de Tweede Kamer, waarin hij schrijft dat het kabinet meer onderzoek naar alternatieve vormen van het basisinkomen niet aanmoedigt, „vanuit het principe dat iedereen die kan werken dat ook moet doen”. Een antwoord dat voorbij gaat aan de problematiek van de nieuwe economie en aan de nuances van het debat dat Hughes voorstelt. Wellicht kan het gesprek in Nederland ook nog wel een impuls gebruiken.

    • Laura Klompenhouwer