Opinie

Man, sta je privileges af

Gelijkheid

Op een festival krijgen de vrouwelijke auteurs vragen over de combinatie van werk en gezin, en zijn de ‘literaire’ vragen voor . En hij zegt er – tot zijn schaamte – niets van.
Illustratie Lars Zuidweg
Illustratie Lars Zuidweg

Begin dit jaar was ik te gast op de SS Rotterdam, in Rotterdam, voor het Haruki Murakamifestival. Achthonderd bezoekers konden cursussen meditatie en kalligrafie volgen, en op zaterdag alleen al konden ze luisteren naar meer dan tientallen mannen en hun mening over Murakami en Japan. Er waren twee een-op-een interviews met een vrouw.

Ik zat die zaterdagmiddag in een panel met een bekende acteur, schrijver van twee romans, en een schrijver van een veelgeprezen debuutroman om over het werk van Murakami te praten. Beide auteurs waren vrouwen.

En beiden, moet ik erbij zeggen, kenden het werk van Murakami veel beter dan ik. Op het podium, echter, stelde de mannelijke interviewer de vrouwelijke auteurs vragen als: „Hoe doe je dat: een carrière en een kind combineren?” En aan mij: „Philip, Murakami wordt vaak als kanshebber voor de Nobelprijs getipt. Hoe zie jij dat?”

Na twintig minuten praten werd het patroon duidelijk: de vrouwelijke schrijvers mochten vooral over ‘vrouwendingen’ en ‘het leven’ praten, de ‘literaire’, serieuze vragen waren voor mij. Ik keek de goedgevulde zaal in en vroeg me af of ik er iets van moest zeggen. Besloot toen dat dit niet sympathiek was. De interviewer, een bijzonder aardig en goed voorbereid iemand, was zich waarschijnlijk niet bewust van zijn insteek, dacht ik.

En zo liet ik de spreekwoordelijke boel de boel, mijn privileges gelden.

Ik ben grootgebracht met het idee dat mannen en vrouwen gelijk zijn, dat wil zeggen: dat hun kansen gelijk waren. Geslacht, afkomst en ras speelden een kleinere rol dan talenten en wat je daarmee doet. Je inzet, dus.

Lees ook: Vrouwen aan de top is een kwestie van zelf het goede voorbeeld geven

Maar in het meest recente, jaarlijkse The Global Gender Gap-rapport staat Nederland op een beschamende 32ste plek als het gaat over gelijkheid tussen mannen vrouwen. Een plek overigens, die wordt vertekend doordat Nederland de eerste plaats deelt als het gaat om gelijke toegang tot gezondheidszorg en onderwijs, maar op de 82ste plek staat op het gebied van economische gelijkheid (het inkomensverschil tussen mannen en vrouwen is opgelopen) en op de 108ste plek als het gaat om politieke macht (er zijn nu minder vrouwelijke Kamerleden en ministers dan twee jaar terug).

En nu komt het: volgens mij zijn de meeste mannen daar wel blij mee, met die onverdiende voorrangspositie. Zo vormen vrouwen geen gevaar. En daarom houden mannen hun onverdiende voorrechten – van een geslacht dat autoriteit uitstraalt en derhalve vaak in de media is terug te vinden is tot de vrijheid rond te lopen op de werkvloer zonder seksuele intimidatie te vrezen (hallo #MeToo!) – bewust of onbewust in stand. Omdat ze bang zijn. En ze maken er vreemde denksprongen door.

Het privilege-opportunisme

De Canadese hoogleraar Jordan B. Peterson, in januari nog in Nederland, is het boegbeeld van dit privilege-opportunisme. In zijn internationale bestseller 12 Rules for Life noemt hij cultuur „symbolisch, archetypisch [en] mythisch mannelijk”. Uit die mannelijke cultuur vloeit dan ook praktische, mannelijke dominantie voort: het patriarchaat met al zijn mannelijke privileges.

Dit idee van een dominantiehiërarchie is een van Petersons stokpaardjes: de natuur is ongelijk, dus de maatschappij ook. En de beste, de sterkste, komt vanzelf bovenaan de ladder. Achterblijvers hebben hun achterstand dan ook voornamelijk aan zichzelf te danken.

Dat die veelal vrouwelijke achterblijvers in Nederland op basis van hun geslacht minder kansen hebben op de arbeidsmarkt en minder goed betaald worden, en dat zij meer tijd steken in onbetaalde ‘zorgtaken’, dat mannen dus niet ‘vanzelf’ komen bovendrijven maar actief het speelveld manipuleren, daar gaan Peterson en zijn adepten aan voorbij.

Maar Petersons vrouwonvriendelijke wereldbeeld bedient dan ook een mannelijke gehoor, een publiek dat zijn privileges in stand houdt omdat het bang is om de ‘concurrentiestrijd’ te verliezen als de omstandigheden worden gelijk getrokken. En dat is begrijpelijk: de witte man is bezig een subcategorie mens te worden – niet meer de maat der dingen. En niet meer vanzelfsprekend de persoon naar wie wordt (op)gekeken. Hij zal inhoudelijk moeten bewijzen dat hij zijn positie waard is.

De weg naar meer gelijkheid

De man geniet vele vormen van onverdiende privileges (meer geld voor hetzelfde werk, meer politieke leiders, minder focus op je uiterlijk), en het is een beangstigend idee, het loslaten van die illusie van superioriteit, van zijn identiteit en van de controle dus, van zijn ‘plek’ in de wereld. Maar deze privileges opgeven om op te gaan in een wereld waarin hij onderdeel is in plaats van er boven te staan, lijkt me de enige, eerlijke, hardste en snelste weg naar meer gelijkheid tussen man en vrouw – en overigens een uitgesproken gelegenheid om hiërarchiedenken los te laten en een ‘zachtere’ wereld te creëren voor de ‘achterblijvers’.

En als de man zijn privileges niet wil opgeven, dan moet hij weten dat het ook zijn schuld is dat er niet net zo veel vrouwelijke als mannelijke ministers zijn, dat vrouwen – ik noem maar wat – niet net zo gemakkelijk en veilig naar de wc kunnen als hij, niet net zo goed betaald krijgen, niet net zo vaak op televisie te zien zijn, en niet net zo vaak de ‘serieuzere’, literaire vraag krijgen voorgelegd. Ook als hij die vraag zélf niet stelt. In zo’n oneerlijke wereld is het een gotspe van je ‘verdiensten’ te genieten, of je te beroepen op je talent en inzet.

Ik had de vraag over Murakami en de Nobelprijs dus moeten doorspelen. Of: delen met mijn panelleden. Ik had moeten zeggen: „Ik ken de leden van het comité in Stockholm niet. Maar over de beschrijvingen van vrouwen in Murakami’s boeken heb ik wel een idee. Dat zijn bijna altijd stille, knappe, weerloze en mysterieuze vrouwen met ‘perfecte’ borsten. Ik zou van de vrouwen hier op het podium graag horen in hoeverre zij zich in die beschrijving herkennen, en wat dat voor hen betekent.”

Met zo’n antwoord, door het beantwoorden van de vraag te delen, had ik wellicht een privilege opgegeven, namelijk dat van deskundige ‘zijn’, maar ik had dat voorrecht toch niet echt verdiend. Bovendien zou ik het voorrecht hebben gekregen er iets van op te steken – je verdiepen in iets, dát is de enige echte manier om een expert te worden, en verdiend aanzien te genieten.