Stijn Vreven: ‘Ik heb een gespleten persoonlijkheid’

Interview Zaterdag keert Stijn Vreven na zijn derde schorsing – dit seizoen – terug als coach bij NAC. De Belg probeert een manier te vinden om zijn emoties te bedwingen. „De kerel die je daar ziet, dat ben ik echt.”

NAC-coach Stijn Vreven. „Voetbal is voor mij geen spel.” Foto ROBIN VAN LONKHUIJSEN/ANP

„Ik kom uit een middenklassegezin. Mijn vader was schoolmeester, mijn moeder huisvrouw. Ik ben in Diepenbeek opgegroeid, een dorpje naast Hasselt. Mijn moeder was van huis uit naaister, ze maakte kleding. Daardoor kreeg ze problemen aan haar rug. Ze moest een sport zoeken. Op 32-jarige leeftijd begon ze fanatiek te lopen. Volgens mij heeft ze nog het wereldrecord uurloop bij de veteranen en ze is vaak Belgisch kampioen veldlopen geweest. Ze is verslaafd aan lopen, ze loopt elke dag tussen de zestien en twintig kilometer. Ze is 71.”

„Misschien heb ik dat fanatieke een beetje van haar. Maar het begon dus pas later bij haar. Wat dat betreft ben ik een eenzaat. Ik ben diabeet, type 1. In honderd jaar heeft niemand dat gehad in onze familie. Ik heb zo van die dingen. Ik zal wel van de postbode zijn. Ergens een aftakking.”

„Mijn vader is heel rustig, meer observerend. Wat dat betreft lijk ik ook wel op hem. Je merkt als ik hier zit, ik ben niet de trainer. Rustig. Geen stemverheffingen, weinig ruzie. Ik heb een gespleten persoonlijkheid, daar ben ik mij van bewust. Al is dat niet medisch onderzocht, het is meer een gevoel.”

„Je hebt Stijn Vreven de privépersoon, en je hebt Stijn Vreven de coach. Dat zijn twee verschillende mensen. Ik heb niet veel dingen die belangrijk zijn. Voetbal wel, het is mijn leven. Daarom neem ik het zo serieus. Trainers en analisten hoor ik zeggen dat je meer moet kunnen relativeren bij winst of verlies. Ben ik het niet mee eens. Op het moment dat ik ga relativeren, moet ik stoppen. Dan is voor mij de intrinsieke passie niet meer sterk genoeg.”

„Verliezen doet echt pijn. Ook fysiek. Het weegt heel fel op mijn gemoedstoestand. De dag na een duel is ook de enige dag dat ik niet in staat ben om fatsoenlijk training te geven. Niet dat dat nodig is, we hebben dan recuperatietraining.”

Zes duels geschorst

Zaterdagavond keert NAC-trainer Stijn Vreven (44) terug. Hij mag tegen Vitesse weer coachen na een schorsing van drie wedstrijden. Het was zijn derde schorsing dit seizoen, in totaal zat hij zes duels op de tribune. Dat is een unicum in de recente historie van de eredivisie. Over de afgelopen tien jaar is een langere schorsing dan zes duels van coaches bij de KNVB niet bekend, mailt een woordvoerder.

Onder Vreven promoveerde NAC Breda vorig jaar naar de eredivisie. De club vecht nu voor handhaving, ze staan vijftiende. Bij de vier Belgische clubs waar Vreven hiervoor werkte, presteerde hij beter dan de clubs in lange tijd hadden gedaan. Alle (oud-)bestuurders van die clubs geven hoog op over zijn werkwijze.

Maar zij zeggen ook: het bedwingen van zijn emoties richting de arbitrage is altijd een probleem geweest. „Ik heb dikwijls tegen hem gezegd: Stijn, je moet er wel aan werken”, zegt Jan Winters, voorzitter van Esperanza Pelt, Vrevens eerste club als coach, die hij van de provinciale klasse naar het landelijke niveau leidde.

Vreven: „Voetbal is voor mij geen spel. Dat kan ik weinig mensen uitleggen. Waarom reageer ik zo tegen Feyenoord [hij werd na vier minuten weggestuurd, red.] als we die strafschop niet krijgen. Dan wordt mijn club en mijn spelers onrecht aangedaan. Dan zegt iets in mij: nu moet je voor je spelers en je club opkomen. Nu moet je op de barricaden gaan staan. Dit mag je niet toelaten. Dan komt de vechter in mij boven. Dan loopt het wel eens mis op de streep van toelaatbaar en ontoelaatbaar.”

Begin maart werd Stijn Vreven weggestuurd tegen Feyenoord, bekijk hier de beelden:

„Ik sta daar geen toneelstuk op te voeren. De kerel die je daar ziet, dat ben ik echt. Ik vind het soms ook erover. Als ik het terugkijk denk ik ook, tsja. Het is wel wie ik ben.”

„Ik ga niet liegen, ik heb problemen met de persoonlijkheden van de scheidsrechters. Ik kan daar niks aan doen. Ik had dat als voetballer ook vaak. Op een of andere manier matcht dat niet perfect. Ik moet inzien dat de scheidsrechter altijd gelijk heeft, ook als hij ongelijk heeft. Wedstrijden op hoog niveau worden beslist door details, wel of geen strafschop is cruciaal. Ik vind dat scheidsrechters daar in het algemeen, niet allemaal, laconiek mee omgaan. Daar heb ik het moeilijk mee.”

