Luxe én duurzaam gaat wel degelijk samen

Duurzaamheid

Het eerste hotel in Europa dat duurzaamheid en circulariteit combineert met de luxe van vier à vijf sterren staat aan de Amstel en gaat volgende week open. QO Amsterdam wil „laten zien dat verblijf anders kan”.

QO Amsterdam wil „duurzaam zijn zonder geitenwollensokken-uiterlijk”. Foto’s QO / Ronald Tilleman

Het Amstelkwartier staat letterlijk nog volop in de steigers, maar het nieuwe QO Amsterdam is na zeven jaar af en gaat volgende week open. Het is het eerste hotel in Europa dat duurzaamheid en circulariteit combineert met deze mate van luxe. Het hotel heeft geen officiële rating, maar zou in het vier- of vijfsterrensegment vallen. QO valt onder InterContinental Hotels Group. Het gebouw telt eenentwintig verdiepingen. Daarin bevindt zich op de begane grond restaurant Persijn. Bovenin biedt de bar Juniper & Kin uitzicht op de wijde bocht van de Amstel die richting de stad stroomt. Overnachten kan in een van de 288 kamers die zich daartussen bevinden, in prijs variërend tussen de ruim 200 en 600 euro per nacht. De zeer exclusieve Amstelsuite, 101 vierkante meter, inclusief uitgebreid arrangement met ‘personal trainer’, doet 7.500 euro.

Duurzaamheid is bij QO tot in details doorgevoerd. Het begon al bij de bouw. „Een derde van het beton in dit gebouw is afkomstig van de oude Overhoekstoren in Noord”, vertelt Sophie Uijterschout. Ze is ‘Baasleukedingen’ bij QO, een soort programma-manager. Een ingenieus systeem met panelen voor de ramen en warmte- en koude-opslag in de kelder regelt het klimaat op een energiezuinige manier. Gebruikt douchewater spoelt de toiletten door via een eigen grijswatersysteem: een systeem voor hergebruik van afvalwater. Gekookt wordt er alleen op inductie en de bestellingen leest het personeel van schermen, in plaats van geprinte papieren bonnetjes.

Lees ook over duurzaam wonen: De gasmeter staat voor altijd stil, zo wordt je huis energieneutraal

Er is geen ontbijtbuffet, want dat leidt snel tot verspilling en moedigt overdadig eten aan. Alle maaltijden zijn à la carte. Vlees wordt wel geserveerd, maar in kleine porties en afkomstig van ‘dubbeldoelkoeien’, die zowel melk als vlees geven.

Alle producten die gasten eten of gebruiken zijn bij voorkeur lokaal verbouwd of gemaakt. De houten dienbladen in het restaurant zijn van bomen uit het Vondelpark, bij het ontbijt is er beleg van merken als de Pindakaaswinkel en Hagelswag. „Om de uitstoot van transport te beperken, zoeken we onze leveranciers zo veel mogelijk binnen een straal van 600 kilometer. Dat is niet altijd mogelijk, maar die uitdaging stellen we onszelf wel”, zegt Uijterschout. Zodoende serveert de bar cocktails zonder citroen of limoen, maar met lokaal verkrijgbaar duindoornbes- of cydoniasap. De drinkrietjes zijn gemaakt van aardappelzetmeel in plaats van plastic en dus biologisch afbreekbaar.

Kas op 76 meter hoogte

Dat is niet alles. „Het meest unieke van QO is de kas op het dak van het hotel”, zegt Uijterschout. In de kas verbouwt QO op 76 meter hoogte eigen groenten, kruiden en eetbare bloemen waarmee wordt gekookt in de bar en het restaurant.

Qua kruiden en bloemen kunnen de keukens zelfvoorzienend worden, zegt chef Alexander Brouwer, die de dagelijkse leiding heeft over het culinaire team in het restaurant (140 plaatsen) en de bar (200 plaatsen). De aanplant gebeurt in fasen. „Anders moet ik een hele week ieder gerecht met basilicum serveren, omdat alles in één keer wordt geoogst.”

In de kas zwemmen ook vissen: omegabaarzen. Ze zijn onderdeel van het circulaire aquaponics-systeem: het water met de uitwerpselen van de vissen dient als voeding voor planten in de kas, die op hun beurt het water weer zuiveren. De gasten vinden de omegabaars terug op de menukaart en in de toekomst moet gecomposteerd groente-afval uit de keuken dienen als vissenvoer.

Lees ook over de duurzame omegabaars: Vegetarische vis is mooi maar moeilijk

Zijn er ook dingen niet gelukt binnen het concept? „Koffie en thee”, zegt Uijterschout. „Dat kun je gewoon niet van dichtbij halen, maar een restaurant of bar kan ook niet zonder. We hebben wel verse munt en verveine uit eigen kas, maar uiteindelijk moet je ook gewone thee aanbieden.”

En natuurlijk kun je vraagtekens zetten bij het faciliteren van de reisbranche, die erg milieuvervuilend is. Mensen aanzetten om minder te reizen is lastig, vindt Uijterschout, maar je kunt ze wel op een andere manier inspireren: „We willen met QO laten zien dat verblijf anders kan, door gebruik te maken van duurzame en lokale producten. Dat lijkt me al een stap in de goede richting.”

Inspiratie is een belangrijk aspect van QO, vandaar ook Uijterschouts functie van programma-manager. Het is de bedoeling dat QO evenementen gaat organiseren, onder meer over de combinatie duurzaamheid en luxe. Uijterschout: „We willen duurzaam zijn zonder geitenwollensokken-uiterlijk. En tegelijkertijd laten we zien dat luxe geen dikdoenerij en overdaad hoeft te zijn.”

    • Jolanda van de Beld