‘Samen uit eten, dan is het weer even als vroeger’

Spitsuur Erik Mulder (38) en Marieke van Elk (38) vinden hun leven met twee banen en twee kinderen – derde op komst – soms best een keurslijf. „Ineens heb je twee extra mensen om rekening mee te houden.”

Marieke: „Een hond is dertig keer zwaarder om voor te zorgen dan een baby. Hij werd ook nog eens elke drie uur wakker.”Erik: „Hij plaste overal op de grond.”Marieke: „En toen kwam ik erachter dat ik weer zwanger was. Hoe gaan we dit in godsnaam managen, dacht ik?” Foto David Galjaard

Erik: „We hebben altijd in de Amsterdamse wijk De Pijp gewoond, daar kijk ik met heel veel plezier op terug. Het was echt een ‘work hard, play hard’ tijd.”

Marieke: „Ik weet nog dat ik vroeger op het pontje naar mijn werk stond – toen nog in Amsterdam-Noord – dan rookte ik een peuk en voelde ik me zo stoer, haha.”

Erik: „Mijn auto was mijn kantoor, ik zat veel op de weg. Ik heb in een jaar 80.000 kilometer gereden. Dat vond ik juist prettig. Er was geen kantoorklok. Ik beheerde mijn agenda en die had ik helemaal aangepast aan ons gezinsleven.”

Marieke: „Ons zoontje Dirk namen we overal mee naartoe, ook naar de kroeg. Ik had zo’n tentje om hem in te laten slapen, die nam ik mee in een mandje op de fiets. Moest ik werken, dan bracht ik hem om negen uur naar de opvang en was ik om kwart over op kantoor. In Bussum kan ik pas om tien voor negen de trein pakken en dan hoop ik maar dat ik er drie kwartier later ben.”

Erik: „Het is die afhankelijkheid. Eerst ben je super flexibel. Dan heb je ineens twee extra mensen om rekening mee te houden. En dingen als schoolvakanties. Je verzetten heeft geen zin: je moet je laten trechteren. Dat doet pijn. Het is het omgekeerde van een groeistuip eigenlijk: krimppijn.”

Marieke: „Vanaf oktober gaan hier in Bussum de deuren dicht. Letterlijk. Het is stil. Rond december zeggen we dan weer tegen elkaar ‘jeetje wat is het hier saai’.”

Erik: „Het is vooral de winter.”

Marieke: „In de zomer is het hier heel leuk. Je doet de deur open en de kinderen kunnen op straat spelen. We waren deze zomer vijf jaar getrouwd, toen hebben we een groot feest gegeven in de tuin.”

Erik: „Het is een beetje alsof je op de camping staat. Iedereen loopt de hele tijd binnen. Het eerste weekend dat we hier sliepen hadden we het hele weekend geklust. Stond de buurvrouw ineens in de keuken. ‘Wil je een cappuccino?’ Lief natuurlijk, maar ik liep nog in mijn badjas.”

Marieke: „Dat waren we niet gewend.”

Erik: „Ineens waren we Dirk en Juul ook drie uur ‘kwijt’. Dat heb je niet in een appartement in Amsterdam, een ochtend met elkaar.”

Marieke: „Dat is wel heel fijn. Je kent de regels ook niet: wanneer zijn ze te lang bij iemand? Haal je ze dan op?”

Erik: „Op een gegeven moment leer je signalen oppikken. Als de gordijnen dicht zijn, laat je mensen met rust.”

Chocolade

Marieke: „ Mijn wekker gaat altijd om vijf voor zeven, dan kan ik nog vijf minuutjes snoozen. Een van ons doet het ontbijt voor de kinderen. De ander kan zich dan douchen, rustig aankleden.”

Erik: „Vaak sta ik in de keuken te ontbijten en maak ik de broodtrommels klaar.

Marieke: „’s Avonds is nog het meeste spitsuur voor mij. Ik heb standaard het onrustige gevoel dat ik de trein moet halen. Ik klap mijn laptop dicht en race naar de trein van tien voor half zes. Want rond zes uur moet ik bij de opvang in Bussum zijn. Om half zeven zijn we thuis.”

Erik: „Meestal sta ik dan al te koken.”

Marieke: „De laatste tijd kook ik wat meer.”

Erik: „Ja da-haag! Dat was alleen de laatste week. Na het eten gaat er altijd chocolade op tafel. Stiekem komen vrienden er ook wel voor langs, dus dat is prima. Pretzel Toffee, die is het lekkerst.”

Marieke: „Ik eet heel veel chocola omdat ik er de hele dag mee in aanraking ben. Toen ik nog verantwoordelijk was voor de smaken, at ik echt heel veel. Tot ik er misselijk van werd.”

Erik: „Jij kwam vaak totaal hyper thuis.”

Marieke: „En daarna voelde ik me soms zo lamlendig!”

Allergisch

Marieke: „Ik heb in mijn hormonale toestand een hond aangeschaft. Erik zat in Amerika voor zijn werk, ik bleef thuis bij de kinderen. Het was typisch die eerste fase, dat je super hormonaal bent, maar zelf nog niet weet dat je zwanger bent. Toen stuurde ik op zaterdagavond een nest met jonge hondjes door aan Erik: ‘Kijk nou hoe leuk?!’. Hij kwam op maandag terug. ‘We gaan zo naar de fokker’, zei ik, ‘want ik heb het al aan de kinderen beloofd’. Eenmaal bij dat nest was er natuurlijk geen weg terug. We hebben een boxador gekocht, een heel lieve pup.”

Erik: „Acht weken oud hè? Een ramp!”

Marieke: „Een hond is dertig keer zwaarder om voor te zorgen dan een baby. Hij werd ook nog eens elke drie uur wakker. Letterlijk: huilen.”

Erik: „Hij plaste overal op de grond.”

Marieke: „En toen kwam ik erachter dat ik zwanger was. Hoe gaan we dit in godsnaam managen, dacht ik? We konden de hond toen gelukkig via via overdragen aan iemand die er heel blij mee is.”

Erik: „De kinderen hebben we verteld dat ik allergisch bleek. ‘Papa, niet te dichtbij gaan’, zegt Juul nu als we een hond zien.”

Balans

Marieke: „Rond half elf proberen we in bed te liggen. Ik kan nu na het achtuurjournaal al in slaap vallen, maar dat komt door de zwangerschap. In gewone tijden hebben we echt een goede balans.”

Erik: „Het heeft ook te maken met je houding. Je kan de hele dag boven dat kind gaan hangen, of je kunt het zo nu en dan uitbesteden. Wij hebben meerdere oppasmeisjes bij wie wij en de kinderen ons prettig voelen.”

Marieke: „Dirk en Juul slapen ook bij vrienden als we daar gaan eten, omdat ze dat al van jongs af aan gewend zijn.”

Erik: „In ieder geval een keer in de week hebben we oppas, vaak op donderdagavond. Dan gaan we vrienden opzoeken, uit eten of drinken we een borrel.”

Marieke: „En op vrijdag haalt de vaste oppas de kinderen van school, zij blijft meestal tot in de avond. Kunnen wij nog een vrijdagmiddagborrel doen, of samen wat leuks ondernemen. Erik haalt me soms op van kantoor op het Westergasterrein. Dan voelt het weer een beetje als vroeger.”

    • Rolinde Hoorntje