Opinie

Links en rechts antisemitisme

Antisemitisme Ultralinks en ultrarechts zien elkaar als vijanden, maar voeden beide identiteitspolitiek, denkt .
De Hongaarse premier Victor Orbán viert de 170ste verjaardag van de opstand tegen het Habsburgse Rijk, op 15 maart 2018 in Budapest. foto Tamas Soki/EPA

De afgelopen vijftig jaar had ik het genoegen in een tijd te leven waarin antisemitisme in het Westen geen politiek thema was. Maar dat lijkt te veranderen. Vorige week gingen in Parijs duizenden mensen de straat op om te betogen na de moord op Mireille Knoll, een 85-jarige overlevende van de Holocaust die volgens president Macron werd „vermoord omdat ze joods was”. In diezelfde week vond een betoging plaats in Londen, uit protest tegen het antisemitisme in de Labourpartij. Komende zondag beleven we vermoedelijk de herverkiezing van de Hongaarse premier Viktor Orbán, die nauwelijks verholen antisemitische retoriek gebruikt. Zelfs de VS zijn niet immuun. In augustus zagen we extreemrechts de straat op gaan in Charlottesville, met leuzen als „De Joden zullen onze plaats niet innemen”.

Zijn we dus terug in de jaren dertig? Niet echt. Het antisemitisme van nu bevat luide echo’s uit het verleden; het idee dat Joden een schimmig internationaal netwerk vormen. Maar nieuw is hoe het antisemitisme nu wordt vermengd met bredere ruzies over de islam en Israël.

Voor ultralinks is Israël vaak een belangrijke vijand, die wordt gezien als belichaming van het westerse racisme. Voor ultrarechts is de grootste vijand de islam, die wordt geïdentificeerd met terrorisme en massa-immigratie.

Campagne in Hongarije

Ultralinks en ultrarechts beweren beide vaak immuun te zijn voor antisemitisme – hetzij omdat ze antiracisten zijn (links), hetzij omdat ze pro-Israël zijn (rechts).

Orbán belichaamt deze complexiteit. Tijdens de campagne gebruikte hij taal vol antisemitische beeldspraak: „Wij bevechten een vijand die anders is dan wij. Niet open, maar verborgen; niet rechtdoorzee, maar slinks [...], niet nationaal, maar internationaal, [en die] niet gelooft in werken maar met geld speculeert.”

Orbáns boeman is George Soros, een Hongaars-Joodse belegger. Maar het belangrijkste verwijt dat Orbán Soros maakt, is dat hij van plan is Hongarije te overspoelen met moslimvluchtelingen. Zijn besluit een muur te bouwen om migranten tegen te houden, maakte Orbán in de VS en Europa een held van extreemrechts.

Benjamin Netanyahu, de Israëlische premier, deelt Orbáns afkeren. Vorig jaar juli bracht hij een hartelijk bezoek aan Hongarije. Er zijn veel extreemrechtse aanhangers van zowel Orbán als Israël. Hun gemeenschappelijke vijand, de ‘radicale islam’, is volgens hen de echte bedreiging voor de Joden in het hedendaagse Europa.

Maar veel Europese joden zijn terecht ook op hun hoede voor extreemrechts. Toen Marine Le Pen, de leider van het Franse Front National, zich bij de Mireille Knoll-betoging wilde aansluiten, hield de grootste Frans-Joodse organisatie haar op afstand.

Zo’n tweeslachtigheid hangt ook rond Donald Trump. Sommige Amerikanen wijzen op zijn banden met alt-right en de onwil om de betoging in Charlottesville te veroordelen. Anderzijds heeft Trumps geliefde dochter Ivanka zich tot het orthodoxe jodendom bekeerd. En het lijdt geen twijfel dat de Israëlische regering zich bij president Trump veel meer op haar gemak voelt dan bij Barack Obama.

Ultralinks in Europa zou de band tussen Trump en Israël kunnen aangrijpen om te betogen dat hun woede niet tegen de Joden, maar tegen het nationalisme gericht is. Maar hun haat tegen Israël heeft een obsessieve trek. Slachtoffers in Gaza leiden tot verontwaardiging; doden in Syrië of Jemen worden amper opgemerkt. Zie ook de antisemitische complottheorieën die de linkse politiek zijn binnengesijpeld.

Aanslag op Twin Towers

De Britse Labour-leider Jeremy Corbyn ontving graag Raed Salah, een islamitische leider die verkondigt dat Joden voor 9/11 waren gewaarschuwd de New Yorkse Twin Towers te verlaten.

Ultralinks en ultrarechts zien zichzelf graag als bittere vijanden. Maar ze hebben overeenkomsten waardoor ze een voedingsbodem voor antisemitisme kunnen vormen. De band is hun voorliefde voor identiteitspolitiek. Ultrarechts duidt zichzelf deels aan als ‘identitaristen’ die geloven dat ze strijden voor de blanke cultuur tegen de islam. Ultralinks denkt ook in termen van gemeenschappen, met eigen woordvoerders en lijsten van grieven.

Identiteitspolitiek is fundamenteel onliberaal, omdat ze individuen een groepsidentiteit oplegt. Zoals de meeste mensen die ik ken, heb ik een meervoudige identiteit. Ik ben Joods. En: Brits, Londenaar, journalist, historicus. Ik ben getrouwd met een niet-Joodse die mijn onverschilligheid voor religie deelt.

In een liberale samenleving moet het aan individuen zelf zijn hun identiteit vorm te geven, die in de loop der tijd kan veranderen. Bevoorrechting van de gemeenschap boven de individuele identiteit is onliberaal, maar ook gevaarlijk. Zo ging het in voormalig Joegoslavië, toen buren vooral Serviërs of moslims of Kroaten werden en zich tegen elkaar keerden.

Als Joodse organisaties tegen antisemitisme willen protesteren, is dat prima. Maar de beste manier om de rechten van Joden en moslims te beschermen, is door ze te behandelen als individuele burgers, met recht op gelijke bescherming volgens de wet. Identiteitspolitiek is een bedreiging – of ze nu van rechts of van links komt.