De geschillencommissie van de Belgische voetbalbond kan geen totaalcijfers geven, maar afgaande op berichten in de media is Vreven in zijn acht jaar als trainer meer dan twintig keer geschorst en weggestuurd bij wedstrijden.

Bij Dessel Sport, zijn tweede club, lieten ze aan de andere kant van het veld, recht tegenover de dug-outs, een verhoging bouwen voor Vreven. Als geschorste trainer mag je niet in het gebied bij de dug-outs komen, maar doordat Dessel in een klein stadion speelt kon Vreven vanaf die plek op de tribune toch coachen als hij geschorst was.

’s Nachts voetbal kijken

Hij is obsessief met zijn vak bezig, werkt zeventien tot achttien uur per dag, zeven dagen per week, en kijkt ook ’s nachts voetbal. Vreven vraagt veel van de organisatie van clubs, van de perschef tot de kok. Bij het semiprofessionele Dessel was hij ontevreden over de terreinknechten – vrijwilligers – omdat het veld in slechte staat verkeerde. „Hij spaart niks of niemand. Goed is niet goed genoeg”, zegt Werner Melis, sportief directeur bij Dessel Sport.

Vreven probeert een sfeer te creëren in zijn ploeg van ‘wij’ tegen de rest van de wereld. Hij beschermt zijn spelers tegen de buitenwereld, maar eist tegelijkertijd veel van ze.

In december werd Vreven voor twee duels geschorst na aanmerkingen op arbiter Siemen Mulder na het duel tegen FC Twente, bekijk hier de beelden:

Vreven: „De maatschappij van tegenwoordig is op ‘ik’ gericht, ook in een collectieve sport als voetbal. Ik zorg dat het als normaal wordt gezien dat je hard werkt, dat je er bent voor elkaar, dat je niet als ‘ik’ denkt, maar als ‘wij’. Spelers zien dan vanzelf dat ze er beter van worden, dat ze premies pakken, credits krijgen.”

„Mijn vier jaar oudere broer had meer talenten dan ik, qua studie, voetbal en meisjes versieren. Maar hij heeft er niks mee gedaan. Door hem zag ik hoe het niet moest. En nam ik voetbal wel serieus en bleef ik tussen de lijnen kleuren als tiener. Met mijn wilskracht en doorzettingsvermogen heb ik meer bereikt dan hij.”

Temperament kanaliseren

Zijn zeventienjarige dochter herkent haar vader niet terug tijdens wedstrijden. De schorsingen achtervolgen hem, hij realiseert zich dat het in zijn nadeel kan werken in de rest van zijn trainerscarrière. Hij wil veranderen, zegt hij – al zei hij dat al vaker. Hij sprak er de afgelopen weken over met Edwin Huybers, performancecoach teamontwikkeling bij NAC. Hij kreeg adviezen hoe zich te beheersen, hoe het temperament te kanaliseren.

„Ik ben mij ervan bewust dat als ik boos word, ik mij heel groot maak, veel gebaren, grote gebaren. Misschien is het voor mij aantrekkelijker om kleine gebaren te maken. En in plaats van náár de situatie te lopen waar ik boos over ben, kan ik beter weglopen. De reactie in de eerste twee seconden, dat maakt al een wereld van verschil.”

„Ik ben van nature passievol genoeg. Misschien moet ik dat niet extra accentueren. Nu vecht ik op leven en dood tegen degradatie, dan is elk detail van levensbelang, misschien dat ik daarin soms te furieus ben.”

„Ik hoor van analisten dat elke keer als ik boos ben, ik de focus op het tactische kwijt ben. Dat is niet zo. Ik kan snel schakelen met mijn emoties: boos, niet boos, vrolijk, tactisch, niet tactisch, mentaal.”

Stijn Vreven als speler bij ADO Den Haag (2006-2007) in discussie met scheidsrechter Kevin Blom.

Foto Evert-Jan Daniels

Hij is „prikkelbaarder” op wedstrijddagen, stopt veel energie in die negentig minuten, schreeuwt, springt op, geeft na afloop een vurig betoog aan de spelers en trekt zich dan terug in een aparte ruimte. „Dan kan je hem oprapen. Alle energie is er dan uit”, zegt Melis van Dessel Sport. Vreven: „Dan is het effe klaar.”

Hij denkt niet dat hij een mindere trainer zal worden, nu hij heeft voorgenomen zich kalmer op te stellen. In de kern blijft hij dezelfde coach. „Ik ga niet plots op mijn stoel blijven zitten. Ik ga absoluut mijn meters blijven maken in mijn vak, dat hoort bij mij en ik kan zo iets teweeg brengen in mijn ploeg. Ik ga één man met rust laten, de scheidsrechter.”

Gevraagd naar waarom het hem nu wel zou lukken zich in te houden, noemt hij de nederlaag thuis tegen concurrent Roda JC, twee weken terug. Die trekt hij zich persoonlijk aan. Vreven was geschorst, hij zat hoog in het stadion. Het zette hem aan het denken: als hij op de bank had gezeten, had hij dat duel misschien nog kunnen omdraaien. „Toen had ik het gevoel: nu doe ik mijzelf en de club tekort.”

Vreven: „Ik kan het niet beloven op het hoofd van mijn dochter, maar het gaat mij toch niet meer vaak overkomen dat ik word weggestuurd. Het mag gewoon niet meer.”

    • Steven Verseput